Copyright © 2002/ 2005: Het Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België). Tel. 013/33.55.16. Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor de standaardschermresolutie van 800 x 600.
ROBERT BLY (USA) vertaald door Henri Thijs
|
HET "IMAGISM" VAN ROBERT BLY door Henri Thijs
Tussen 1908 en 1917 ontstond er in de Amerikaanse literatuur een
stroming gebaseerd op de esthetische wijsbegeerte van T.E. Hulme: het
imagism. De voorman werd Erza Pound; groepsleden waren vooral Hilda
Doolittle, Amy Lowell en John Gould Fletcher. Zij keerden zich tegen de
nabloei van de romantiek en stonden een dichtkunst voor die werd
gekenmerkt door het gebruik van de gewone spreektaal, het creëren van
nieuwe ritmen, een absolute vrijheid in de onderwerpkeuze, een sobere,
van alle ornamenten ontdane stijl en het gebruik maken van zgn.
"Images", waaronder werd verstaan volgens Pound himself: "that which
represents an intellectual and emotional complex in an instant of time".
Praktijk en theorieën van de imagists hebben veel invloed gehad op
andere Britse en Amerikaanse dichters waaronder vooral ROBERT BLY.
Deze laatste bezingt in korte, heldere verzen, die sterker tot het
emotionele dan tot het strikt verstandelijke spreken, het landelijke leven
in de midwesterse staat Minnesota, zijn geboortestaat trouwens, waar hij
het levenslicht zag op 23 december 1926. Als oprichter-redacteur van
het tijdschrift THE FIFTIES en later THE SIXTIES en THE SEVENTIES
heeft hij een aanzienlijke invloed uitgeoefend op zijn tijdgenoten en op de
jongere generatie dichters in de U.S.A. In vaak bitse artikelen en
recensies heeft hij de Angelsaksische inslag en de traditionele retoriek van
veel eigentijdse poëzie aangevallen en gepleit voor een imagistische
poëzie van de stilte.
In de jaren zestig toonden zijn gedichten een toenemend politiek
engagement, in het bijzonder een afkeer van de Vietnamoorlog, en
verwierf hij bekendheid door het voorlezen van eigen werk op
protestbijeenkomsten. Daarmee, en met het vertalen van
Zuid-Amerikaanse en Europese dichters die hij bewondert (Vallejo,
Neruda, Jiménez, Trakl, Ekelöf e.a.), voorziet hij in zijn levensonderhoud.
Zijn werk is omvangrijk en omvat volgende bundels en verzamelingen:
Silence in the snowy fields (1962), The light around the body (1967),
verzamelbundels waarmee hij de "National Book Award" won in 1968, The
teeth mother naked at last (1970), Water, under the Earth (1972),
Jumping out of bed (1973), Sleepers joining hands (1973), Old man
rubbing his eyes (1974), Point Reyes poems (1974), The morning glory
(1975), Leaping poetry : an idea and translation (1975: essay), This
body is made of camphor and gopherwood (1978), This tree will be here
for a thousand years (1979), The man in the black coat turns (1981),
Selected Poems (1986).
Volgens Donald Hall in zijn prachtige verzameling Amerikaanse dichters in
de Penguincollectie vertegenwoordigen de gedichten van o.a. Robert Bly
een nieuwe beweging in de Amerikaanse poëzie die absoluut breekt met
de vroegere Eliottraditie. Deze stroming is essentieel subjectivistisch
zonder nochtans autobiografische trekken te vertonen. De verzen
communiceren in beelden, waabij men moet opletten ze niet te willen
vertalen in abstracties, want dan belandt men op een vals spoor.
Daarentegen vereisen zij een open houding zodat zij kunnen
binnendringen in ieders gedachtegoed met een eigen idioom dat sterke
bindingen heeft met het expressionisme: zoals de plastische kunstenaar
gebruikt de auteur vrije fantasie en ongedwongen afwisseling (zelfs
verwarring zaaiende elementen) om eigen en universele gevoelens kleur
en harmonie te schenken.
Uit de hierboven genoemde bloemlezing van Hall koos en vertaalde Henri
Thijs 4 gedichten van Robert Bly die op indringende wijze de hierboven
geschetste karakteristieken duidelijk schragen.
VIER GEDICHTEN VAN ROBERT BLY
GEDICHT TEGEN DE BRITTEN
I
De wind in de vlierbomen
lijkt op ritjes bij valavond op een wit paard,
Oorlogen voor je vaderland, en het bevechten van de
Britten.
II
Ik vraag mij af of Washington ooit luisterde naar de bomen.
De hele ochtend heb ik gezeten in het gras,
dat mijn uitzicht belemmert onder de bomen,
Heb ik geluisterd naar de wind in de bladeren.
Plots realiseer ik mij dat er nog iets moet zijn:
er is ook nog de wind in het hoge gras.
III
Er liggen paleizen, boten, stiltes tussen witte
gebouwen
Ijskoude dranken op marmeren spitsen tussen koele
kamers;
het is goed arm te zijn, en te luisteren naar de wind.
* * *
WAAR WE HULP MOETEN ZOEKEN
De duif is teruggekomen; hij vond geen
rustplaats; hij vloog de hele nacht
boven de golvende zeeën;
Onder hooggewelven
zal de duif het bed van de tijger vergroten;
Geef de duif vrede.
De staartzwaluwen verlaten de vensterbank
bij dageraad;
Bij valavond zullen blauwe zwaluwen
terugkeren.
Op de derde dag zal de kraai gaan
vliegen.
De kraai, de kraai, de spinkleurige
kraai,
De kraai zal nieuwe modder vinden
om op te lopen.
* * *
ZONDAG IN GLASTONBURY
Ergens buiten in nietige voorsteden
waar het licht schijnt door de muren
te stralen.
Als twee open graven
staan mijn zwarte schoenen op de vloer.
De gordijnen weten niet wat ze
nog moeten verhopen, maar
blijven toch volgzaam.
Hoe vreemd te denken aan India!
Rijkdom is niets dan een tekort aan mensen.
* * *
RIJDEND NAAR DE LAC QUI PARLE-RIVIER
I
Met de wagen onderweg; bij valavond; Minnesota.
Het stoppelveld vangt de laatste bloei van de zon
op.
Sojabonen ademen ten allen kant.
Oude mannen rusten voor hun huizen op autozetels
in de kleine steden. Ik ben gelukkig,
als de maan opkomt boven de kalkoenenstallen.
II
Het wereldje van de auto
duikt onder in de diepe velden van de nacht,
op de weg van Willmar naar Milaan.
Deze eenzaamheid bedekt met ijzer
graaft zich een weg door de velden van de nacht
doordrongen van het geluid van krekels.
III
Bijna in Milaan, plots een bruggetje,
En water dat knielt in het maanlicht.
In de kleine steden worden de huizen loodrecht op de
grond gebouwd;
Het lamplicht rolt op handen en voeten in het gras.
Wanneer ik de rivier bereik, heeft de volle maan ze al
toegedekt;
Enkele mensen praten gedempt in een boot.
(geplaatst op 13-03-2005)
terug naar boven
