Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
Richard Garcia werd geboren in San Francisco in 1941 en begon al te schrijven toen
hij nog maar tien was.  Nadat hij in 1972 zijn eerste dichtbundel “Selected Poems”
uitbracht stopte hij enkele jaren met schrijven tot hij een aanmoedigingsbrief ontving
van Octavio Paz.  Hij publiceerde een tweetalig boek voor kinderen “My Aunt Otilia’s
Spirits” in 1978.  In 1991 gaf de Universiteit van Pittsburgh zijn bundel “The Flying
Circus” uit. Hij bekwam een universitaire graad in creatief schrijven aan het Warren
Wilson College in 1994.  Zijn derde dichtbundel “Rancho Notorious” verscheen in
2001.  Hij ontving verschillende onderscheidingen voor zijn werk waaronder “The
Pushcart Prize” de voornaamste is.  Gedurende twaalf jaren was hij “poet-in-
residence” in het Kinderhospitaal van Los Angeles waar hij workshops in kunst en
creatief schrijven leidde voor gehospitaliseerde kinderen.  Nu onderwijst hij creatief
schrijven aan de Antioch-universiteit van Los Angeles en de California State
Universiteit van Long Beach..  De auteur heeft een voorkeur voor het schrijven van
zgn. prozagedichten.


TWEE GEDICHTEN VAN RICHARD GARCIA

KIPPENKOP

Kippenkop doet mij denken aan Jezus.  Zelfs al stierf Jezus aan het kruis
voor onze zonden en was Kippenkop maar een huif die stierf aan een
vleeshaak.  Neem eerst de Italiaanse romeinen, ja?  Met andere woorden,
gangsters.  Neem nu het hangen aan een kruis en het hangen aan een
vleeshaak.  Op beide wijzen sterft men langzaam.
Kippenkop schoot altijd de koppen van de kippen af in zijn
achtertuin toen hij nog een jochie was.  Jezus speelde altijd met vogels toen
hij een kind was.  Maar in plaats van ze in flarden te schieten legde hij ze
tezamen.
Kippenkop was een zware brok op het blok.  En dat
in meer dan een betekenis vermits hij driehonderd pond woog. Als kippenkop
op de achterbank van zijn cadillac ging zitten, helde die over naar een kant.  
Jezus was ook een grote in zijn buurt.  Maar hij was vel over been.  Als
Jezus op de rug van een ezel ging zitten – het moge
dan ook een oude, kreupele, bijna dode ezel zijn geweest – dan huppelde die
over de stenen alsof hij vleugels had.
Jezus maakte de mensen gek.  Kippenkop maakte de mensen gek.
Een beetje scheren over de top is oké, het wordt zelfs verwacht. Maar nadat
Kippenkop die tweede Cadillac had gekocht en na wat hij had uitgespookt met
dat zigeunermeisje in de achterkamer van de meiden terwijl haar vader
gedwongen werd toe te zien, moest hij gaan.
De Romeinen kenden het dobbelspel.  Wij kenden het dobbelspel.  De
Romeinen hadden een houten kruis.  Wij hadden een vleeshaak.  De Romeinen
hadden speren en azijn.  Wij hadden een emmer koud water en een van
die elektrische veepokers.
Kippenkop hing daar.  Wij gaven hem  nu eens een spat en dan weer een
elektrische gans.  Zijn hele lichaam ging schitteren, heel vet.  Had Jezus drie
uren voor nodig.  
Had Kippenkop drie dagen voor nodig.
Jezus werd beroemd.  De eerste vent die de Dood versloeg in zijn eigen spel.
Niemand herinnert zich kippenkop behalve ik.  En als eens een vreemdeling,
een flik misschien, zou vragen: Kende jij Kippenkop?  Zou ik op zeker spelen
net zoals Petrus toen hij die haan een, twee, drie keren hoorde kraaien, en ik
zou zeggen:  ik heb nooit iemand gekend die Kippenkop heette.

(CHICKENHEAD)


**

DE HOND VAN ADAM EN EVA

Er zijn niet veel mensen die het weten, maar Adam en Eva hadden een hond.
Zijn naam was Kelev Reeshon, wat betekent eerste hond.
Sommige geleerden beweren dat hij een groene pels had en enkel planten at en
gras, en dat het daarom is dat sommige honden nog steeds graag gras eten.
Anderen beweren dan weer dat hij geen haar had zoals de chihuahua.
Sommigen zeggen dat hij mannelijk was, anderen dat hij vrouwelijk was, of
zelfs dat hij een hermafrodiet was, zoals de engelen of de huidige hyena.  
Rabbi Peretz, een middeleeuwse kabbalist uit Barcelona dacht dat hij een
zwarte hond was die de engelen, die overal aanwezig waren in de tuin, kon
zien, ofschoon Adam en Eva ze niet konden zien. Hij schrijft in zijn boek over
mystieke droommeditatie “The Sefer Halom”, dat
Kelev probeerde Adam en Eva te helpen om de engelen waar te nemen door
met zijn neus naar hen te wijzen , zijn staart te brengen op een rechte lijn
met zijn rug en een poot op te lichten.  Maar Adam en Eva dachten dat Kelev
wees naar de vogels.
Alle geleerden zijn het erover eens dat hij een witte stip had op zijn staart
en dat hij een kleine hond was.  Soms zie je schilderijen van Eva die staat
onder een boom met een appel in de hand.
De misinterpretatie van deze icoon was de directe aanleiding totde legende
van de verboden vrucht en de val in ongenade.
In feite was het geen appel, maar de bal van Kelev die Evanaar hem ging
werpen.  Op een dag, omdat er geen dagen en nachten waren toen zoals wij die
nu kennen, wierp zij de bal buiten de tuin en Kelev rende erachter en kwam
niet meer terug.  Adam en Eva misten hun hond geweldig maar durfden de tuin
niet verlaten.
Zij konden Kelev horen blaffen altijd maar verder en verder weg, en zijn
geblaf echoode zodanig dat het leek alsof er twee honden aan het blaffen
waren.  Dat konden zij niet langer verdragen, en zij namen Kelevs bed van
groene bladeren op en verlieten uiteindelijk de tuin.
Zij hielden de bladeren voor hun lichamen. Ofschoon zij niets konden zien,
volgde hen een engel die probeerde de weg voor hen te verlichten met een
brandend zwaard.
En de aarde was vormloos buiten de tuin.   Alles was grijs en zonder vorm
noch omtrek omdat niets buiten de tuin al een naam had.  Langzaam begaven
ze zich op weg in de richting van het geblaf, terwijl ze elkander vasthielden
en het bed van de hond tegen hun lichamen drukten. Bijwijlen konden zij iets
klein en wit waarnemen dat schommelde van links naar rechts en dat leek hen
te leiden door de mist in een wereld die meer zichtbaar werd, nu doemden er
bomen op en onder hun voet was er een pad.

(ADAM AND EVE’S DOG)


(geplaatst op 12-02-2004)


terug naar boven
RICHARD GARCIA (N.-Amerikaanse
Poëzie)
gekozen en vertaald door Henri Thijs