Copyright © 2002/ 2005: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
Robert Archambeau attendeerde mij via zijn weblog, samizdat, op een essay van de
Amerikaanse dichteres en criticus Kristin Prevallet, Writing Is Never by Itself Alone: Six
Mini-Essays on Relational Investigative Poetics (2003), dat hij beschouwt als 'an essay
of real importance for our moment in the history of poetry'. Ik heb het gelezen en voor u
vertaald in de vorm van een samenvatting. En ik ben het met Archambeau eens: de
poëtica van relatie en onderzoek is beslist een alternatief voor de al meer dan een eeuw
overheersende autonome poëzie.


Schrijven staat nooit op zichzelf: zes mini-essays
over een poëtica van relatie en onderzoek
door
Kristin Prevallet










De jacht op de rationaliteit in de eeuw van de geconstrueerde
Apocalyps

In het eerste mini-essay windt Prevallet zich op over de door haar vermeende anti-
intellectuele houding van de regering Bush. Fundamentele logica overheerst,
politieke besluiten worden genomen op basis van geloof in plaats van intellectuele
analyse. Ze wijst daarbij onder meer op de huidige Amerikaanse standpunten met
betrekking tot armoedebestrijding en milieu. Ze roept op tot verzet tegen de
waanzin.

Het tegenovergestelde van inspiratie is onderzoek

Voor Prevallet is poëzie een manier om haar gedachten te structureren, om
verwarring en woede om te zetten in vorm en betekenis. In de poëtische traditie
kan men verscheidene poëtica's vinden die daarbij behulpzaam kunnen zijn. Zij kiest
voor de poëtica van het onderzoek, die theoretische structuren aanreikt om zowel
de formele, syntactische ordening van taal te onthullen als de culturele,
connotatieve bronnen waaraan taal betekenis ontleent. Ter introductie van de
poëtica van het onderzoek worden de overtuigingen en de poëzie van de
Amerikaanse dichter Charles Olson nader beschouwd. In zijn essay 'Projective
Verse' (1950) omschrijft Olson het gedicht als een 'high-energy construct'
waarbinnen de ene perceptie onmiddellijk en rechtstreeks moet leiden tot de
volgende. Met het dictum van Robert Creeley in gedachten - 'vorm is nooit méér dan
een aanvulling op de inhoud' - formuleert Olson de rol van wat hij 'de geschiedenis'
noemt in het gedicht. Geschiedenis is dat wat een persoon verbindt met ruimte en
tijd. Het is geen kracht van buiten, maar eerder verhaal, verbeelding, poëzie - een
werkwoord met de betekenis 'ontdek zelf'. Met andere woorden, in plaats van je te
gedragen als een passief, hulpeloos object waarop grotere krachten onbelemmerd
mogen inwerken, reageer je op deze krachten door je kennis uit te breiden en je
eigen, subjectieve wereldverhaal te schrijven, gebaseerd op de feiten en
observaties zoals jij die hebt vergaard. De mens is geschiedenis en het leven is ons
continuüm in ruimte en tijd. Al wat wij weten is geschiedenis. Olson's werk kenmerkt
zich volgens Prevallet door een gelijktijdige openbaring van continuïteit en rebellie,
door tijd die simultaan implodeert en explodeert. Zijn poëzie staat open voor zowel
vorm als inhoud, werkt als een organisme met vele cellen, alle in beweging,
sommige langzaam andere gehaast, sommige lyrisch en zich manifesterend tussen
een mens en de zee, de vogels en het heelal, maar weer andere met wortels in
onpersoonlijke en non-lyrische documenten en verklaringen die het werk
positioneren in een specifieke ruimte en tijd.

Oprekking van het document ter tegemoetkoming aan het gedicht

Olson's humanistisch recept - 'ontdek zelf' - biedt evenwel onvoldoende hulp aan
hedendaagse poëtica's die trachten om de gekte van deze tijd te doorgronden. Het
zich toe-eigenen van kennis ter ontwikkeling van zichzelf is problematisch in de
context van imperium - de overname van gebieden uit eigenbelang. Het boek
Poetics of Relation (Poetique de la relation,1990) van Édouard Glissant, afkomstig
van Martinique, laat een verruiming zien van de poëtica van het onderzoek. Voor
Glissant betekent relation zowel 'verwantschap' als 'verband'. Hij plaatst zijn ideeën
in de context van de koloniale geschiedenis van de Caraïben, waar mensen werden
gedwongen tot aanpassing van hun moedertaal aan die van de kolonisator en
derhalve tot het definiëren van nieuwe verhoudingen tot de wisselwerking tussen
taal, cultuur en sociale orde. 'Na de dekolonialisatie hebben de meeste voormalige
koloniën zich evenwel eerder opgericht rondom de idee van macht - de totalitaire
drift vanuit één unieke oorsprong - dan rondom een fundamentele verhouding tot
de ander.' Volgens Glissant kan deze verhouding tot de ander zich ontwikkelen door
aanvaarding door de dichter van 'het dwalen' (rondzwerven, meertaligheid,
verscheidenheid) in zijn denken en interactie met de wereld. Relationele poëzie
verovert geen bronnen uit eigenbelang en dwingt ze vervolgens niet tot aanpassing
aan de nieuwe tekst of de een of andere notie van perfectie of totaliteit, maar
beschouwt teksten op zichzelf, in een voortdurende staat van beweging,
verspreiding en poreusheid, die niet alleen onafscheidbaar is van de veranderende
sociale en politieke context maar ook van de cycli van de aarde en de diversiteit van
de natuur.
Deze vragen met betrekking tot de relatie strekken zich uit tot aan het moment van
de creatieve daad. Hoe worden gedichten geschreven? Waar komt die flits van
creativiteit vandaan? Wat is inspiratie? De relationele dichter versimplificeert de
eerste vraag door de laatste te negeren, en in plaats van op een bergtop te
wachten op de geniale inval kijkt hij rond en begint sedimenten te verzamelen. Dit
laatste impliceert een begrip dat niet uitgaat van de wereld als een ongevormde
bundel materialen maar als een uitgestrekt patroon dat reeds gevormd is en
voortdurend transformeert, doordrenkt van een logica. De dichter zit niet in een
ivoren toren, hij schrijft met behulp van (onverwacht) ontmoet en reeds bekend
materiaal.

Alertheid is weten hoe de strijdende partijen opereren

Ammiel Alcalay's boek from the warring factions (2002) is een voorbeeld van poëzie
op het snijpunt van relationele en onderzoekende bemiddeling. Het bevat
persoonlijk getinte gedichten, prozagedichten, collages, documenten, citaten etc.
geplaatst in de context van grotere politieke en culturele gebeurtenissen,
waaronder de genocide in Bosnië. Zijn boek is niet zomaar een schikking van
toepasselijke taal. De verscheidenheid van vorm maakt het moeilijk om vast te
stellen wie in een bepaalde passage aan het woord is, Alcalay of een ander. In het
werk is sprake van een voortdurende verschuiving van subjectiviteit en een
fluctuatie tussen kennis en vergetelheid, heldere articulatie en ontcijferbare
fragmenten. In andere woorden, Alcalay filtert niet alleen verzamelde woorden om
ze vervolgens om te zetten in een homogene entiteit, maar verwijst naar ze, geeft
ze door en vertaald ze. Net als Glissant schenkt hij aandacht aan de grond waarop
hij loopt en verzamelt bewijzen. Kennis wordt niet vergaard en doorgegeven
middels bijzondere of geniale handelingen maar geldt als een collectieve
inspanning. De vertaler (dichter) is zich bewust van de culturele overdracht van
kennis en construeert niet met het oog op een supergedicht maar staat de teksten
en de lezer toe om zichzelf te verruimen binnen nieuwe contexten.

Supermaïs en de problemen van de homogeniteit

In 1970, een uitzonderlijk warm en vochtig jaar, werden de maïsvelden in het
zuiden van Amerika getroffen door een dodelijke schimmel. In feite was deze ramp
het gevolg van wat landbouwkundigen 'extreme homogeniteit' noemen. Door alle
heterogene eigenschappen te elimineren had men supermaïs weten te produceren
dat sneller en weelderiger groeide, maar waardoor het tegelijkertijd uitermate
kwetsbaar was voor nieuwe micro-organismen en ziektes. Een heterogene
genetische samenstelling beschermt planten tegen kwade invloeden van buitenaf,
tegen de natuurlijke migratie van het zaad van andere soorten en van de eigen
soort; het behoedt voor uitroeiing.

Synchroniciteit is een ander woord voor relatieonderzoek

Synchroniciteit is een geestestoestand, het vermogen om aan meer dan één ding
tegelijkertijd te denken - of, zoals Van Dale het definieert, 'het samenvallen in de
tijd van twee of meer uit causaal op elkaar betrekking hebbende gebeurtenissen
welker betekenis van gelijk of verwant gehalte is'. Synchroniciteit zou voor de
poëzie een uitbreiding kunnen betekenen met de mogelijkheid dat gedichten
gelijktijdig vanuit verschillende perspectieven kunnen worden geschreven. Wanneer
synchroniciteit wordt toegepast binnen de poëtica van relatie en onderzoek
resulteert dat niet in een verdwijning van het moment in de totale assemblage van
het gedicht of de collage, maar eerder in een geactiveerd veld waarin de
oorspronkelijke bron verschijnt. Toelating van het document tot het gedicht is een
manier om de strijd aan te binden met de tegenstellingen binnen en complexiteit
van schijnbaar utilitaire taal. Dit staat het gedicht toe om in contact te treden met
'de wereld', om een onderzoeksmatrix te vormen dat behulpzaam kan zijn bij het
verzet tegen de irrationaliteit van onze huidige tijd.
Wanneer poëzie kruist met de stromingen van geografie, planten, mensen,
economieën, vocabularia, geschiedenis etc. zal het taal vertragen, onze aandacht
richten op herinneringen, documenten, idioom en mythes, en aanmoedigen tot
onderzoek naar - en dus verantwoordelijkheid nemen voor - kennis en
geschiedenis. Op deze wijze is poëzie niet louter vorm en inhoud die op elkaar
inwerken, maar wordt zij bezield met een grotere realiteit, een ruimte gevuld met
objecten die voortdurend in beweging zijn, met mensen - wij - die bestaan in relatie
tot zowel onze individuele geschiedenis als onze politieke erfenis en het land
waarop we staan.

Copyright Nederlandse vertaling © A.T. van 't Hof 2005

Bron: “1Hundred1” weblog van A.T. van ‘t Hof

(geplaatst op 24-07-2005)

terug naar boven
A.T. van ’t HOF
Een alternatief voor autonome poëzie