Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn trademarks van Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België). Tel. 013/33.55.16. Deze site kan best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor de standaardschermresolutie van 800 x 600.
|
"BALLADEN VAN DE BERG" van l.Lleshanaku, R. Marku e.a.,
NetBook nummer 30 van Het Prieeltje Online. Te lezen op de site van
Het Prieeltje Online (www.hetprieeltje.net), klikken op NetBooks en
kiezen voor nummer 30.
Moderne Albanese poëzie neemt een aanvang in het jaar 1930. Twee
dichters liggen aan de oorsprong ervan, nl. Migjeni (1911-1938) en Lasgush
Poradeci (1899-1987). Migjeni (synoniem van Millosh Gjergj Nikolla) uit
Shkoder, die jong stierf aan tuberculose op amper zesentwintigjarige leeftijd,
was een van de eerste dichters in Albanië die de lange tradtitie van het
romantisch nationalisme doorbrak. Zijn poëzie, verzameld in de bundel “Free
Verse”, wordt gekenmerkt door een diepgaande ethiek die zich niet beperkt
tot het medeleven met de armen, maar ook focust op de onrechtvaardigheid
en onderdrukking in zijn land. Lasgush Poradeci, afkomstig uit Pogradec (bij
het meer Ohrid), daarentegen - die weinig gemeen had met zijn tijdgenoten
zoals daar waren de romantische Asdreni (1872-1947), de politicus Fan Noli
(1882-1965) of de messiaanse Migjeni – bracht in de Albanese literatuur de
exotische factor van het pantheïstisch mysticisme binnen door wat hij noemde
de metafysica van de creatieve harmonie te introduceren. Als een eclectisch
kind van zijn tijd was en is Poradeci een van de veelvuldige paradoxen van de
zuidoostelijke Europese literatuur. De Kosovaarse criticus Rexhep Qosja
noemt hem een klassieke romantieker, die even uniek en spiritueel hermetisch
is als een symbolist en in dezelfde orde formeel accuraat en precies als een
parnassien. Want al bleef hij een outsider, zijn stilistische finesse was
beslist van die aard dat zij het Albanese poëtische metrum heeft verrijkt en
gediversifieerd.
De literatuur van de vijftiger jaren en ook nog van de eerste zestiger jaren
bracht in Albanië a.h.w. een invasie van de doctrine van het sociale realisme
dat een specifieke sociale en politieke boodschap verkondigde zowel in de
prozawerken als in de poëzie. De link tussen literatuur en Marxisme werd
een gebetonneerd gegeven. In een inleiding tot de “Anthologie de la poesie
albanaise (Tirane 1983)”, bepaalde de conservatieve criticus Dalan Shapllo
de opdracht van de poëzie als zijnde “een factor van dienstbaarheid aan de
massa door ze geestelijke ondersteuning te bieden alsook emotionele
voldoening”. Het was een missie die al van in het begin gedoemd was om te
mislukken. Alle schrijvers in Albanië kwamen onder de “kritische
begeleiding” te staan van de Labourpartij, een toezicht dat overeenkwam met
het sociale surrealisme. Prozaschrijvers werden aangemoedigd om zich in
hun werken te concentreren op specifieke thema’s zoals de strijd van de
partisanen in de nationale bevrijdingsoorlog en de opbouw van het
socialisme. Onderwerpen die niet meteen van opvoedkundige waarde in
marxistische termen opgevat getuigden werden beschouwd als taboe en
wereldvreemd. Literaire alternatieven werden niet geboden, laat staan
getolereerd.Een keerpunt kwam er in het stormachtige jaar 1961 met
enerzijds op politiek vlak de dramatische breuk met de Sovjet-Unie en de
door die Unie beheerste literaire stromingen en anderzijds met de publicatie
van een aantal trendsettende poëziebundels zoals: Shekulli im (Mijn Eeuw)
van Ismail Kadare (1936-), Hapat e mija ne asfalt (Mijn stappen op het
trottoir) door Dritero Agolli (1931-) en tijdens het volgende jaar Shtigje
Poetike (Poëtische Paden) door Fatos Arapi (1930-). De poging
ondernomen door deze generatie van intellectuelen opgevoed in het oostblok
om de breuk met de Sovjet-Unie te exploiteren en de literaire horizon te
verruimen leidde tot een belangrijke literaire controverse tijdens een meeting
van de Albanese Unie van Schrijvers en Artiesten in Tirana op 11 juli 1961.
Ze plaatste schrijvers van de oude conservatieve generatie zoals Andrea
Varfi, Luan Qafezezi en Mark Gurakuqi lijnrecht tegenover de nieuwe
generatie geleid door Ismail Kadare, Dritero Agolli, Fatos Arapi en Dhori
Qiriazi. Deze laatsten pleitten voor een literaire vernieuwing en een
verruiming van de stilistische en thematische horizon. De weg naar die
vernieuwing kreeg groen licht door Enver Hoxha in eigen persoon omdat
deze begreep dat de situatie onhoudbaar was geworden. Ofschoon dit feit
geen radicale verandering of liberalisering in de echte zin van het woord
teweegbracht mogen we toch stellen dat 1961 het toneel werd voor een
nieuwe era van veranderingen en fouten die leidde tot een veel grotere
mondaniteit in de Albanese literatuur.
Niettegenstaande de strenge terreur opgelegd aan intellectuelen gedurende
Enver Hoxha’s campagne tegen liberalisme en vreemde invloeden, moet
worden toegegeven dat de thema’s en stijlen in realiteit begonnen te
diversifiëren en dat gradueel ook meer de nadruk werd gelegd op formele
literaire criteria en op de waarde van de individualiteit.
Gelukkig werd de officieel opgelegde missie van de dichter weldra met
genoeg creativiteit en talent gestoffeerd om de hedendaagse Albanese lyriek
te vrijwaren van de steriele lofredens die schering in inslag zijn in de enge
partijdogmatiek van dat land.
terug naar boven
ONDER DE LEESLAMP
“MODERNE ALBANESE POEZIE” door
Robert ELSIE, vert. Henri Thijs