Copyright © 2002/ 2005: Het Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België). Tel. 013/33.55.16. Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor de standaardschermresolutie van 800 x 600.
Victoria Edwards Tester Keuze en vertaling: Henri Thijs
|
V.E. TESTER of de Poëzie van de Verzoening door Henri
Thijs
Victoria Edwards Tester heeft Engels onderricht in Peru, werkte als een journaliste
in Egypte en als fotografe aan de Mexicaans-Amerikaanse grens. Zij studeerde
literatuur, creatief schrijven en kunstgeschiedenis aan de universiteit van
Houston, waar zij ook opviel als een fervente activiste tegen de Golfoorlog; tevens
was zij een grensrechtenactiviste die overgesmokkelde verhalen verzamelde en
vertaalde. Zij onderbrak haar doctorale studies in 1994 om een meer
teruggetrokken leven te gaan leiden in de bergen van New Mexico. Haar boek
“Miracles of Sainted Earth” won de Willa Literaire Poëzieprijs in 2003, een prijs
toegekend aan boeken die in de geest van Willa Cather, het de levens van
vrouwen in het Zuidwesten beschrijven. Zij is ook de auteur van een
memorandum “Dying in the City of Flowers”, die haar hartverscheurende
zoektocht naar haar kind in Peru beschrijft. Recent heeft zij op verzoek van een
Hollywooddirecteur een filmscenario geschreven dat handelt over de jacht op
vluchtelingen aan de grens met Mexico. Tegenwoordig werkt zij met veel ijver aan
twee projecten: een verhalenbundel verteld in de taal van vijftien vrouwen uit het
historisch landsgedeelte van New-Mexico, en een film over de Ierse hongersnood
die zal worden vertaald in het Ierse Gaelic. Tussendoor houdt zij zich soms ook
nog bezig met het onderwijzen van een schrijfcursus aan de Universiteit van New
Mexico.
Victoria Edwards Tester spreekt in haar verzen als een vrouw die weet wat het
betekent als schrijver om gecensureerd te worden en die dienvolgens ook
categoriek weigert zichzelf enigerlei beperking op te leggen. Haar poëzie luistert
naar het verleden en naar schepsels, landen en geesten die de meesten onder
ons absoluut niet kennen.
Daarom is haar poëzie ook diep geworteld in New Mexico en zijn bewogen
geschiedenis. Maar zoals elke goede poëzie overschrijden haar verzen die grens
fundamenteel en zijn ze universeel genoeg om waarden en culturen te
propageren die in heel de wereld opgeld maken. Daartoe maakt zij overvloedig
gebruik van metaforen die onwaarschijnlijk en zelfs mysterieus overkomen omdat
zij poogt op deze wijze te verzoenen wat rationeel en reëel ogenschijnlijk niet
mogelijk is. Haar werk is dan ook een constante interactie en mengeling van
verbeelding en intuïtie die landschappen, toevallen, liefde en tragedies aan elkaar
weet te weven.
VIJF GEDICHTEN VAN VICTORIA EDWARDS TESTER
HUIZEN VAN ZOUT
De man die mijn gezicht niet herkende
ging buiten als de zee,
met de droevigste foto in de wereld bij zich.
Ik ging zitten in elke stoel van mij,
en vond niets gebroken.
Mijn handen vonden de botten in mijn keel,
en ik dacht eraan
dat er niets zou te eten te zijn in huis.
Ik zag hoe hij de lucht had ingebed
met anjers van zout.
En ik stond op en begon huizen van zout te maken.
Huizen van zout, netjes gekapt met witte anjers,
té mooi om ongeloofwaardig te zijn.
Open jouw ogen in zout en wens dat je dood zou zijn.
Bijt in een anjer,
en weet dat binnen een kind een rij
vorken op tafel aan het leggen is, en elke vork kust
terwijl hij ze schikt.
Dat een vrouw die niet kan eten reikt in haar borst
en een kleine witte doos te voorschijn tovert.
Ze openend met de hoop op muziek
vindt zij de botten van haar grootmoeders pols.
Maar de delicate beenderen van de polsen
van hen die zich ons niet kunnen herinneren
zijn de kristallen scharnieren die ons leiden door deurgaten,
en zelfs de huizen van zout hebben hun vensters,
waar het licht te helder is om te worden gestoord door de stem.
En als mijn kind droevig binnenkomt,
zeg ik dat de droevigste foto in de wereld
maar een vleugel is geplooid onder de arm van een vreemdeling.
Dat zijn eigen arm maar de pure curve is
die hem zeilde in de wereld.
En als hij vraagt wat het tegengestelde van een huis is,
moet ik zeggen dat de deuren niet tegen ons gekant zijn,
en een bepaald zoetigheidje vinden voor op de punt van zijn tong.
(SALT HOUSES)
*
AREQUIPA, 1988
Plots is wat je hebt genoeg.
Duizend vogels zouden zich kunnen voeden met jouw kruimel,
maar geen enkele daagt op.
Alles rondom jou, de plaza, de straten
lopen vol met mensen die zijn gekomen om te vechten
voor hun erfenis.
Het wordt donker, en zij moeten hem hebben
alvorens de cirkelende vogels nestelen in de purperen spleten
van de Nationale Kathedraal.
Jij bent niet losgeraakt van de vogels,
Jij hebt al de lichte en het donkere kant gezien
onder hun uitgestrekte vleugels.
Jij kent de verstikkende hemelvaart
zoals een kaars gestoken in de keel,
en hoe iedereen dan nadien moet gaan
neerliggen ziek op de publieke banken.
Maar vanavond weigeren de mensen te kijken,
zij kijken voor zich uit als stille monumenten.
Geen enkele borstelt jou toevallig met
zijn schouder, of kijkt naar jouw uurwerk.
Hadden zij dat gedaan, zou jij jouw kruimel
aangeboden hebben. Het zou genoeg geweest zijn.
Iedereen zou naar huis hebben kunnen gaan,
rechtop gaand.
*
VOOR YANNIS RITSOS 1989
Vorige nacht sprak een vriend over jou
en over de bomen in zijn tuin in Athene,
en glimlachte toen hij zich de boom
herinnerde die zijn oude peetvader
had gecreëerd,
een kruising, een mandarijn wiens fruit
bijna een perfect vierkant was,
zoals niets anders in de natuur.
De gedachte eraan scheen hem
kracht genoeg te geven om jou te beschrijven
met een ingehouden stem:
een stralend man die de kamer was betreden
in een onopvallend hemd,
een man die had geleden. Hij pauzeerde,
alsof hij aan het denken was hoe ’s nachts
alle bomen zo zwart zijn.
Of alsof hij zachtjes een van
van de vierkante sinaasappels omsloot
in zijn hand zonder het te merken.
En in die pauze, omdat jij bestond,
waren we beiden stil, en gelukkig.
(FOR YANNIS RITSOS,89)
*
DECEMBER
1
Mijn hart is een bevroren ijzeren bedkader
in een wit gewassen huis op Kreta.
Wanneer mijn tong het bevroren ijzer aanraakte
wist ik dat is rustig zou ademen tot aan de lente.
.
2
In de wnter verliezen de gedroogde bloemen
Op de graven hun tweede levens.
Ik verlies het mijne ook, degene ik nam
uit de oven van jouw handen.
’s Nachts ontwaken jouw handen al pratend
Katholieken aan de ene,
Katholieken aan de andere zijde,
Dood is alleen maar de lijn tussen jullie.
3
Jij noemt mij Papa
Omdat jouw moeder jou Mama noemde
Omdat haar vader haar Papa noemde.
Met jouw linker hand schommelt jij
de wieg van een Verenigde Arabische Volksrepubliek.
Met jouw rechter schudt jij het kind
dat ons nooit zou verbinden
met de brug van zijn handen.
4
Op school leren zij mijn levend kind
waarom uien onze ogen doen tranen.
Thuis, maakt hij een lijst van iedereen
die elke hoop is vergeten.
Hij wil ons een tweede kans geven.
Hij doorkruist zijn eerste naam
en neemt zijn tweede, Joseph,
hij die zal schenken.
5
Ik kan naar elke plaats op de kaart van Kreta gaan
maar ik kan niet de stilte aanraken die voor
of na de Arabische lettergrepen komen
die betekenen dat we gehuwd zijn.
Ik spaar mijn pennies om naar Kreta te gaan.
’s Nachts graaf jij ze uit in de tuin
om de elektriciteit en de boeken te betalen.
Elke keer dat ik een penny uitgeef om het licht aan te doen
In Houston, zegt een ster amen!
en sluit zijn deuren als een fabriek.
6
Zelfs in de sauspanmelk is het niet slecht.
Het vloeit over als grijze duiven op de stoof.
De laatste cent die ik heb verborgen in mijn zak
belet jou van te ontdekken
dat het vogelnest verdwenen is op de schouw,
en dat er een land is in het hart
waar het huwelijk illegaal is.
7
Jij bent meer melk gaan halen,
Mijn echtgenoot, mijn lamp, mijn briljante dectectief.
Mijn kind zegt, Kijk, Ik heb de Kerstengel gekookt.
Maar ik ben wakker gebleven heel de nacht om het
Arabisch woord om stil vaarwel te zeggen te vervoegen.
(DECEMBER)
*
DE OORLOG
1
Charles Simic, kun je me horen?
Ik ben gescheiden van het bot van mijn land.
Januari, de telefoon van mijn bloed rinkelt.
2
Ik wil een moord aangeven.
Hij werd voltrokken tussen een piano en Washington,
een alfabet en Bagdad,
een slechte God en een mooie rat.
Hij werd voltrokken tussen de ochtend dat
ik de nieuwe adem van kinderen voelde
en de nacht die ik doorbracht met het vragen aan een hond
waarom de sterren belangrijk zijn.
3
Een beroemde professor mailt mij een uitnodiging
gegraveerd op een korrel zout.
De korrel zout is de witte planeet van de universiteit
Waar de rechtschapenen samenkomen, verantwoordelijk voor een volkstelling
4
Kinderen die worden geïnterviewd verklaren
Dat een kind verwacht te zullen sterven in het zonlicht,
Terwijl het een ei in een lepel balanceert.
De inscriptie op het ei
is enkel in het Arabisch want ik ben broos.
5
Vandaag trachtte het Nieuwe Jaar te springen van het dak
van het huis. Aswoensdag sprong binnen.
Mijn orthodoxe buur legt uit dat zelfs het einde
van ongeluk verboden is.
6
Zomer, ik lacht toevallig opnieuw,
en vind mijzelf terug op mijn knieën op de Heights Boulevard en de Negende.
Mijn zicht: de hemel valt neer
op het blinkend hoofd van generaal Schwarzkopf.
7
Ik vraag augustus, de maand die de president hat,
om zo mooi te zijn als nooit voorheen.
Ik vraag aan de wind om de duimen uit te wisselen
van de president en Muammar Qaddafi.
8
Ik lach weer: mijn zoon vertelt mij twee maal over de
Zeeotter die springt over de rug van een coyote.
Ik laat mijn huishouden mij stil tateren als het kwade.
Hoe kan ik weglopen van de vreugde of de geschiedenis in mijn longen?
(THE WAR)
Uit de cyclus : "From Here is the Rose"
Bron: The Drunken Boat
(geplaatst op 24-11-2005)
terug naar boven
