Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
PAUL MULDOON (IERSE POEZIE)
keuze en vertaling: Henri Thijs
EEN SPEELSE EN ZINNENSTRELENDE LYRICUS  door
Henri Thijs

Paul Muldoon werd geboren in Portadown, County Armagh, in Noord-Ierland in
1951, en werd opgevoed kortbij de Moy, een dorp in een streek genoemd
Collegelands.  Zijn moeder Brigid was een lerares en zijn vader Patrick een arbeider en
een groentekweker.  In de middelbare school van St. Patrick in Armagh
introduceerden zijn leraars hem in de Ierse taal en muziek, en maakte hij kennis met T.
S. Eliot en met The Faber Book of Modern Verse dat hij min of meer van buiten
leerde.  Op 17-jarige leeftijd begon hij al poëzie te schrijven eerst in het Iers.  
Toen hij naar de Queen’s universiteit in Belfast ging in 1969 gaf hij echter het schrijven
in het Iers op omdat hij naar eigen zeggen van oordeel was dat  “hij niet voldoende
greep had op de taal”.  Aan deze universiteit was Seamus Heany, die hij reeds vroeger
had ontmoet en die hem hielp met het publiceren van zijn gedichten, zijn mentor.  
Samen met hem, Michael Longley, de criticus Michael Allen en andere auteurs hield hij
wekelijks een samenkomst om nieuwe gedichten te bespreken.  Als medestudenten
had hij enkele illustere figuren zoals Medbh McGuckian, Ciaran Carson en Frank
Ormsby.  In 1973, hij studeerde toen nog aan de universiteit, verscheen zijn eerste
bundel New Weather bij Faber & Faber.
In datzelfde jaar studeerde hij af aan de Queen’s met een baccalaureaatsdiploma in de
Engelse literatuur op zak en begon hij te werken bij de BBC in Belfast waar hij een job
waarnam die veel weg had van radio- en TV-producer.  Na de dood van zijn vader in
1985 hield hij het voor bekeken bij de BBC en verhuisde een jaar later naar de U.S.
A.  Daar woont hij nu nog altijd met zijn vrouw, de novellist Jean Hanff Korelitz en hun
twee kinderen.  Hij is professor in creatief schrijven aan de Princeton Universiteit en
sinds 1990 zelfs directeur van de faculteit Creatief Schrijven.  Hij is voorzitter van de
Poetry Society en werd in mei 1999 benoemd tot professor in de poëzie in Oxford  
waar hij James Fenton opvolgde als de 42ste dichter in deze prestigieuze functie die
inhoudt dat drie lezingen per jaar dienen te worden gegeven gedurende een periode
van vijf opeenvolgende jaren.
Zijn poëtisch oeuvre omvat o.a. Why Brownlee left (1980), Madoc : A mystery
(1990) waarmee hij de Geoffrey Faber Memorial Prize won en Hay (1998).  Met
New Selected Poems (1996) won hij de Irish Literature Prize voor Poëzie.  Hij was
uitgever van de Faber Book of Contemporary Irish Poetry (1986) en schreef het
libretto voor Shining Brow (1993), een opera over het leven van de architect Frank
Lloyd Wright op muziek van Daron Aric Hagen.  Zijn meest recente publicatie Moy
Sand and Gravel (2002) werd genomineerd voor de T.S. Eliotprijs.

* * *
Paul Muldoon  wordt gerekend tot de meest speelse, zinnenstrelende en inventieve
dichters van de hedendaagse Britse literatuur.  Hij begon als een 21-jarige jongeling
met New Weather (1973) een bundeling gedichten duidelijk komen uit dezelfde rurale
hoek als die van Seamus Heany, maar dan wel geschreven op een meer luchtige en
mythologische toon.  « The seed that goes into the ground/After the first cuckoo/ Is
said to grow short and light/ As the beard of a boy » (Van het zaad dat rijpt in de
grond/ na de eerste koekoeksroep/ wordt gezegd dat het kort en licht zal groeien/
Zoals de baard van een knaap.)
Met het eerste gedicht « Lunch with Pancho Vila » uit zijn tweede werk Mules (1977),
intoduceert hij voor het eerst een element dat zal blijven nazinderen in al het latere werk
: schelmengesprekken waarin de troebelen van Noord-Ierland worden behandeld op
een indirecte wijze : « There’s more to living in this country/ Than stars and horses, pigs
and trees./ Not that you’d guess it from your poems ».  Het gedicht « Cuba » (zie
vertaling hieronder) lanceert dan weer een andere sleuteltechniek : het
onwaarschijnlijke gewicht van gebeurtenissen waarbij hij vaak de zgn. grote diametraal
stelt tegenover de onbenullige om bewust een ironisch effect te ressorteren.  « Why
Brownlee left » (eveneens vertaald in dit artikel, zie verder) sluit definitief het hekken
van wat we zouden kunnen noemen de rurale periode.  Het laatste gedicht uit de
bundel met dezelfde naam is eigenlijk ook het eerste van zijn lange, narratieve
gedichten “Immram“, een parodie die de verschillende ingrediënten bevat zo
karakteristiek voor zijn latere gedichten, met name: de Indiaanse folklore,
psychedelische champignons, seks, enz. maar met een stijltechniek die duidelijk
alludeert naar de Amerikaanse misdaadauteur Raymond Chandler.
De bundel “Madoc” (1990) is zijn moeilijkste werk.  De grondidee waarachter deze
gedichten schuilen is nochtans duidelijk genoeg:  in 1794 vatten de dichters Coleridge
en Southey het plan op om een utopische maatschappij te stichten op de oevers van de
Susquehanna-rivier in Pennsylvania. Daar kwam natuurlijk niets van terecht, maar
Muldoon stelt het voor als was het werkelijk gebeurd en het gedicht dat loopt over
meer dan 200 pagina’s bevat niet enkel ideeën over zulke ambitieuze politieke
experimenten, maar neemt ook de hele geschiedenis van de Westerneuforie onder de
loep. Elk gedicht krijgt trouwens een titel van een denker zoals Marx, Hume, John
Stuart Mill toegewezen.  Maar het probleem is wel dat de inhoud elk gedicht moeilijk
te rijmen valt met de titel.  Dit is hoofdzakelijk te wijten aan het feit dat in zijn werk –
dus niet alleen in deze specifieke bundel -  de woorden niet altijd kunnen worden
geassocieerd door hun etymologische betekenis maar vaak door de klankwaarde die
zij krijgen in de strofe, wat het geheel als gedicht soms moeilijk te ontcijferen maakt.  
De speelsheid, de vindingrijkheid en de onomatopeeën van deze verzen maken het de
lezer misschien niet altijd gemakkelijk maar verlenen aan de poëzie die typische
meerwaarde die de bewuste poëzielezer van vandaag meer dan bekoort.
Henri Thijs koos en vertaalde van deze merkwaardige auteur 3 gedichten uit de
ondertussen al welbekende verzameling van Blake Morrison en Andrew Motion, The
Penguin Book of Contemporary British Poetry ( London, 1988).


DRIE GEDICHTEN VAN PAUL MULDOON

QUOOF

Hoe dikwijls heb ik ons familiewoord
voor de heetwaterfles
naar een vreemd bed gedragen,
zoals mijn vader een gloeiend hete
halve baksteen in een oude sok
goochelde
naar de zetel van mijn jeugd.
Ik heb het binnengedragen in zoveel
lieve hoofden,
of als een zwaard tussen ons gelegd.
Een hotelkamer in New York City
met een meisje dat nauwelijks een woord
Engels sprak,
mijn hand op haar borst,
als het smeulende eenmalig spoor van de
yeti
of een ander schuw beest
dat de taal nog moet betreden.


WAAROM BROWNLEE ALLES ACHTERLIET


Waarom Brownlee alles achterliet en waar hij
naartoe is gegaan, is een mysterie gebleven
tot op vandaag.
Want als er iemand redenen had om tevreden te
zijn, was hij het wel: twee akkers tarwegrond,
een groot aardappelveld, vier stieren, een
moderne melkininstallatie, een prachtige
boerderij.
Men zag hem voor het laatst toen hij ging
ploegen op een heldere maartse morgen.
Tegen de middag maakte de dorpspraatjes hem al
beroemd;
men had alles verlaten gevonden,
met de ploegschaar nog in de grond stond het stel
zwarte paarden op het veld, samen als man en
vrouw, te stampen op de grond en te staren
naar de toekomst.


CUBA


Mijn oudste zuster kwam die morgen
thuis in haar witte mousseline avondjurk.
"Wie voor de duivel denk je dat je
bent, om zo te gaan dansen met haast
niets om je lijf?
Alsof we nog niet genoeg zorgen om onze
kop hebben met de hele wereld in oorlog,
en het einde misschien in het verschiet."
Mijn vader hamerde met zijn vuisten op
de ontbijttafel.
"Die Yankees waren maar een slippertje
van korte duur, als je Patton gehoord had
in Armagh - Maar die Kennedy is zowaar
bijna een Ier. Dus niet veel beter dan
wijzelf. En die hoeft dus ook geen kik
te geven. Dus als iets je dwars zit,
kun je misschien best en zo meteen
vrede sluiten met God."
Ik kon Maria horen van achter het gordijn.
"Zegen mij, Vader, want ik heb gezondigd.
Ik heb een keer gelogen en was een
keer ongehoorzaam. En, Vader, een jongen
heeft me een keer aangeraakt."
"Zeg me kind, was die aanraking onzedig?
Heeft hij je borst bijvoorbeeld aangeraakt?"
"Hij streek zachtjes langs me, Vader, maar heel
zachtjes."


terug naar boven