Copyright © 2002/ 2006: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje, Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken met en
werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
SOLDATEN

De derde keer dat Roger thuis kwam met zijn slonzig haar, de geur van het
parfum van die andere vrouw en een zwak veegje van haar lippenstift op zijn
kin zoals de stervende schil van een regenboog – de derde keer dat dit
gebeurde, begon Cheryl met het maken van een aantekening in haar
purperen dagboek  Veel meer kon zij niet doen.  Zowel haar verstand als haar
hart spoorden haar aan iets te zeggen, iets drastisch te ondernemen, maar
telkens zij dat wou doen, vocht haar keel terug, en neep alles dicht zodat
haar hart niet kon ontsnappen; ook haar schedel bood weerstand, en
rammelde haar hersenstam, lob en pijnappelklier tot een nog nooit eerder
gevoelde hoofdpijn van explosies. Daarom kocht zij, in plaats van iets te
doen, een purperen notitieboekje dat zij opende onderwijl de eerste bladzijde
mooi gladstrijkend.  Zij trok drie dunne, eenzame lijnen zoals uitgehongerde
soldaten.  

De volgende avond was zij lasagne aan het bereiden toen hij binnenkwam.  
Zij rook hem al toen hij nog maar net de deur achter zich sloot.  Hij stonk; de
geur drong de keuken binnen, verdrong de lasagnegeur door het raam naar
de straat.  Zij dacht aan voorbijgaande buren, die de geur zouden opsnuiven
en denken aan de goede, mooie dingen die plaatsgrepen in haar huis.   
Daarom bleef ze glimlachen en trok, nadat zij gegeten hadden en de afwas
gedaan, een vierde dunne lijn in het notitieboek.  
’s Nachts ging hij weer weg.  De klok wierp neon schaduwen op haar gezicht:
drie uur in de morgen.  Zij lag op haar rug, vlak tegen de matras; de
hoofdkussens waren al uren geleden op de grond gegleden maar zij deed
geen moeite om ze op te rapen.  Aan de andere kant van het bed, zonder
haar aan te raken en met zo’n twee voet van gekreukt laken tussen hen,
sprong Roger uit het bed en schuifelde naar zijn kleerkast.  Hij trok een stijve
jeansbroek aan, nam zijn jas uit de kast en was weg.

Cheryl luisterde naar de deur vallend in het slot, die vlugge en stille
ontmoeting van de klink en het slot dat allerlei soorten van geheimen in de
geest losmaakt.  Zij wachtte een ogenblik tot zij zeker was dat hij genoeg tijd
gehad had om het huis te verlaten, slofte dan naar de keuken voor een glas
water.  Zij pauzeerde even aan het  raam, een oneffen gat in het rottend
hout waarover een vuil muggenzift was getrokken.  Zij dronk het water en
plaatste dan haar glas boven op de hoop vuile borden die de kleine gootsteen
bedekte, en wandelde daarna naar de kleine zitplaats waar zij het purperen
notitieboek had gestapeld tussen een  flutroman en een oude atlas.  Cheryl
nam het notitieboek, en trok met een potlood een diagonale streep door de
andere vier lijnen, en bekeek daarna het resultaat.  Ze zagen eruit als een
soort vervloekt symbool, een roepende geest.  Zij sloeg het boek toe terwijl
ze zich afvroeg hoe lang het zou duren met Roger vooraleer elke bladzijde
van het boek gevuld was.





Sarah vond het notitieboek.  In de blauwe schaduwen van slapeloosheid, was
zij geslenterd van haar kamer op het einde van de gang naar de zitplaats en
stond voor het boekenrek om vier uur in de ochtend.  Zij had een boek uit
het rek genomen, naar de omslag gekeken en het weer teruggestoken.  En
zo opnieuw en opnieuw.  Tot haar oog op iets viel.  Het was purper.  
Een dagboek.  Zij nam het mee naar de sofa die tegen het open raam stond.  
Een melkachtig licht sijpelde door het glas.  Zij opende het boek.
De eerste bladzijde was recto/verso gevuld met strakke lijnen die een totaal
van 49 dunne strepen vormden.  Zij bladerde door de rest van het boek.  
Leeg.  Zij zocht naar de laatste bladzijde in de hoop iets te vinden dat daar
gedrukt stond zoals een inleiding in een teruggaand dagboek.  Maar niets.
Dan kwam Roger binnen.  Hij duwde voorzichtig de voordeur open, deed ze
zo stil mogelijk op slot alsof ze omringd was met fluweel.  Dan trok hij zijn
schoenen uit en zette ze in de kast.  Zijn dochter observeerde hem vanuit de
schaduw, zich afwendend van het maanlicht zodat hij haar niet kon zien.  
Maar haar voorzichtigheid was helemaal niet nodig.  Roger keek zelfs niet in
haar richting.  Hij schuifelde zachtjes door de gang naar zijn slaapkamer, ging
op de matras liggen zoals voorheen en sloot zijn ogen.  Cheryl kneep haar
ook eigen ogen hard dicht.
In de zitplaats slaakte Sarah een zucht van verlichting.  Het was alsof haar
adem haar omsloot als een onzichtbare wolk, iets té delicaat om te zien, dat
een vreemde geur had: iets gebotteld en zuiver.  De fles was als gesponnen
glas, een nietig broos flesje dat purper glinsterde in het licht.  Zij snoof de
geur op.  Neen. Dat was niet haar adem.



Tijdens de  nacht van de zesde maand van hun relatie, deinsde Roger terug
van Adèle toen zij parfum op haar schouderbladen spoot en ook tussen haar
dijen.  De fles was van gesponnen glas, een nietig broos flesje dat purper
glinsterde in het licht.

“Doe dat niet, Adèle.” Hij greep naar het flesje.

“Dit is de fijnste parfum van Frankrijk,” zei ze hem.  Haar stem klonk mooi,
haar Frans accent gaf een lichte, lieflijke hapering aan haar woorden.  Het
deed hem ernaar verlangen haar mond te kussen, de wonde die het begin
was van het fluwelen pad naar haar strottenhoofd. “Ik gebruik het enkel voor
jou.”

“Mijn vrouw…”

“Jij zei toch dat je niet meer van haar hield.”  Zij zette het flesje neer. “We
kunnen naar Frankrijk terugkeren.”

Hij schudde zijn hoofd, in een zwakke poging om het dilemma te verklaren.  
Maar wat eerst zo eenvoudig had geleken in zijn geest smolt nu weg uit zijn
kop naar de wolken van haar schoonheid, haar accent.

“Jij wil mij toch niet verlaten?” Zij trok haar volmaakte wenkbrauwen omhoog,
keek door haar raam naar de opwaaiende zandstormen, de verspreide
caravans in glanzend geel en bruin geverfd.  Ergens boven de krakende,
rottende grijze daken en uitgeputte bomen, cirkelde een kraai op een
onzichtbare draad van de hemel, op en neer gierend.  Gemengd met het hete
zand, dwarrelenden lege blikken en stukken oud papier in de wind al maakten
zij deel uit van een kronkelende, lelijke dans.  Pueblo Pintado, New Mexico.  
Roger beet op zijn lip.

“Je weet toch dat ik deze plaats haat.”

“Ik heb bijna genoeg gespaard voor twee tickets...naar Frankrijk, we zullen
daar een ander leven leiden.  Geen caravans.  Geen zand.”.  Zij wreef over de
palm van zijn hand, dan over zijn arm naar zijn hals.  “Paris...”.  Zij
masseerde zijn schouders voor een ogenblik, en trok dan zijn hemd uit.  Hij
gaf zichzelf verloren over aan de vertrouwde ritmen van verboden comfort en
gevaarlijk plezier, de paradoxen van zijn leven en zijn geest.  Zoals een leeg
blikje van een jongetje rolt van een koord op de grond, verloor hij zichzelf in
haar strelingen en bewegingen, haar tong, handen en holten en haar
vergiftigde mooie woorden.




Roger zag er uit als een man om te schilderen, speciaal nu, met zijn sterke
lichtjes opgeheven kin en zijn grote heldere ogen die langdurig gefixeerd
bleven op zijn dochter.  Ook Sarah zag er bekoorlijk uit, met haar bleek haar
waaiend rond haar schouders.  Zij was op het hoogtepunt van de
adolescentie, met een voet de kaap van de jeugd van zich afstotend en met
de andere al op weg naar het illustere onbekende en nog half vasthangend
aan de dingen die zij kende.
Zij stonden barrevoets op het zand, zo een driehonderd mijlen van thuis,
kijkend hoe de zee zich vouwde en weer ontvouwde op het land.  Roger’s
verroeste jeep, met zijn gedeukte bumpers en gebroken koplampen, stond
naast hen op de grintweg. En het was alsof ook hij gefascineerd keek naar de
oceaan en grijnsde naar het donkerblauw water en de witte brekende golven.
Zij deden deze uitstap tweemaal per jaar, alleen zij met hun tweetjes.  Sarah
en Roger hadden altijd al gehouden van de zee en van die reusachtige natte
paraplu’s van golven. Cheryl, met haar grote angst voor elk water dat groter
was dan de kleine kuip in hun badkamertje, verkoos daarom thuis te blijven.  
Zo kwam het dat vader en dochter vijf uur lang reden op vuile grindwegen in
de verroeste pickup om toch maar de oceaan te zien.  Gewoonlijk praatten zij
vijf uren lang over de school, Europa en de zee.  Roger moest altijd haar
kuiltjes in de wangen en haar heldere stem bewonderen, en altijd dacht hij
dan dat ze hier niet thuis hoorde in dit verroeste voertuig rammelend over
een enge straat omgeven aan alle zijden door korrelig zand.  Zij paste hier
niet, verdiende meer dan wat hij en Cheryl haar konden bieden – een armzalig
bed,  twee gedeukte koffers voor haar kleren, en zandkorrels bij de vleet die
alles doordringden, de vloer bedekten van haar slaapkamer en hun weg
vonden in haar eten, haar schoenen en haar haar.  Wat zij verdiende,
mijmerde hij verder, terwijl hij toekeek hoe zij het water observeerde, was
wat Adèle hem altijd beloofd had.  Vliegen over deze golven, ver weg van de
hitte en het zand en de afgebladderde verf, en, zoals een droom, ergens
anders landen – in een stad zoals Parijs.  Hij verlangde daar zelf zo intens
naar.  Nog intenser wenste hij het zijn dochter toe.  
Roger merkte dat Sarah’s gezicht veranderd was de laatste tijd, en langer,
dunner, zeg maar ouder geworden was.  Zij was ook langer geworden ook.  
En er was iets in het vocht van haar ogen dat gekwetst en vermoeid leek.  Hij
zuchtte.  Hij dacht aan alles dat haar nog te wachten stond, de veranderingen
en pijnen van het groeiproces, de afstand die zij weldra van hem nemen zou.  
Hij dacht aan de jongens met hun vuile fietsen en afgedankte CD-spelers die
hun grote begerige ogen zouden laten vallen op haar lichaam; aan de huizen
waarvan zij zou gaan dromen om in gaan te wonen, vrij van zand en geuren
en goedkope enge bedden; aan de eenzaamheid die aan haar zou gaan
knagen naarmate zij verder opgroeide.  Iets in hem deed pijn bij de gedachte
dat zij dat alles alleen, op eigen kracht, zou moeten gaan doormaken.
En dan begon hij te panikeren.  Hij stelde zich voor wat er zou gebeuren als
zij ooit iets zou te weten te komen over Adèle, dat hij en Cheryl niet meer
samen sliepen, niet meer praatten tegen elkander, zelfs zoveel mogelijk
vermeden elkaar nog aan te kijken.
Roger gluurde opnieuw naar Sarah, en hij zag een diepe, blijvende frons in
haar wenkbrauw die daar niet was de vorige keer dat zij deze uitstap hadden
gedaan.
“Sarah?” Hij legde een warme hand op haar schouder, maar zij wees die af.  
De zon glinsterde op de golven en wierp purperen vlekjes in haar ogen.  Een
koude, onverklaarbare golf van angst overviel hem; hij proefde zout onder
zijn tong en voelde dat zij het wist.





Die nacht hield Cheryl haar man tegen toen hij zijn benen over de rand van
het bed zwierde en zocht naar zijn schoenen.  Zij legde haar hand vriendelijk
op zijn schouders.

“Ga niet.”

“Cheryl?”  Hij deed alsof hij verward was. “Wat is er,” Zij ging rechtop zitten,
en deed de lamp aan.  Zij keken beiden in het verblindend licht.

“Roger, voor welke reden ook je om mij niet meer geeft.”  Zij wreef over het
laken op haar schoot en keek naar de zachte schaduwen op de muur achter
zijn schouders. “Wat zal er met Sarah gebeuren? Zij zal het vlug gaan
ontdekken.  En als zij het gaat te weten komen, zal zij...”
Hij wist wat zij bedoelde.  Hij liet zijn schouders hangen en leunde zijn hoofd
tegen de muur.  Vermoeidheid overviel hem; hij was dat opstaan in het
midden van elke nacht zo moe geworden evenals Adèle’s beloften, zo leeg en
hopeloos als haar purperen parfumflesje.  Dan begon hij aan Sarah te denken
en hij werd overspoeld door een plotse en andere soort van energie.  Hij
stond opnieuw op.

“O.K.  Ik zal haar niet meer opzoeken.”

“Beloof het me.”

“Ja.”

“Anders ga ik weg van je.  Ik doe het.  En ik neem Sarah met me mee.  Ik ben
niet van plan haar hier achter te laten in deze rotzooi met haar vader...”  Haar
stem stierf langzaam weg. “Zij kan zo niet opgroeien in dit gat.”

Hij knikte.

“Kom dus terug naar bed,” zei Cheryl.

Roger keek naar haar gezicht, naar de versleten kaken van haar wangen en
het verwarde haar.  Zo anders als bij Adèle.  Hij zag iets van het veranderend
gezicht van zijn dochter in het vermoeide gelaat van zijn vrouw.

“Ik ga wat sigaretten kopen; ik kan niet slapen.” Hij trok zijn schoenen aan,
en bond met ruwe, boze rukken zijn veters aan.  Cheryl ging op haar knieën
zitten op het bed.

“Ga niet,”

“Ik ga alleen maar een pakje sigaretten kopen, ik beloof het je.”

Zij beet op haar lip.  “Als je niet terugkomt met sigaretten, ga ik weg.”

Hij knikte. “Ik zweer.  Ik zweer voor God, Cheryl.  Ik ga alleen sigaretten
kopen.”

“Ga nooit meer naar die vrouw.  Nooit meer.”

“Alleen maar sigaretten.”

“Of je zult je dochter niet weer terugzien.  Kom terug met de sigaretten,
Roger.”

Hij greep zijn sleutels en ging weg.




Roger’s truck bromde als hij de parkeerplaats opreed van het enige
benzinestation in de stad.  De lichten binnen waren uit; het leek gesloten.

“Verrek.” Hij stapte toch uit en begaf zich naar de afgesloten deur van de
winkel.  Hij trok aan het handvat.  Gesloten.

“Verdomme, verdomme!”  Hij rammelde aan de deur zijn frustratie af en
stapte terug in zijn wagen.  Er waren geen andere winkels in de buurt; de
meest nabije supermarkt of benzinestation was een goede vijftien minuten
rijden van hier.  Hij dacht eerst van terug te keren naar Chery om haar te
zeggen dat het benzinestation gesloten was, maar kwam vlug op zijn besluit
terug.  Hij had die sigaretten nu echt nodig.  Zo startte hij de motor opnieuw
en zoefde weg van het parkeerterrein met gierende banden en opwaaiend
stof.  

Aangekomen in de volgende stad, sprong hij uit zijn truck en duwde de
deuren van de A&P open.

“Een pakje Camel”, zei hij tot de man achter de toonbank.

“Is een light pakje O.K.” vroeg de man.  Roger knikte.  De man nam de
sigaretten en plaatste ze naast het kasregister.

“Nog iets?”

Roger pakte nog een aansteker uit een toonbankrekje en legde hem naast de
sigaretten.
“Deze twee.  Dat is alles.” Zei hij met een diepe zucht.

“Vijf dollars”.

Roger tastte in zijn broekzak en bevroor bijna.

“Shit.” De man staarde onverschillig naar hem, wachtend op zijn geld. “Ik heb
mijn portemonnee gestoken in mijn jas thuis.”

“Het spijt me.” De man haalde zijn schouders op en greep naar de sigaretten
om ze terug in het rek te plaatsen.

Roger stak zijn hand uit om hem tegen te houden. “ Neen. Wacht.”

“Heb je geld of niet?”

“Ik heb deze sigaretten nodig.”

“Niet, als je er niet voor kunt betalen.”

“A.u.b. Mijnheer, ik heb deze sigaretten echt nodig.”

“Ze kosten vier dollars and vijftig centen.”

“A.u.b. Ze zijn zeer belangrijk voor mij.  Luister...”

“Jij kunt er niet voor betalen.”

“Verrek.” Mompelde Roger met ingehouden adem.  Hij sloeg op de toogbank.”
Verrek!”

“Ik zal U moeten vragen om de zaak te verlaten als je daar niet mee stopt.”

“Kan je me dat pakje nu niet geven en ik kom morgen zeker terug met het
geld.  Ik beloof het je, ik zweer het.”

“Ik kan dat niet doen.”

Hij keek naar zijn horloge.  Cheryl zou nooit geloven dat hij niet bij Adèle was
geweest als hij thuis kwam zonder de sigaretten.  “Ik heb ze nodig.  Ik wil al
het mogelijke doen.”
“Het spijt me.”  De man legde de sigaretten terug in het rek achter de
toonbank.

“Ik wil er voor werken.  Ik...ik zal je wat verkopen.” Hij deed zijn horloge los
van zijn pols. “Hier neem mijn horloge.  Ik heb deze sigaretten nodig.”

De man schudde zijn hoofd.  “Als je geen geld hebt om iets te kopen, moet ik
je vragen om de zaak te verlaten.”

“Ik kan niet weggaan.  Ik heb sigaretten nodig.  Shit, geef mij je goedkoopste
pakje.  Neem mijn horloge, het kan mij niet schelen.  Neem mijn hemd, ik heb
het niet nodig.  Maar ik moet sigaretten hebben.”

“Dat kan ik niet doen, het spijt me.”

“Ik wil alles doen…om het even wat!”  Hij hoorde zijn stem zich verheffen in
uiterste wanhoop, en voelde een vloed achter in zijn keel, in zijn ogen.  Het
leek erop dat hij ging verdrinken.  Maar hij kon niets meer aanvangen; Cheryl
zou niet geloven dat hij de sigaretten niet had kunnen kopen; deze man
weigerde ook maar een duimbreed toe te geven; zij zou weg zijn voor het
ontbijt, en Sarah met haar, wellicht zwaaiend met een paar bezittinggen in
plastieken zakken.  Alles was verloren.  Hij kon niet meer teruggaan naar
Adèle.  Hij zou het nooit halen op weg naar Frankrijk, zelfs niet buiten dit
trailerpark.  Neen, als er al ooit een doel in zijn leven geweest was, was dat
nu definitief uitgeroeid.  

A.u.b.,” hoorde hij zichzelf zeggen in een krakende, natte stem die de zijne
was en niet was.” Geef mij toch een sigaret.  Of geef mij een halve sigaret...”



Enkele minuten later, verliet Roger de A&P, achterna geroepen door de
winkelbediende die dreigde de politie te bellen als hij nog in voet in de winkel
zette zonder te willen betalen.  Hij opende het portier van zijn truck en stak
zijn hoofd tussen de passagierszetel en het dashboard  op zoek naar wat
achtergelaten wisselgeld.  Hij vond een cent en legde die in de zweterige palm
van zijn hand.





Misschien, dacht hij, heel misschien, kon hij genoeg geld bijeen rapen op de
stoffige vloer van zijn truck en in de spleten van het trottoir buiten om een
goedkoop pakje sigaretten te kopen.  Hij vond twee vijfcentstukken en een
penny en sloot verbeten zijn vuist rond het heet, vuil metaal van de
geldstukken alsof hij de hoop zelf vasthield tussen zijn vingers.





(geplaatst op 07-06-2006)

terug naar boven
MARIEL BOYARSKY (USA)
keuze en vertaling Henri Thijs
(©The Summersetreview 2005)