Copyright © 2002/ 2006: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje, Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken met en
werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
WAT BETEKENT HET "MENS" TE ZIJN ?

Jared Carter werd geboren op 10 januari 1939 in Elwood, Indiana (USA) uit een
familie van artiesten en ambachtslui.  Hij studeerde aan de Yale-universiteit alvorens
zijn militaire dienst te volbrengen.  Hierna bracht hij een tijd door met reizen, en
keerde daarna terug naar zijn geboortestaat om zich te vestigen in Idianapolis, waar
hij tot op vandaag nog steeds woont.  In 1979 huwde hij met B. Diane Haston.
Carter heeft gewerkt als reporter voor de dagbladen Huntington Herald-Press,
Elwood Advertiser en Kokomo Morning Times uitgegeven in Indiana.  Na een
vierjarige carrière van free-lance uitgever en boekontwerper, begon hij een reguliere
job van professioneel uitgever bij Bobbs-Merill Co, van 1973 tot 1976.  Daarna
keerde hij terug naar zijn beroep van freelance schrijver en uitgever.
“Work, for the Night Is Coming”, gepubliceerde in 1981, was zijn eerste volwaardige
dichtbundel die al onmiddellijk de Walt Whitmanprijs won, een jaarlijkse prijs verleend
aan een poëziedebutant .  Daarna volgenden talrijke dichtbundels en publicaties in
verschillende tijdschriften.  In 1993 verscheen zijn tweede dichtbundel “After the
Rain”.  Later kreeg hij nog verscheidene prijzen voor zijn publicaties zoals de Poets
Prize van de Academie van Amerikaanse Auteurs, de Great Lakes Colleges
Association New Writers Award in 1982, Indiana’s Governor’s Award in 1985 en de
Poet’s Prize in 1995.
In Jared Carter’s poëzie spelen drie belangrijke aspecten een grote rol:  een grote
betrokkenheid met het landschap, het veelvuldig gebruik van het narratieve als
stijlfiguur en het evenwicht dat hij weet te handhaven tussen het vrije vers en het
traditionele. Een fusie van deze drie elementen vormt het karakteristiek profiel van
zijn poëzie.  Zijn werk begint met het beschrijven van mensen en plaatsen die
kunnen worden gelokaliseerd in het Amerikaanse Midwesten.  De gedichten in de
eerste twee bundels uit de jaren ’70 en ’80 betreffen een “lokale geografische plaats
en naam” en nodigen de lezer uit een plaats Mississinewa County geheten te
exploreren: een wereld van kleine steden, familiehoeven en hard werkende boeren.  
De plaats  is in het echt een bijrivier van de Wabashrivier die stroomt naar de
Mississippi.   De door hem beschreven streek lijkt, zoals  een veld van onbepaalde
sub-atomische partikels, nu eens reëel en concreet en dan weer verbeeld en
illusievol.  De vele karakters in zijn gedichten – soldaten van het leger, boeren, ex-
voetbalspelers, fietsers, kersenplukkers,  marginalen – streven ernaar hun
waardigheid en tradities te bewaren.  Het is precies dat streven dat hen verbindt met
het universele, en het is zijn artistieke kracht die hen onsterfelijk maakt.
M.a.w. als daar een steeds terugkerend thema is in zijn werk, is het wel zijn
potentieel om de tragedie en de transcendentie te vinden in de alledaagse wereld.  
Doorheen zijn poëtisch oeuvre weerklinkt steeds luidt de fundamentele vraag: wat
betekent het mens te zijn?


GEDICHT VAN JARED CARTER

DE VERRASSING  

Alles wat gebeurt op deze wereld is het gevolg van een onderonsje
tussen twee oude antagonisten, God en de Duivel.
Een hagelstorm legt een tarweveld plat en de boer weent;
een kat baart poesjes en likt ze een voor een schoon.
Jonge mensen gaan wandelen met hun leraar om een boom te planten;
een goudzoeker kruipt in een grot en verdwaalt.
Dit is een onophoudelijk handeltje.  God vraagt dat er iets goeds
komt in de wereld, iets dat schoon is of waardevol ;
De duivel antwoordt met dingen die verkeerd lopen op het laatste
ogenblik,
met ontgoochelingen, zelfs vernielingen.

Al de mensen geven dit proces andere namen;
de enen waarderen een aspect ervan, de anderen weer een ander.
De uitleg die ze er aan geven doet er niet toe.
Of ze nu denken dat de wereld tot in het oneindige uitbreidt,
of gemaakt is van modder, of rust op de rug van een schildpad,
alles gaat gewoon zijn gang.  Sommigen geloven dat God en de Duivel
niet horen wat er gezegd wordt.  Anderen weer beweren dat ze dat wel
doen
maar geven er niet om.  Sommigen zeggen dat er engelen bestaan
die boodschappen brengen naar de mensen op aarde; anderen
dat er alleen atomen bestaan, die niks merken.

Een klein aantal gelooft dat het mogelijk moet zijn te worden gehoord –
dat alles in het universum eens zal stoppen
als woorden op de juiste manier kunnen worden samengevoegd.
Zelfs de stenen zullen weten dat ze werden opgeroepen.
Het is een zaak van de juiste combinatie te vinden,
zoals het improviseren op een onzichtbaar toetsenbord
om te komen tot een vreemde, nieuwe code, of  het
volschrijven van een bord met getallen tot het begint
licht af te geven.  Of het buitengaan in de lente om
Naar wilde bloemen te zoeken en ze te vinden.

De dichter zit alleen met een pen en een stuk papier
naarstig te werken aan de regels van een nieuw gedicht.
Op zulke momenten stopt de Duivel elke bezigheid
alsook God om samen aandachtig toe te kijken.
Zij kijken en knikken nu eens voor zichzelf,
dan weer naar elkander.  Dit is meer dan zij deden
voor eender wie van ons toen wij werden geboren.  En het is meer
dan zij zullen doen als we sterven.  Zij beiden weten
dat Leven en Dood een deel zijn van een oud onderonsje tussen hen.
Wat hen verrast is dat we er zelfs nog zouden over zingen.  



(geplaatst op 11-04-2006)

terug naar boven
Jared Carter (USA)
tekst en vertaling: Henri Thijs
(© Diane Carter)