Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag
worden gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en
Het Prieeltje Online zijn trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel.
013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de
standaardschermresolutie van 800 x 600.  
Dat moord als onderdeel van een godsdienstig ritueel, rituele moord dus,
soms ook opdoemt als referentiekader voor een gedicht is niet zo
verwonderlijk.  Zij maakt immers essentieel deel uit van het
cultuurpatroon van onze beschaving en heeft onder vorm van het
brengen van mensenoffers doorheen de ganse geschiedenis van de
mensheid een belangrijke rol gespeeld (1). Gewoonlijk gaat achter het
begrip een ganse verzameling moeilijk te definiëren gebruiken schuil,
waarbij mensen, en vooral ook kinderen, als offer worden gedood ter ere
of ten behoeve van een godheid, de geesten van voorouders of andere
bovennatuurlijke machten waar men beducht voor is of waarvan men de
bescherming en de goede gezindheid verlangt.  De rituele moord is in die
context bekeken de algemene uitdrukking van de meest uiteenlopende
religieuze voorstellingen.  Volgens Dr. Westermarck (2) kan men zelfs
met een beetje goede wil volgende praktische, weliswaar artificiële,
indeling maken : 1) de verzoenende rituele moorden; 2) de preventieve
moorden; 3) de moorden die bedoelen de opwekking of versterking van
de levenskracht van goden of mensen; 4) de conspiratieve moorden; 5)
de verzachtende moorden.

Tot de verzoenende moorden, rekent men o.m. vele gevallen van het
doden van krijgsgevangenen na de overwinning: zij worden aan de god
gegeven ter verzoening van zijn toorn over hun tegenstand.  Ook de
doodstraf van de misdadiger is oorspronkelijk zo te beschouwen: het is
de verzoening van de god, die de stam beschermt tegen overtreders.  Bij
verschillende volken draagt de doodstraf altijd het karakter van een offer
aan de god en wordt het met religieuze ceremonieën voltrokken.  De
misdadiger heeft het goddelijk recht geschonden en de vertoornde god
moet door zijn dood worden verzoend.  De moord is hier een uiting van
zedelijk besef: de godheid wreekt het geschonden recht.  Daarom wordt
zo'n straf voltrokken voor het aangezicht van de goden. Tot deze
verzoenende moorden behoren ook de moorden om een of andere ramp
(pest, droogte, overstroming, vijanden, enz.) af te wenden.

De tweede soort, nl. de preventieve moord kan verschillende bedoelingen
hebben.  Een der meest voorkomende vormen, vooral in de Semitische
wereld, is het bouwoffer.  Bij de bouw van een huis of stad placht men
kinderen of ook wel volwassenen levend te begraven in de fundamenten
of onder het huis, of men liet het bloed in de aarde vloeien.  Is dit
bedoeld om de geest, die daar woont, te verzoenen dan is het een echt
offer; vaak is het ook de bedoeling dat de begravene zelf de schutsgeest
van het gebouw zal worden.  Een ander voorbeeld van een preventief
mensenoffer is (bij zeevolken) het offeren van mensen vóór het uitvaren,
om zich een gelukkige thuiskomst te verzekeren (bv. de Noormannen).  
Van dezelfde aard is het levend begraven van mensen op gevaarlijke
plaatsen ( steile rotsen) of het verdrinken in gevreesde zee-engten.  Het
doden van mensen bij gevaarlijke ondernemingen, oorlog e.d. kwam in de
prehistorische tijd voor, bv. bij de Grieken.  Zulke preventieve offers
komen voor bij de meeste volken:  Semieten, Grieken, Galliërs, Indiërs.  
Een bijzonder soort preventieve offers zijn die, welke vooraf worden
beloofd en achteraf gebracht: de gelofte-offers.  Een dergelijk offer dient
om zich bij voorbaat de gunst van de godheid te verzekeren.

Een zeer grote groep vormen de moorden tot versterking van de
levenskracht van goden of mensen. Zij wortelen in dezelfde gedachte als
sommige vormen van kannibalisme: mensen worden gedood om zich hun
levenskracht toe te eigenen door de zetel der levenskracht (hart,
hersenen, lever, bloed) op te eten.  Een eigenaardige vorm van dit soort
is de zgn. sacrale koningsmoord, het bij vele natuurvolken (maar ook
cultuurvolken) voorkomend gebruik om de koning, in wie naar "primitieve"
opvatting het stamleven zich concentreert, te doden voordat hij geheel
"op" is.  Zodoende wordt zijn levenskracht gered van verkwijning en gaat
deze over op de jonge koning die in zijn plaats treedt. Ook het hier en
daar voorkomende doden der ouders, voordat zij geheel verzwakken,
behoort tot dezelfde gedachtensfeer.  In al deze gevallen gaat het er om,
de in de mensen wonende levenskracht ten bate van de overlevenden
aan te wenden.  De ook uit de bijbel bekende offers van eerstelingen
schijnen oorspronkelijk als levensversterkende offers te zijn bedoeld.  
Het eerstelingoffer kwam blijkbaar bij alle Westsemieten voor
(Carthagers, Feniciërs, Kanaänieten, Moabieten) en bij tal van andere
volksstammen in Australië, Afrika, Amerika, China.  Soms wordt het
eerstgeboren kind van elke vrouw door de stamleden plechtig opgegeten,
elders wordt het alleen maar gedood. Sommige stammen op
Nieuw-Guinea doodden het 1e, 3e enz. kind.  Het schijnt, dat ook de
reïncarnatievoorstelling hier haar invloed deed gelden (bv. in India).  
In de meeste landen is de rituele moord door de cultuur overwonnen of
bleef het alleen nog in verzachtende vorm bestaan. Dit verzachten kan op
verschillende wijze plaats hebben: 1) door loskopen van het offer, bv. in
Israël met de eerstelingen van mensen; 2) door i.p.v. een mens een dier
te offeren; 3) door i.p.v. het doden de verminking te stellen; 4) door
imitatie, waarbij het offer alleen in schijn, symbolisch wordt gedood; 5)
het offeren van een fantoom,  een mensbeeld van hout, klei of stro.  De
meest voorkomende vormen van het mensenoffer zijn: het levend
begraven, het ophangen aan heilige bomen, het doorsnijden van de keel,
het doodslaan met een knots en (zeer veelvuldig) het doodmartelen,
bv.door het slachtoffer levend de huid af te stropen, of de borst open te
rijten om het nog kloppend hart eruit te rukken.

De conspiratieve moorden ten slotte doken reeds op aan het begin van
de 1ste Eeuw na Chr. in de Romeinse wereld.  Geruchten doemden op
dat Christenen zich schuldig maakten aan dergelijke moorden, al dan niet
in combinatie met incestueuze orgieën.  Ze leidde er nl. toe dat in 177
vrijwel alle Christenen van Lyon in het amfitheater werden
doodgemarteld.  Traditioneel was de beschuldiging van deze moorden
altijd gericht tegen samenzweerders die door het eten van mensenvlees
hun afspraken bezegelden.  Na de 2de eeuw werden de beschuldigingen
sporadischer
Ketters werden in het algemeen nogal vlug van conspiratieve moord
beschuldigd.  In 1122 werd een groep mystici in Orléanq terechtgesteld
ingevolge de theorie van de Grote Samenzwering (3) die een
onderliggend causaal verband hield met het verschijnsel conspiratieve
moord.  Volgens deze theorie is de gang van de wereldgeschiedenis het
resultaat van een immense samenzwering geregisseerd door onzichtbare
machten die de "zichtbare" machtigen der aarde onder druk zetten en
zelf bewust manipuleren.  De samenzwering is gericht tegen "gewone"
mensen, en beoogt een totale onderwerping van de aarde.  Zelfs nu nog
leeft die gedachte voort en geven recente versies - die vooral ingang
vinden in de U.S.A. - aan dat de samenzweerders vooral te vinden zijn
onder superrijken, de internationale bankiers en de politieke elite.  Zij
zouden in het geheim bijeenkomen en ook in beleidsvormende
bijeenkomsten, instituten en adviesorganen zetelen.

In de Middeleeuwen was er regelmatig sprake van geruchten dat ook de
joden zich aan zulke feiten zouden schuldig maken.  Zij zouden nl. het
bloed van onschuldige christenkinderen gebruiken voor geheime rituelen.  
Dergelijke geruchten doken voor het eerst op in de 12e eeuw. In de  
daaropvolgende jaren verspeidde de mare zich over heel Europa.  Dit
resulteerde in tal van massamoorden en gerechtelijke moorden.  In 1171
werden in Blois meer dan 30 joden levend verbrand op aanklacht van
kindermoord, hoewel er geen spoor was van een slachtoffer.  
Verscheidene al dan niet bestaande kleuters brachten het tot martelaar
(4), terwijl complete joodse gemeenschappen werden uitgeroeid op basis
van conspiratieve moorden. Alhoewel het Vaticaan in 1759 verklaarde dat
alle verhalen over joodse rituele moorden verzonnen waren, duurde het
nog tot 1965 voordat de verering van St. Simon van Trente officieel werd
afgeschaft.  Daarna stierven de geruchten in West-Europa uit.  Onnodig
te zeggen dat het in de jaren 30-40 de nazi's goed uitkwam om ze nog
steevast op te nemen in de nationaal-socialistische propaganda.

Tegenwoordig concentreren zich geruchten over rituele moorden
hoofdzakelijk op de beschuldigingen van "Satanisch ritueel misbruik", d.i.
vermeend seksueel misbruik, meestal van jonge kinderen,  door de leden
van Satanische Sekten (5).  Volgens sommigen zouden deze misbruiken
op grote schaal plaatsvinden, en de daders zouden op internationaal
niveau contacten onderhouden.  Bewijzen voor het bestaan van een
dergelijk netwerk van sekten zijn er echter niet.  De geruchten zijn
waarschijnlijk voor 't overgrote deel gebaseerd op "verdrongen
herinneringen" van slachtoffers tijdens intensieve therapiesessies naar
boven gekomen, waarbij vaak gebruik gemaakt wordt van
'regressietherapie" d.m.v. hypnose en andere methoden die de fantasie
prikkelen.  De waarde van de langs deze weg verkregen informatie staat
echter serieus ter discussie.

Dat poëzie als spiegel van het leven en schatkamer van de geschiedenis
niet voorbij kon aan zulk een indringend fenomeen als de rituele moord is
bijna vanzelfsprekend te noemen.  Toch zijn de expliciete voorbeelden
van dichters die zich met dat universele thema hebben ingelaten bij ons
weten niet zo talrijk.  Buiten de talloze dichters die zich indirect lieten
inspireren door de nogal lugubere beeldvorming van marteling en
zelfdoding in hun verzen, is het aantal gedichten dat dit thema als
hoofdvoorwerp van de verbeelding opneemt eerder zeldzaam.  Maar ze
zijn er natuurlijk.  Zo is er vooreerst de Amerikaanse dichter DAVID
IGNATOW (°1914, Manhattan) die met zijn bundel "Rescue the Dead" -
waaruit het gedicht Ritual Three werd gelicht - pertinent het thema rituele
moord als uitgangspunt neemt voor zeer persoonlijke bedenkingen en
emoties. Vervolgens is er aan de andere kant van de oceaan de Britse
dichter JAMES FENTON (°1949, Lincoln), de maker van het monumentale
epos "German Requiem"(1980), die een waar psycho-analytisch portret
schildert van de potentiële rituele moordenaar en daarbij nogal vaak
refereert naar de flagrante misbruiken en inherent aanwezig geachte
schendingen van mensenrechten in het huidig maatschappijgebeuren.  
Vervolgens is er de Pakistaanse dichter TAUFIQ RAFAT die met het
gedicht "Offer" duidelijk verwijst naar de toestanden in eigen land en de
problematische zijnssituatie van de mens van elke dag.  

De Russische dichter SUTSKEVER grijpt dan weer taferelen uit een
Rembrandt-tentoonstelling in Amsterdam aan om het beroemde Bijbelse
offer van Abraham en Isaak in zijn poëzie ten tonele te voeren.

En last but not least treedt de Ierse nobelprijswinnaar SEAMUS HEANY
aan met het gedicht "STROP" om een meesterlijke en sublieme
ontboezeming te vertolken van zeer humane emoties opgewekt door de
snode daad van afstraffing binnen een zeer hechte zwarte gemeenschap.
 Het is in feite een poëtische hekkensluiter van formaat die aan het
schrijnend betoog van dit artikel een "hemeltergend" mooi slot breit.

Aldus moge het duidelijk zijn dat de "rituele moord" als concept en
historisch gegeven gewis en zeker een reeks (met het ijs van angst en
verschrikking) gekoelde verzen heeft opgeleverd.  Voor de hete koorts
gloeiend op de wangen van elke dag kan men ze met mondjesmaat
nuttigen als een medicijn of als een lustdrankje tout court: "poetry on
the rocks" dus, geconsumeerd wellicht op de gammele barkruk van een
pijnlijke droom.

(
1) Zie: Dr.H.W.Obbink.  Mensenoffers in : OOSTHOEKS ENCYCLOPEDIE,
Deel 10, Oosthoek's Uitgeversmaatschappij, Utrecht 1962, p. 92
(2) Westermarck.  Origin and Development of the Moral Ideas- Part 1 - 2e druk,
London 1913.
(3)Marcel Hulspas & Jan Willem Nienhuys.  Tussen Waarheid en Waanzin.  
Uitgeverij De Geus, Breda 1998, p.347
(4) Zoals: St. Hugh van Lincoln (1255), St.Simon van Trente (1175) en 't Heilig
Kind van La Guardia (1491); zie: Haught J.A. Holy Horrors.  An illustrated
History of religious murder and madness.  Buffalo 1990.
(5) Marcel Hulspas & Jan Willem Nienhuys, o.c. p. 348


DAVID IGNATOW (°1914, Manhattan) (*)

HET RITUELE DRIEMANSCHAP

(In Engeland werd de langzame methodische foltering van twee
kinderen opgenomen op band door de moordenaars)

I

Stil is het in mij, nu ik
het kind begraven heb.
Ik rust uit, bevrijd van de bedreiging
van mijn vrede, daar ikzelf ook
niet lang meer hier zal zijn.
Wat ze zei was dat ze terug wou
naar haar moeder, God hebbe haar ziel,
en ik geloofde haar en dat
deden ook zij die haar vlees langzaam opensneden,
ofschoon het een ander moeder was
die zij voor hadden.
Laat mij rusten en bekomen van
hun wandaden
Zij waren mensen zoals ikzelf,
afgegleden weliswaar naar een
diepte die ik nooit heb gekend.

Daarom pieker is nu niet meer.
Ik wantrouw elke gedachte.
Ik grom in mijn diepten, ik proef
bloed dat vloeit over mijn tong en
geniet van zijn smaak.
Noem mij maar een creatuur, het kan mij
niet schelen;
ik ben tevreden met mijzelf,
ik heb hersenen die mij opbeuren.
Kom hier, dat ik je in stukken scheur,
het zal zijn van vangen wie vangen kan,
maar besef evenwel goed dat jij, verzwakt
door de afschuw van mijn woorden, gemakkelijk
kunt worden verslaan, zo geef je maar vreedzaam
over en laat mij mijn eerste
beet doen recht boven je hart.
Ik ben een gevoelloos mens, jouw leven viel
verloren in sentimenten.
Daarom ook ben ik vrij,
ik kende nooit genade.

II

Kind neergelegd in een eenzaam graf,
ik wil een krokodil zijn
die de messen opent van zijn m:uil.
Ik zal glijden door het moeras om
visjes en vliegen te vangen.
Geen mes zal ik planten in de huid,
noch neuzen afsnijden,
of genitaliën afrukken, daar kreten
uiteindelijk van uitputting vervagen.
Maar dreigend met opengesperde kaken,
zal niemand mij kunnen weerstaan tegen
de tijd dat ik droom volwassen te zijn;
en doelgericht en gedragsbewust droom dat
ook wij niet langer moeten leven als menselijke
wezens, en die kwestie zelfs niet hoeven te
overwegen om boudweg onze vrouwen en
kinderen te verjagen.  Want leven is handelen
in termen van de dood.


(RITUAL THREE)

(*) Uit: CONTEMOPORARY AMERICAN POETRY, second edition, edited by
DONALD HALL, Penguin Books 1988, p.47; vertaling: Henri Thijs




JAMES FENTON (°1949, Lincoln) (*)

EEN MOORDENAAR VAN STAFFORDSHIRE (fragment)

Elke vrees is een verlangen.  Elk verlangen vrees.
Sigaretten rokend onder de bomen, wachten de
Moordenaars van Staffordshire op hun mede-
Plichtigen en slachtoffers.  Elk
Slachtoffer is een medeplichtige.

Een gans mensenleven duurt het om naar het
Autopark te slenteren, even te pauzeren op de
Voetbrug om zich moed in te spreken en te kijken
Naar de stroom (met een oog) hoe de wilde eend
Achterwaarts diagonaal vooruitgang boekt.

Je zou er kunnen mee kappen en weglopen.  Het is
Nog niet te laat.  Maar je vrees is als een
Wandklok bij de laatste gonzende seconde net voor
Het uur, de hamer teruggetrokken, het hart gereed
Om te slaan.

Vrees doet de ontsteking ontstaan.  De kraan is
Geopend.  Je kunt nu leren wat je zou moeten weten:
Dat elke dag begint met een dode, dat de
Zelfmoord alleen reist, dat de moordenaar
Gezelschap nodig heeft.

En de moordenaars van Staffordshire, alhoewel ze
Nerveus zijn, zijn meesters in het verzoenend
Glimlachen.  Een sigaret?  Een tabletje in een glas?
Lust je een warm snoepje van de beroemde
gifmenger

Van Rugely?  Zij zijn van eigen makelij.
Nooit ontving hij er klachten over.
Hij spreekt over zijn slachtoffers als een sexuele
Bluffer maar dan met nadruk op het woord
"Bevrediging".

Je bent gevleid als nooit tevoren.  Hij waardeert
Waarlijk de kleine dingen - jouw bereidheid
Bijvoorbeeld om je lichaam aan zijn experimentn
Toe te vertrouwen.  Hij doorziet je intenties als
Niemand anders.

Grote delen van Staffordshire werden ondermijnd.
De bomen zakten weg tot aan hun kruinen.  Vissen
Nestelden in hun takken.   In een van de Vijf Steden
Verdween 's nachts een siervijver.

En sleurden de eenden mee naar de oude mijnaders
Beneden met een geluid als van een gigantisch bad
Dat leegloopt, wat op zijn beurt het geluid is van
Eenden in nood.  Aldus doodt de geschiedenis wilde
Eenden, terwijl we niets horen.


Of niet begrijpen wat we horen.
Zoals deze winter op vrijdag.  Vandaag is het heet.
Het koeiengras is zo hoog dat de kraan niet kan
Worden opgemerkt van op straat.  De bellen
Komen boven in het warme kanaal.  Onder de
Sluisdeuren hoor je wilde eenden.

Een meerkoet haast zich over het jaagpad, als een
Boodschapper van de Koningin.
Op het helipad stuurt een aankomst in blauwe
Livrei de schippers weg voor een dringende zaak.
Nieuws van een nederlaag.  Kalm blijven.  De
Kathedraal luidt.

Het huis bij de brug is het huis in je droom.
Het staart door nieuwe ramen, ongewone taferelen,
En de verf, dat is zeker, heeft geweend.
In de tuin, vijf gestreepte olietrommels.  Bloemen
In een autoband.

Dit waar de moordenaars werken.  Maar het is
Zondag.  De nationale feestdag van morgen maakt
Het mogelijk de bakstenen op te stapelen.  Begrijp
Je ?  Hij heeft aan alles gedacht.  Hij toont je de
Knusse kleine holte die hij "je toekomstig huis"
Noemt.

En "Weet je", merkt hij op, "ik heb mijn
Slachtoffers geteld.
Negenhonderd negenennegentig, het getal van het
Beest!  Dat maakt van jou...".  Maar hij merkt
Dat hij te ver ging:" Sorry, maar je had toch
Niet gedacht dat je de eerste waart?"

Een duizendtal predikanten, een duizendtal
Gifmengers,
Een duizendtal martelaren, een duizendtal
Moordenaars-
Natuurlijk zijn deze predikanten gifmengers, deze
Martelaren, moordenaars?  Natuurlijk is dat alles
Een gigantische vergissing?

Maar daar is absoluut geen vergissing in het spel.
God en het weer zijn prachtig.  Jij bent als een
Kluizenaar gekomen om te knielen bij je eigen
Begrafenis.
Kniel dan en bid.  In het lemmet flitst een glimlach.
Dit is jouw nieuw leven.  Deze moord is de jouwe.


(A STAFFORDSHIRE MURDERER)

(*) Uit:  THE PENGUIN BOOK OF CONTEMPORARY BRITISH POETRY,
edited by Blake Morrison and Andrew Motion, 1988, p. 112, vertaling: Henri
Thijs.


TAUFIQ RAFAT (*)

OFFER

Als hij het mes over de hals van de geit beweegt
Kan ik de punt op mijn keel voelen:
En als het bloed uit de halsader spuit,
Breekt mij het warme kleverige zweet uit.

Wij leggen de fundamenten voor het huis van een
vriend.
Na een kort gebed dat allen hier wonen
Gezegend mogen zijn, staan we dicht opeen in een
kring
Om het dier heen dat geofferd zal worden: het heeft
Een beschaafde, geduldige blik in zijn ogen.  De gloed
van de zon,

De hitte en de geur van bloed maken mij duizelig.
Mijn vriend hanteert het mes; het is een noodzakelijk
Deel van het ritueel dat zijn hand alleen
Het bloed zal vergieten.  Wat is het mes scherp!
De steek is wat onvast misschien.
Maar vergeef hem, dit is zijn eerste slachting.
Vier eeltige handen houden mijn spartelende benen
gevangen.

De kinderen zijn gefascineerd door het tafereel
En zien tevreden het bloed wegvloeien
In het haastig gegraven gat.  Twee spaden met
aarde
Zullen mij voor altijd bedekken.  Een witgebaarde
man
Galmt iets heiligs en gooit zwakjes het houweel
In de maagdelijke grond; fototoestellen klikken.

We leggen niet de fundamenten van een huis,
Maar van een ander Dachau.

(*) Uit:  STEM VAN ALARM, STEM VAN  VUUR, Geëngageerde poëzie uit
Latijns-Amerika, Afrika en Azië, Het Wereldvenster Bussum 1981, p.39.


ABRAHAM SUTSKEVER (*)

ISAAK'S OFFER

(Rembrandt-tentoonstelling Amsterdam)

Abraham's linkerhand ligt op het gezicht
van de uitverkoren gebondene, opdat hij in de
rechterhand, in het geslepen mes, niet ziet wie de
bevelhebber is en wie de slachter.
Maar in zijn sluimer ziet de gebondene
door de olijfboom-wortels zijn vaders hand op hem
toe komen, met ruisende korenaren op de schouders
dichter en dichterbij vliegend:
een engel of een meisje?

Zijn knie opgetrokken als een boog voordat de pijl
geschoten wordt.
Een blik vangt een andere blik in een speelse hemelse
verbintenis, zoals een duif een cirkel door de lucht
snijdt om een andere binnen de gloeiende kring van
gras en wolken te trekken.

O, de zoon wil het meisje kussen, dat de hand
verbergt.
Een roze nevel wordt zijn lichaam.  En lichamelijker
en groter dan hijzelf komt zijn vreugde op hem af.
Zijn enigheid.  Zijn wereld.
Maar plotseling - helaas: alles dooft uit.  En
Abraham's mes valt neer.


(*) Uit: HONDERD DICHTERS  uit vijftien jaar POETRY INTERNATIONAL
1970-1984, p. 201,vertaling: Mira Rafolowics, Judith Herzberg, Leo Fuks.


SEAMUS HEANY (°1939 Co-Derry) (*)

DE STRAF

De ruk voel ik
van de strop om haar
nek en de wind op haar
naakte romp.

Hij blaast haar tepels
tot kristallen kralen en
schudt het broze web
van haar ribben.

In het moeras zie ik
haar verdronken lichaam
liggen met de zware
steen, de drijvende
roeden en twijgen,


waaronder zij eerst
leek op een ontschorst
boompje opgegraven met
eiken botten en een
hersenvaatje;

haar geschoren hoofd is
een stoppelveld van
zwart koren, haar blinddoek
een slijkerige vod, haar
strik een ring om herin-
neringen aan de liefde
in te bewaren.

Kleine Deerne,
voordat ze je bestraften
had je blond vlashaar,
was je ondervoed en
je teerzwart gezicht heel
mooi.

Mijn arme zondebok,
bijna houd ik van je
alhoewel ook ik de
stenen van de stilte
zou gegooid hebben.

Ik ben de handige voyeur
van de uitgestalde en
verduisterde gaten in
je hersenen, het weefsel
van je spieren en al je
genummerde botten:


(*) Uit: The Penguin Book of CONTEMPORARY BRITISH POETRY, edited by
Blake Morrison and Andrew Motion, 1988, p. 29, vertaling: Henri Thijs.


(geplaatst op 16-03-2005)

terug naar boven
HET THEMA VAN DE RITUELE
MOORD IN DE POEZIE
door Henri Thijs