Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
ALISON CROGGON (AUSTRALIË)
keuze en vertaling Henri Thijs
BIOGRAFISCHE NOTITIE

Geboren in 1962 is Alison Croggon een van de nieuwe Australische dichtersgeneratie
die opkwam in de jaren 90.  Zij beoefent alle genres inbegrepen kritieken, toneel en
proza. Haar poëzie werd opgenomen in tal van bloemlezingen en tijdschriften in
Australië en wereldwijd.  Haar eerste gedichtenbundel “This is the Stone” werd
bekroond met de Anne Elder en Dame Mary Gilmore Prijzen in 1991.  Haar roman
“Navigatio” werd hoog aangeslagen in de Australische Vogel Letterkundige Prijzen en
wordt vertaald in het Frans.  Haar tweede gedichtenbundel “The Blue Gate” uitgegeven
in 1997 werd opgenomen in de shortlist voor de Victorian Premier’s Poetry Prize.
Het gedicht “Mnemosyne” werd gepubliceerd als Ebook door Wild Honey Press in
december 2001.  Einde 2003 verscheen haar bundel “The Common Flesh” in het
Verenigd Koninkrijk.  In het begin van 2002 verscheen haar bundel “Attempts at
Being” die onmiddellijk werd opgenomen in de voorselectie voor de belangrijke
Kenneth Slessor Poetry Prize en ook werd genomineerd voor  Pushcart Prize in de V.
S.  In november 2002  nam zij deel aan het Internationaal Poëziefestival in Royal
Festival Hall in London.  In hetzelfde jaar publiceerde zij haar eerste fantasieroman
voor jonge volwassenen “The Gift”.  Het werk werd genomineerd door  Aurealis
Awards for Excellence in Australië in december 2002.  In september 2004 zal het
tweede deel ervan “The Riddle” verschijnen in Australië.
Alison schreef ook negen toneelstukken waaronder de opera’s “Gauguin” en “The
Burrow”.  Vele gedichten van haar hand werden op muziek gezet door verscheidene
componisten.  Recent nog heeft zij een muziekproject afgewerkt “The White Army”
samen met Andreé Greenwell en werkt zij aan een derde operastuk.
Buiten dat alles is ze ook bedrijvig als poëzieuitgeefster voor Overland Extra (1992),
Modern Writing (1992-1994) en is zij de oprichtster en drijvende kracht van het
literair magazine Masthead.
Uit de bundel “Attempts at Being” vertaalde Henri Thijs twee gedichten.


TWEE GEDICHTEN UIT "ATTEMPTS AT BEING"

ZONDER TITEL
naar Arseny Tarkovsky

Mijn leven is een boek
dat ik met liefde open
en verorber met mijn ogen
maar dat is niet genoeg

Het fruit op mijn tafel
is vol als een hand
die zijn licht uitdeelt
maar dat is niet genoeg

Mijn liefde is een litteken
In de vorm van een vleugel
of het gesprek van de verlorene
Maar dat is niet genoeg

Mijn ziel is een ster
de nacht is een nagel
mijn gedachte is een touw
maar  dat is niet genoeg


*


ELEGIE

Het wenen kan niet worden gezegd: ontoelaatbare
Zwelling, vuist zonder randen,
Een hand gedroomd onder water, een mond
dichtgeknepen alsof hij kon spreken, alsof tranen
niet waren waarvan we zijn gemaakt –

De regen brekend door takken
Zijn wolkig lichaam, die stom gras
Buigt onder zijn druppels, wat kan hij weten
Het onschuldig water, dat de cellulaire
Membranen doet zwellen, de snijdende muilen
Van kevers en mieren smeert, een totaal dimensioneel
Medium van miezerige hunkerende cellen,
Blauwe borst van de wereld onze naaktheid-
Wat kan het weten

Verbeeld je
Elke molecule getekend door zijn incarnaties,
Hoe oneindige pijn kon zijn- maar hier geplet
tot lucht, gloeiende druppeltjes, geen kuur
van bewustwording kwetst hen.  Zo zijn wij
meestal, deze lieflijke materie, getrommeld
op de tintelende huid van begrip voor dit
moment van het zijn, dat grijpt en lost,
geleid door deze beweging naar zichzelf.  Zo klein
maar alles is er!  Onze wonden omhelzend
zijn we het meest menselijk- vreugde brengt
ons naar goddeloosheid dun als gebroken water,
zorgeloos en grenzeloos, naar niets verlangend.

Als we alleen maar dat waren.  De stem
In het schemergras, die me naar huis roept,
Altijd in mij woont, alhoewel ik haar scheur
Uit mijn geest.  Wat het meest pijn doet
Is de herinnering aan schoonheid,  een verloren hand
Die een kam trekt door kinderlijk haar, de geur
Van een mond in een ademende kamer.  En jij,
Hand die ik nooit aanraak, waarom prikt jouw dood
Deze huid?  Al het geween dat verzamelt
In een enkel verdriet, ik, ineengedoken
Tegen oneindige flanken.  Een warmte gedrukt
Op leegte lost op, en elke warmte dooft,
En stuurt haar smart naar het lichter moment
Waar mijn zware polsslag het nu dwingt
Tot onzuivere glans, niet goddelijk
Noch goddeloos, vernederd in het verleden, menselijk.

(geplaatst op 08-08-2004)
c/r Photo The drunken boat
Attempts at Being
Alison Croggon
2002 216 x 140 mm 188pp.
Salt Publishing Bookshore
Cambridge U.K.