Copyright © 2002/ 2005: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
Bioschets

Michael Krüger werd op 9 december 1943 in Wittgendorf, Sachsen-Anhalt
geboren.  Na zijn eindexamen ging hij in Berlijn in de leer voor boekhandelaar
en drukker.  Hierop aansluitend werkte hij daarna twee jaren als boekhandelaar
in London.  Vanaf 1968 was hij als lector in de Münchner Carl Hanser Uitgeverij,
en vanaf 1986 bedrijfsleider.  Daarbuiten geeft hij sedert 1981 het tijdschrift
Akzente uit, dat een forum wil bieden voor literare tijdgenoten.  
Krüger situeert zich duidelijk op de grens tussen literatuur en het
literatuurbedrijf.  Als onvermoeibaar uitgever, vertaler, criticus en stimulator van
eigentijdse literatuur is hij bovendien ook zelf nog dichter en romancier.  Sedert
zijn debuut
Reginapoly (1976) heeft hij talrijke gedichtenbundels, romans en
verhalen gepubliceerd.  Onlangs verscheen de novelle
Das falsche Haus (2002)
en de gedichtenbundel
Kurz vor dem Gewitter (2003).
Voor zijn werk en zijn rol als verspreider van hedendaagse internationale
literatuur ontving hij o.a. de Peter-Huchelprijs, de Ernst-Meisterprijs, de Prix
Medicis Etranger, het  Officierskruis van de Verdiensten van de republiek Polen,
de C.E.T.Literatuurprijs (Hongarije) en de medaille voor de promotie van het
Duitse boek door de Beursvereniging van de Duitse boekhandels.  Hij is lid van
de Academie van Schone Kunsten van Bayern en München; van de Duitse
Academie voor Taal en Dichtkunst van Darmstadt, van de Academie der
Wetenschappen en Literatuur van Mainz en van de Academie der Kunsten in
Berlijn.
Michel Krüger woont in München.



GEDICHTEN VAN MICHAEL KRÜGER

GESCHIEDENIS VAN DE SCHILDERKUNST

Ik las een geschiedenis van de schilderkunst
vanaf het begin tot op heden.
Een geschiedenis van de witte lammeren,
voor hen de straal trof.
Een geschiedenis van de kleine, gevleugelde engelen
en van de maagdelijke weide,
met ganzebloemen bezaaid.                .
Een geschiedenis van het stof
en de vermenging met het goud.
Een geschiedenis van de fijnste tranen
op bleke gezichten.
en hoe men die schildert.
Een geschiedenis van de bolle voorhoofden
en de ingevallen wangen.
Een geschiedenis van het water
en hoe men het schildert.
Een geschiedenis van de scholen,
van de stilte, van het strijden om de waarheid.
Een geschiedenis van het geweld,
van de argwaan en lafheid,
van de ontrouw en het verraad,
van de gebroken eed, van de revolte
en de niet ophoudende slachtpartijen.
In de voetnoten las ik ook
een geschiedenis van de schaamte,
een complexe geschiedenis van de troost.
Alles bij elkaar een mooie geschiedenis,
de geschiedenis van de schilderkunst,
en niet alleen voor de ogen.
In zijn nawoord verklaart de auteur
uitvoerig wat wij zagen, namelijk
slechts kleur in verscheidene uitvoeringen.
Maar hij had het gif vergeten,
dat ermee vermengd  werd,
het gif voor de ogen.

* * *

HET VERHAAL VAN DE TAXICHAUFFEUR

De klant wou de kortere weg nemen, ik niet.
Eerst stak een egel de straat over, later een
kudde koeien, dan een ree die maar niet wijken
wilde.  Een zwarte kat deed ons een omweg
maken, tot aan de grens en nog veel verder, naar
het oosten. De heer moest dan uitstappen en
verdwaalde in het woud.  Uitgeput en sidderend
lag hij onder de braambessen,
waar hij vermoedde dat zijn brilletje lag.  Wij
hadden elkaar al wat beter leren kennen.  Wij
vonden een paar paddestoelen, die wij rauw
opaten tegen de honger.  Ik was voor hem
ook geen vreemde meer ofschoon hij mij helemaal
niet goed verstond. Tijdens de rit gaven wij beiden over
uit het venster.
U ziet er bleek uit, zei hij mij met een kaaswit gezicht.
Dan opnieuw een grens.  Geen Duitse, dus opnieuw
rechtsomkeer.  Aan de luchthaven omstreeks vijf uur, was hij
in mijn taxi gestapt.  Zonder bagage, in een lichte overjas en
een dun boekje onder arm.  Om het kort te maken: tegen
de ochtend bereikten wij een stad, redelijk
gelukkig en al goed aan elkaar gewend.  Mijn God, wat
voor een leven die kerel leidde.  Alleen betalen wilde hij niet.

* * *

DE SLEUTELS

Tijdens het opruimen van de stal
vond ik een kistje met sleutels,
een zwaar gereedschap versierd
met mooie assyrische baarden.
Elke sleutel droomde van een andere deur
in een andere eeuw,
van duels en vette worsten.
Eentje paste in een liefdesmoe hart.
Zij konden Bismarck gekend hebben
of Fontane of een jonkvrouw
in een roman die niet goed eindigde.
Daar zij in geen slot meer wilden passen,
legde ik ze voorzichtig terug.
Het huis slaakte een zucht van verlichting.

* * *

CELLOSUITE

Vanuit mijn vensterraam
zie ik de trein aankomen,
een roestig insect
met opengesperde ogen.
Hoe licht het de kisten
door het zonnige dal trekt!
Eenentwintig, tweeëntwintig…
Zouden ze gevuld zijn of leeg?
Thans laat het sissend damp los,
die zacht naar mij toe trekt
als een onduidelijke boodschap.
Ik draai de radio luider,
een cellosuite, met op de achtergrond
de kuchende adem
van de muzikant is duidelijk te horen.


(© Residenz Verlag, Salzburg 1998, Extrait de: Wettervorhersage. Gedichte.
Residenz Verlag, Salzburg 1998)

Bron: Lirykline.org

(geplaatst op 03-04-2005)

terug naar boven
MICHAEL KRÜGER (Duitsland, 1943)
keuze en vertaling uit het Duits door Henri Thijs