Copyright © 2002/ 2005: Het Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België). Tel. 013/33.55.16. Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor de standaardschermresolutie van 800 x 600.
Bioschets
Amal Al-Jubouri werd in 1967 in Bagdad geboren. In 1986, een jaar voor de
beëindiging van haar studies in de anglistiek, verschijnt haar eerste
gedichtenbundel « De wijn der wonden » in Bagdad. Dit debuut van een
dichteres, wier gedachtegoed teruggaat naar de alleroudste geschriften van de
wereld, ademt de sfeer van de literatuur in het oude Mesopotanië.
Na haar studies werkt zij voor de Iraakse televisie aan een eigen
cultuurprogramma. Verder houdt zij zich intens bezig met het vertalen, richt
haar eigen literatuuruitgeverij op en is actief als journaliste voor de pers en de
televisie. Haar tweede, veel meer gewaardeerde, dichtbundel « Bevrijd mij, gij
woord » wordt in 1994 in Amman gepubliceerd en geeft haar de reputatie een «
nieuwe Emily Dickson » te zijn.
In 1997 verlaat zij Irak en gaat met haar dochter in ballingschap in München.
De in 1999 in Londen verschijnende gedichtenverzameling « Enheduanna, de
Priesteres der Verbanning », verwijst uitdrukkelijk met soefische en
mythologische elementen naar de dochter van Koning Sargon, de eerste
bekende dichteres uit de oudheid. Deze bundel krijgt op de Boekenbeurs van
Beiroet de « Prijs voor het beste Arabische boek » toegewezen in 1999.
Midden september 2000 is Amal Al-Jubouri de organisator van een zeer
succesrijk Arabisch-Duits Lyriekfestival in Sanaa, Jemen, waaraan o.a. Volker
Braun, Hans Magnus Enzensberger Durs Grünbein meewerken. Eind 2000
wordt zij cultuurattaché van Jemen in Berlijn.
Zij wordt gerekend tot een van de belangrijkste jonge dichters van Irak. De
stilistische ongekunsteldheid en de diepe gedachtengang roepen herinneringen
op aan dichters zoals Adonis. Haar verzen hanteren een taal doordrenkt van
het soefistisch verlangen naar de geliefde, waardoor ze een in het Westen
ongekende pathos toegemeten krijgen. Haar soefisme bevat mythologische
componenten in die zin dat zij zich in haar gedichten richt tot de oude Goden
die de mensen het verlies van vrienden en geliefden opleggen.
In de dichtkunst van Jubouri komen invloeden vanuit het westen en de moderne
Arabische poëzie subtiel tesamen waarbij zij ook niet aarzelt het thema van de
situatie van de vrouw zowel in een Arabische als westerse context op de
voorgrond te plaatsen.
VIJF GEDICHTEN VAN AMAL AL-JUBOURI
DE SLUIER VAN HET LICHAAM
De schande is een lichaam
een reiziger die de geest beklimt
op een spoor, waarop reeds geruime tijd wagons liggen gekanteld,
en dat de reizenden comfortabel naar een dramatische schouwplaats brengt.
Het lichaam is een jager van een andere soort
en de buit een voorwendsel.
Toch hebben de lichamen een nieuwe architectuur
met zonderlinge daken, muren en deuren.
Lichamen zijn metalen, die het kwikzilver van de tijd losweekt
en de act van de liefde.
Zij tonen het valse goud,
en op die momenten
rijdt het lichaam in de trein van het bewustzijn,
- zijn enige jager.
(vertaling naar het Duits van Andrea Haist)
* * *
DE TATOEAGE VAN DE VALLENDE STERREN
Letters vermengden zich met mij.
Woorden zijn mijn handboeien, mijn gevangenis.
Ik verkondigde mijn bloed maar loochende dit alles
tot aan de afbraak van het heimwee, tot aan de grens van de beschutting
tegen de ondergang
tot aan de diefstal van geheime ontmoetingen om het verwijt van een lange
liefde.
De bevalligheid der woorden temde mijn wegen niet
ook niet de rite van de afwezigheid
noch het verlangzamen van de omarming, die steeds maar vreemder
werd –
dat alles liet niet verloren gaan, wat was.
Ik had mij in mijn leven ingericht.
Doch de troon, waarop de vaderlanden hun stempel
van vestingen en nietige standbeelden drukten
als maat van cesuur en de zonden der profeten,
lieten mij verloren gaan…
En toch hebben de letters, door oorlog
gescheiden van hun bewoners, hun wetgevers en
daklozen,
en bomen der verschrikking, die tussen mijn torens en
slaven
neervielen
het mislukken een toegang verschaft, waarin wij konden
schuilen.
Dat alles,
als was geduld schaamteloos,
werd een spookachtige wind.
Een verhaal, door het twijfelen opgedist, dat voor de
amulet van het lichaam neerbuigt
als kon ons dat de dood brengen.
Het is de tatoeëring van de vallende sterren,
en het is de zon, die het jonkvrouwenzwart opbood.
Oh, het is mijn tragiek, dat ik niet begrijp dat de overwinning
gesloten blijft
en de nederlaag van een vaderland telt, die werkelijk geboren
werd
of nu ten onrechte sterft.
Duister is het wit van nederlagen, duister de wegen in de
kisten der redenaars
zelfs als de vertwijfeling nabij is.
Ik zou zeggen: ik ben gebroken,
ik zal als gloeiende kool stuk breken, om de leugen van de
scepter
en de leugen van de woorden uit te wissen.
(naar het Duits van Klaus Thalhammer & Joachim Sartorius)
* * *
DE SLUIER VAN HET SCHRIJVEN
Schrijven, niet jouw schoonheid, trekt mij aan,
maar de vergankelijkheid.
Schoonheid, jij bent een mengwezen geworden
in de geest der woorden
(naar het Duits van Andrea Haist)
* * *
DE SLUIER DER GEZICHTEN
Gezichten zijn het innerlijke,
de zin,
het masker van het onuitgesprokene.
Gezichten zijn postzegels, afgestempeld door de tijd,
een schandeloze onthulling, die gedachten en inzichten afdekt,
gezichten zijn herinneringen, die met hun vergankelijkheid spotten,
gezichten zijn chemie, bij wie vragen met elkaar verbindingen aangaan,
gezichten zijn talen zonder alfabet,
gezichten zijn brieven die nooit geopend worden.
(naar het Duits van Andrea Haist)
* * *
DE SLUIER VAN HET ZWIJGEN
Ik zal al mijn minnaars
in het vergeten werpen.
Ik zal mij in een nieuwe liefde storten.
Mijn nieuwe minnaar criminaliseert het spreken:
het spreken wordt verdacht,
en tegen de tong wordt een aanklacht ingediend.
Stem, ik smeek je,
bevrijd mij uit deze kooi
van het niets-meer-zeggen-durven
zodat ik dit liefdesavontuur beëindigen kan,
met een moordenaar die ik eens liefhad,
een moordenaar die geluiden en woorden wurgt,
om deze nacht met mij alleen te slapen.
Het zwijgen is – mijn laatste geliefde.
(naar het Duits van Andrea Haist)
Bron: Lyrikline.org
(geplaatst op 17-04-2005)
terug naar boven
AMAL AL-JUBOURI (IRAK) keuze en vertaling: Henri Thijs
|