Copyright © 2002/ 2005: Het Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België). Tel. 013/33.55.16. Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor de standaardschermresolutie van 800 x 600.
LOLA HASKINS Keuze en vertaling: Henri Thijs
|
Lola Haskins is een recent gepensioneerd professor in computer- en
informaticatechnieken (toepassingsprogramma’s en webdesign) aan de Universiteit
van Florida.
Zij publiceerde reeds zeven poëziebundels tot op heden en is ook bedrijvig als
milieudeskundige en fotografie-experte waarover zij trouwens ook enkele
spraakmakende publicaties op haar naam heeft staan. Onlangst beëindigde zij haar
leerboek over poëzietechniek getiteld The Wing on the Mailbox, A Beginner’s Guide to
the Poetic Life.
Zij werkt zeer graag samen met artiesten van andere disciplines (muziek, theater,
ballet, enz.). De redactie van het Amerikaanse tijdschrift 3rd Muse Poetry Journal had
een interessant interview met haar over de relaties van poëzie en internet waaruit wij
hier enkele belangwekkende passages lichten.
Interview met 3rd Muse Poetry Journal
- Wat is Uw oordeel over het internet als medium voor poëzie?
Positief:
Vanuit het standpunt van de lezer, is het internet een middel bij uitstek om
nieuwe dichters op te sporen, vooral dan voor mensen die niet in de stad wonen,
maar zelfs ook voor hen. Goed voorbeeld: ik kan niet veel tijdschriften vinden
waarmee ik het editoriale standpunt deel in mijn plaatselijke boekenwinkel. En ik
woon in een universiteitsstad. Anderzijds, brengt de gedachte dat het internet
het gedrukte boek zou vervangen mij compleet van streek; ik haat het gewoon
alleen op het scherm te kunnen lezen. Het heeft nu net niet die nieuwe
boekengeur, of de textuur, of de echte bladzijden, en klimmend in een boom of
klauterend naar de zolderkamer met een computer is nu niet bepaald hetzelfde.
Vanuit het standpunt van de schrijver, kan een internetpublicatie een
onmiddellijke voldoening opleveren. Zij kan ons schrijvers ook lezers opleveren
die anders nooit met ons werk zouden in aanraking zijn gekomen. Ik heb van tijd
tot tijd, prachtige e-mails ontvangen van mensen die mijn gedichten uitsluitend op
het internet waren tegen gekomen.
Negatief:
Eerst en vooral zijn er internetbeheerders die hun site niet goed runnen, zodat
gepubliceerd werk plots kan verdampen zonder waarschuwing. Ten tweede
bestaat er geen kwaliteitscontrole op het web en voor een lezer die niet weet wat
hij/zij moet zoeken kan de ongebreidelde verspreiding van leesvoer vaak erg
ontmoedigend zijn. Iedereen die het web probeert af te zoeken met het
sleutelwoord “poëzie” had die dag beter wat anders gedaan want het is voor
hem/haar quasi onbegonnen werk om het kaf van het koren te scheiden.
- In welke mate geloof jij dat poëzie kan worden “geleerd”? Hoe groot is het
aandeel van “het aangeboren dichter zijn” ?
Zeggen dat poëzie kan worden aangeleerd impliceert, voor mij althans, dat ze kan
worden doorgegeven door een boodschapper. En dat is nu bepaald niet het
geval. Het gros van het poëtisch talent wordt ingegeven door echt hard werken
en een jarenlange volgehouden volledige overgave. Toen ik begon met schrijven,
waren mijn gedichten helemaal niet goed, of zeker niet goed genoeg vanuit het
perspectief waarop ik poëzie thans beschouw. Maar ik bleef het volhouden
gedurende meer dan twintig jaar en zij werden een beetje beter. Dat feit
overigens is de reden waarom ik NOOIT iemands werk lees en denk, zelfs voor
mijzelf, dat deze persoon niet presteert zoals het hoort. Het is waarlijk een zaak
van toewijding. Iedereen die besluit een dichter te worden, in de zin van zijn taak
in het centrum van zijn/haar leven te plaatsen, zal zich daarop moeten toeleggen.
En dat betekent gewoonlijk ook dat er iets anders moet worden opgegeven. Dat
gezegd zijnde, denk ik dat er mensen zijn die de gave hebben voor woorden en
ze blijkbaar zo maar hoeven uit te spuwen. Ik kan dat misschien verkeerd
beoordelen. Misschien weet ik niet precies hoe dat proces zich bij hen van in het
begin heeft gemanifesteerd en doe ik een foute inschatting. Toch loont het de
moeite om te beklemtonen dat volgens mij talent alleen niet voldoende is. Als je
werkelijk iets waardevols tot stand wil brengen moet je een volhardende geest
hebben, diep graven en blijven groeien. En welbespraaktheid, woordenkramerij is
nooit genoeg (alhoewel ik moet toegeven dat er wel degelijk enkele Amerikaanse
dichters zijn vandaag wier carrière gebaseerd lijkt op werk dat hen emotioneel
geen enkele moeite heeft gekost en die toch beroemder zijn dan ik voor zover dat
ook maar iets te betekenen heeft.)
- Hoe ontstaat poëzie bij jou? Controleer jij het proces, of is het
tegenovergestelde waar?
Wanneer ik begin te werken aan een gedicht, is het eerste wat ik doe mijn geest
vrij laten ronddwalen. Pas nadat hij zijn tocht heeft beëindigd, stap ik in en
redigeer zeer hard. Daarna laat ik hem opnieuw los. Soms werkt dit proces zo.
Soms wil het maanden aan een stuk niet lukken. Wat ik wens is dat ik
ongecontroleerd en vrij het proces aankan. Wat ik bedoel is dat ik het schrijven
naar believen kan beheersen en leiden. Het is altijd dat moeilijke begin dat mij
het meest parten speelt.
- Deel jij je werk in aanbouw met iemand anders? Hoe zeer ben je beïnvloed
door de meningen van anderen, hetzij voor je gedicht in constructie of voor
je afgewerkt stuk?
Soms doe ik dat. Na zovele jaren, ken ik mijzelf al tamelijk goed, wat betreft werk
in aanbouw wel te verstaan, en weet ik wanneer ik tevreden ben met mijn
geschrijf. Als ik aanvoel dat een vers goed is volgens mij, zal ik naar niemand
luisteren die het afkeurt. MAAR in de meeste situaties loopt het zo geen vaart en
neem ik een tussenpositie in. Ik heb al verzen geschreven waar ik onnoemelijk
veel van hield maar die ik toch heb laten vallen omdat iemand mij wees op de
gebreken ervan. Het gebeurt soms ook dat ik briljante suggesties ontvang van
vrienden en dat ik daarmee naar huis ga om mijn gedicht te corrigeren zonder
evenwel altijd die raad volledig na te volgen, maar hem te gebruiken als nuttige
brandstof voor nieuwe vondsten. Ik ben ook erg kieskeurig met de personen aan
wie ik mijn werk in opbouw toon. Wat de mensen aangaat die mijn afgewerkte
gedichten beoordelen moet ik zeggen dat ik mij gelukkig voel als ze ze
goedvinden. Soms echter gebeurt het wel dat dit niet zo is en dat men agressief
mijn werk afbreekt. Dan voel ik mij weer de gevoelige broze mens die daar veel
onder
lijdt.
- Wat bracht jou naar de poëzie in de eerste plaats? Wanneer voelde je voor
het eerst de behoefte om te schrijven?
Ik hield er al heel mijn leven van. Maar schreef merkwaardig genoeg aanvankelijk
niets. Toen ik 23 was ging ik in Griekenland wonen. Ik heb Grieks drama
gestudeerd in een gymnasium en wou de plaatsen waar dat alles gebeurd was
van nabij zien. Toen ik het landschap zag nam het mij volledig in. Nu begrijp ik,
weet waar alles vandaan komt. En ik ben daar begonnen met zelf te schrijven.
- Wat deed je groeien als dichter vanaf dat prille begin?
Ik denk de lectuur, die mijn levenslange passie voor woorden voedde totdat zij
ontvlamde. Ook een verlangen om iets achter te laten dat gegroeid was met de
jaren. Ik denk veel aan groei. Ik heb een verschrikkelijk hekel aan het herhalen
van mijzelf – ik heb dichters dit maar al te vaak zien doen en geloof dat het hen
doet stagneren. Ik hoop dat ik elke stagnatie uit de weg ben weten te gaan
alhoewel het moeilijk is om dat bij jezelf te controleren. Hoe kan ik het precies
weten? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dit: als iets dat ik schrijf mij danig
opwindt voel ik dat ik op het goede spoor zit.
- Is de poëtische expressie iets unieks voor jou, of vind je dat ze
gelijkenissen vertoont met andere dingen die je doet in je leven?
Ik denk dat poëzie uniek is voor mij. Er bestaat niets dat mij zo compleet doet
leven als het vinden van een nieuw vers. Toch moet ik hieraan toevoegen dat ik
een gelukkig leven achter de rug heb met een begripsvolle echtgenoot en twee
talentrijke en liefdevolle opgroeiende kinderen. Ik heb jacht gemaakt op de vis
die misschien wel of niet bestaat, met of zonder hen natuurlijk, maar ze zijn mijn
rotsen geweest, liefdevolle, met korstmos bedekte bergachtige rotsen.
VIER GEDICHTEN VAN LOLA HASKINGS
ONTLEDING VAN EEN MOEDER
Je bent een hemel die zijn camouflage laat vallen wolk na wolk, tot
enkel een kobaltachtige genadeloosheid overblijft.
Jij bent roestig en groen als een dok aan de kade, half vergif zodat ik
je drie keer moet koken en het water afgieten. Maar, je weet, ik
krijg deze verlangens als ik mij valselijk herinner hoe jij mij vasthield en
in slaap wiegde. En ik kan niet anders dan terugkeren, en mij buigen om
mijn handen te vullen met wat hen doet branden.
Jij bent een vogel voor het boek dat ik bewaar in de keuken voor het geval een
onbekende
hamert op het raam. Ik probeer jouw veders te evenaren, en de vorm van
je bek. Ik observeer de manier waarop je vliegt.
Jij bent de drek die je propte in mijn mond met beide handen. Ik
plant mijzelf in jou. Of het water dat rust in greppels na de regen,
donkerbruin en zonder leven.
Jij bent de twijg die zwiepte in mijn ogen als ik door de takken drong.
Waarom ik nu barsten, fouten, krassen zie in elke vaas en dochter. O
Moeder hoe de verbuigingen gaan overheersen: nominatieve zon, accusatieve
maan.
(Parsing Mother)
Bron: Green Mountains Review
New Series: Vol. XVII, No. 2
* * *
PIANISSIMO SPELEN
betekent niet de stilte,
de afwezigheid van de maan in de lucht bij dag
bij voorbeeld.
Betekent het niet zomaar te spreken,
zoals het gefluister van een kind
alleen maar warme lucht produceert
op zijn moeders rechteroor.
Pianissimo spelen
betekent lieve woordjes dragen
naar de oude vrouw op de laatste donkere rij
die niets anders kan horen,
en ze leggen als een sjaal op haar schoot.
(TO PLAY PIANISSIMO)
Bron: The Alsop Review
* * *
HET WONDERKIND
Hij werd geboren met de vingerafdrukken van de blinde.
Tegen achten kon hij zeggen of iemand
aan de piano had gezeten voor hem,
en hoe lang, en wie.
Beginnend met Elise op een namiddag van november
barst hij in stormen van tranen uit
omdat zijn zuster haar toonloze woede
had laten weerklinken de nacht ervoor
en hij nog steeds de kneuzingen voelde op de toetsen.
Hij werd geboren met de oren van een hond.
Hij kon het wegkwijnen van zijn moeders huid horen,
het zachte verslappen
terwijl haar wangen net iets meer gingen doorzakken.
Soms kon zijn gezicht betrekken
omdat het klagen van naalden die aarde
werden zo ongelooflijk droevig leek.
Of oplichten. Hij had gehoord
dat de zon verscheen op de kloppende veders
van vogels, mijlenver.
Hij werd geboren met zijn leven in zijn handen.
Waggelend leerde hij de kleine klokjes
van Grieg. Daarna maakte hij zich Mozarts
speech eigen, zijn pijn van een zuiver en broos lied.
Vervolgens leerde hij Bach kennen,
bruisend water van stilte naar vloed,
op en neer de stapstenen
van de toetsen. Hij wou dromen
van zijn piano alsof ie van vlees en bloed was.
In een kamer met een vreemd instrument
hield hij ervan er een of twee keer om heen te gaan,
terwijl hij het aanraakte als bij toeval
met zijn been, zijn mouw.
(The Prodigy)
* * *
DE WETTEN VAN VROUWEN
De bloedmuis hangt aan zijn staart
en druppelt, tuimelt naar beneden.
Wat terugkeert is zo helder
dat het je het kon drinken.
Kinderen doen dat soms. En honden.
Maar niet wij. Wij hebben regels
voor wat wij drinken.
En als wij ontwaken in de blaffende nacht
hebben wij geleerd
niet te overdenken, maar door te spoelen
wat meestal duister uit onszelf is weggesijpeld.
(The Laws of Women)
(geplaatst op 19-11-2005)
terug naar boven
