Copyright © 2002/ 2005: Het Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België). Tel. 013/33.55.16. Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor de standaardschermresolutie van 800 x 600.
Bioschets
Buland Al-Haydari (1929-1996) werd geboren in Noord-Irak op 26 september
1929 en verhuisde nog als een kind naar Baghdad. Hij begon poëzie te
schrijven in het Koerdisch en schreef dan later in het Arabisch. Verwikkeld in de
linkse politieke vleugel van zijn land , werd hij opgesloten in 1963 met de
doodstraf boven zijn hoofd. Enkel zijn goede reputatie als dichter heeft zijn
leven gered. Hij verhuisde dan naar Libanon tot in 1976 waarna hij terugkeerde
nar Baghdad. Hij verliet Irak weer toen Saddam Hoessein aan de macht kwam
en vestigde zich in Londen waar hij medestichter werd van de Unie van Iraakse
Democraten. Hij publiceerde twaalf dichtbundels plus drie bloemlezingen met
zijn verzameld werk. Zijn gedichten verschenen in een Engelse vertaling in
talrijke poëziebloemlezingen.
DRIE GEDICHTEN VAN BULAND AL-HAYDARI
vertaling uit het Arabisch door Salih J. Altoma, vertaling uit het Engels: Henri Thijs
BAGHDAD, WIE WEET?
Baghdad
jij bent een doorn in de ogen
van een gekruisigd slachtoffer
die in de dood zoekt naar
een belofte op hergeboorte
Baghdad
jij bent een verlaten huis
een geleende tijd
een geketende pijn
de eenzaamheid van een beroofde vrouw jammert
over een woestenij
Baghdad
de nieuwsberichten logen
over de overwinning die niets was dan onze twee gezichten
vol teleurstelling en schaamte
jij werd gestuurd uit jezelf
door valse getuigenissen
door de speech van een blinde kapitein
en de slogans van eenogige mensen
O! Baghdad!
wat een grove leugen uitten jouw bedrieglijke dichters!
ik ben het niet vergeten
noch zal ik jouw open hart vergeten
jouw heel edelmoedige warmte en tederheid
wij mogen elkander berispen
wij mogen klagen
wij mogen boos worden
wij mogen verzinken in de empathie
wij mogen voelen dat we gedumpt worden
meer dan een keer en op verschillende plaatsen
zonder vragen te stellen… zonder verwijt
zonder bloed
wegslippend uit spelonken van wegen die wegkwijnden
en, kronkelend als een vuur gloeiend in de haat van een dolle hond,
zoekend naar mij in jouw ruïnes
zoekend wat de wormen van jouw graven hebben overgelaten van mij
maar Baghdad
wij zullen blijven zoals wij waren
of ik leef of sterf
altijd zal jij een kaart blijven
in mijn linkerzak
een kaart die jouw blinde ogen toont
als twee wegen:
een weg voor mij waarop ik vlucht uit jou
en een weg voor de banneling terugkerend in een witte lijkwade
met vuur en assen
Baghdad
Jij bent veranderd in boorden van grijze modder
van een zilte rivier
van papieren vliegers die niet langer mijn lucht vullen
O gezicht van een brunette die mij bekoort elke avond
Een bittere uitputting in mijn zweet
O lach van een kind
O tirannieke boeien
O zwarte angst… O schande zinkend in de modder
Baghdad
Wat wil je van mij?
Jouw dagen hebben niets achtergelaten
behalve jouw dood in mijn wonde
behalve jouw wonde zinkend diep in mijn hart
behalve de lach van de beul
Hoe wreed is de dood die wij delen, Baghdad
de jouwe en de mijne
Baghdad
Wie weet?
Misschien worden wij herboren in een droom
Een droom van feniks die zal opstijgen uit het vuur en de as
Misschien herrijzen wij door de hoop
die wacht op zijn afgesproken uur.
(Uit de bundel Aghan al-Haris a-Mut’ab, Dar Su’ad al-Abah, Cairo, 1993)
* * *
SCHREEUW IN EEN LANGE NACHT
1
Mijn dagen zijn
een zwarte landkaart
en duistere lijnen die mijn pijn ronddragen
over blauwe wegen op mijn arm
in mijn gezicht
in rimpels die standhouden in een bloedende stilte
… Hier ben ik een weg slingerend in de donkere ambiguïteit van getallen
zoekend naar een tijd die de onze was
naar een vaderland waar wij leefden
naar een blind licht als een labyrint
Ik wenste dat ik
mijn eigen tijd
mijn eigen vaderland
al mijn dromen
erin kon begraven
zodat ik niet was geboren
in een belofte, een eed of een getal
dat mijn dagen optelt
2
Eens joeg ik op mijn schaduw
probeerde hem te vangen
om geheel in hem op te gaan
Maar toen ik voorover boog
boog hij voorover zoals ik
starend, zoals ik, naar een spoor van mijn kinderlijk gezicht
dat zowel land- als tijdloos bleef.
3
Verbanning kan ons soms dwingen samen te handelen
om deze of gene leugen te vertellen
zodat de wonde kan genezen zonder een litteken
Maar…
Maar wanneer we ontwaken
En de wonde haar ogen opent
vinden we niets dan een stel korhoenen
die hun weg verloren zijn in de duisternis
wij zijn niets dan overdadig bloed
niets dan stilstaand water stilstaand als een boetedoening.
* * *
DE ZON ZAL OPNIEUW RIJZEN
Dit is de eeuw van de slechte mensen
de tijd van de slechte mensen.
Niet verwonderlijk dat de booswichten mijn huis verbranden
mijn land, mijn dood.
Niet verwonderlijk dat Baghdad wordt gekruisigd
op duizend en een muren
en elke zwangere vrouw gestenigd
zo zal niemand geboren worden
om wraak te nemen
niet verwonderlijk dat wij worden gekruisigd…worden gestenigd
of dat ons ongewroken bloed
het verhaal wordt van onze dood in “het moeras”
niet verwonderlijk dat wij worden geïgnoreerd
als de zon opkomt
dit is de tijd van de slechte mensen
dit is de tijd van de mensen zo slecht
dat het niet verwonderlijk is
dat niemand spreekt over onze tragedies
onze donkere nachten
onze bloedende ogen
niet verwonderlijk dat zelfs het nieuws zwijgt.
Maar in deze eeuw van slechte mensen
worden wij een andere tijd opgroeiend
met duizenden zonnen rijzend uit het vlammende riet
in de duisternis van “de moerassen”.
Bron: Masthead
(geplaatst op 13-05-2005)
terug naar boven
BULAND AL-HAYDARI (1929-1996) (Irak)
|