Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
OVER EEN PERSOON DIE DE GEWOONTE HEEFT MIJ TE SLAAN
MET EEN PARAPLU

Dit verhaal gaat over een man die de gewoonte heeft mij op het hoofd te slaan met een
paraplu.  Vandaag is het precies vijf jaar geleden dat hij begonnen is met mij op het hoofd te
slaan met zijn paraplu.  Aanvankelijk kon ik dat niet uitstaan, maar nu ben ik eraan gewend
geraakt.
Ik ken zijn naam niet.  Ik weet alleen dat hij een doodgewoon iemand is, een grijs kostuum
draagt, wat grijs is aan de slapen en een normaal gezicht heeft.  Ik ontmoette hem voor het
eerst vijf jaar geleden op een zwoele ochtend.  Ik zat op een bank in de schaduw van het
Palermopark mijn dagblad te lezen.  Plots voelde ik een klap op mijn hoofd.  Het was
dezelfde man die nu, terwijl ik dit schrijf, nog altijd mechanisch en onverstoorbaar doorgaat
met mij een klap op het hoofd te geven met een paraplu.
Op dat ogenblik keerde ik mij vol verontwaardiging om : maar hij ging door met mij op het
hoofd te slaan.  Ik vroeg hem of hij gek was: hij scheen mij zelfs niet te horen.  Dan dreigde
ik ermee een politieagent te roepen.  Onverstoord, koel als een komkommer, ging hij door
met zijn actie.  Na enkele momenten van besluiteloosheid en merkend dat hij niet van plan
was zijn houding te veranderen, gaf ik hem een uppercut op zijn neus.  Hij viel neer en liet
een bijna onhoorbaar gekreun horen.  En haast onmiddellijk stond hij weer op, blijkbaar
met een grote inspanning, en zonder een woord te zeggen begon hij opnieuw mij op het
hoofd te slaan met zijn paraplu. Zijn neus bloedde hevig en eventjes kreeg ik zelfs
medelijden met hem.  Ik kreeg berouw omdat ik hem zo hard had aangepakt.  Eigenlijk was
hij nu niet bepaald mij aan het aftuigen; hij sloeg mij enkel licht op het hoofd met zijn paraplu
en deed mij absoluut geen pijn.  Natuurlijk waren deze klappen wel storend.  Zoals dat gaat
met een vlieg die landt op je voorhoofd, voel je geen enkele pijn, maar bekruip je enkel een
gevoel van irritatie. Zo was dat ook met die paraplu die als een vervelende vlieg met
regelmatige tussenpauzen kwam landen op mijn hoofd.
Overtuigd dat ik te doen had met een gek, probeerde ik te ontsnappen.  Maar de man
volgde mij, en ging zonder een woord te spreken door met mij op het hoofd te slaan.  Zo
begon ik te rennen (en neem van mij aan dat er niet velen zijn die mij kunnen bijbenen).  
Maar hij bleef mij maar achtervolgen en tevergeefs trachten mij te raken op het hoofd.  De
man hijgde en pufte en snakte naar adem zodat ik dacht dat hij op den duur nog morsdood
ging vallen op straat.


2

Daarom vertraagde ik mijn lopen tot een normale gang.  Ik keek naar hem.  Maar
bespeurde geen spoor van dankbaarheid noch verwijt op zijn gezicht.  Hij bleef alleen maar
op mijn hoofd slaan met zijn paraplu.  Ik dacht er aan mij naar het politiebureau te begeven
zeggende, “ Agent, deze man slaat mij op het hoofd met een paraplu”.  Het zou een nooit
voorgevallen incident zijn.  De agent zou mij zeker wantrouwig gaan aanstaren en naar mijn
papieren vragen en vervelende vragen gaan stellen.  En wie weet dat hij mij ten einde raad
nog zou arresteren ook.
Daarom dacht ik er beter aan te doen naar huis te gaan.  Ik nam bus 67.  Hij, al die tijd mij
op het hoofd slaand met zijn paraplu, stapte na mij op.  Ik nam plaats vooraan.  Hij ging pal
naast mij rechtop staan en hield zich vast aan de steunbalk met zijn linkerhand.  Met zijn
rechterhand bleef hij mij maar met zijn paraplu op mijn hoofd slaan.  In het begin
wisselenden de passagiers verlegen glimlachjes uit.  De chauffeur begon ons ook op te
merken in de achteruitkijkspiegel.  En na een tijdje  begon de hele bus te lachen en te
schateren.  Ik gloeide van de schaamte.  Mijn achtervolger, immuun voor al dat gelach, ging
maar door met mij op het hoofd te slaan.
Ik stapte af – wij stapten af – aan de Pacifico Brug.  Wij gingen langs Sante Fe Avenue.  
Iedereen staarde ons stomweg aan.  Het kwam bij mij op om hun te zeggen:” Waar kijken
jullie zo naar, idioten?  Hebben jullie nog nooit een man gezien die een ander op het hoofd
slaat met zijn paraplu?”  Maar vlug had ik door dat zij waarschijnlijk nog nooit zo een
spektakel hadden gezien.  Vijf of zes jochies begonnen achter ons aan te lopen, joelend als
maniakken.  
Maar ik vatte een plan op.  Toen ik mijn huis bereikte, probeerde ik de deur in zijn gezicht
toe te slaan.  Maar dat gebeurde niet.  Hij moet mijn gedachten geraden hebben, want hij
greep hevig de deurknop vast en duwde zichzelf met mij naar binnen.  Van dan af  is hij
blijven doorgaan met mij op het hoofd te slaan met zijn paraplu.  Voor zover ik weet  heeft
hij nooit geslapen noch gegeten.  Zijn enige activiteit bestaat erin mij te slaan.  In het begin
hielden de slagen mijn danig wakker.  Maar nu denk ik dat ik ze niet meer kan missen om
de slaap te vatten.

3

Nu zijn al die tijd onze relaties niet altijd goed geweest.  Ik heb hem meermaals en in alle
mogelijke toonaarden gevraagd mij zijn gedrag eens nader te verklaren.  Maar alles
tevergeefs: hij is woordenloos doorgegaan met mij op het hoofd te slaan met zijn paraplu.  
Nu heb ik hem al verschillende keren van antwoord gediend en hem geslagen, meppen
verkocht en zelfs – god vergeef het mij – met zijn eigen paraplu afgeranseld.  Maar hij
aanvaardt ootmoedig al die slagen.  Hij aanvaardt ze alsof zij deel uitmaken van zijn job.  En
dat is nu precies het vreemdste aspect van zijn persoonlijkheid: dat onwrikbaar geloof in zijn
werk gekoppeld aan een volledig gebrek aan enige vijandigheid.  In het kort die onbuigzame
overtuiging dat hij een geheime missie uitvoert gedicteerd door een hogere autoriteit.   
Ondanks zijn klaarblijkelijk gebrek aan fysische noden, weet ik dat hij pijn voelt wanneer ik
hem sla.  Ik weet dat hij zwakjes is.  Ik weet ook dat ik mij van hem af zou kunnen maken
met een enkele kogel.  Wat ik niet weet is of het niet beter zou zijn dat de kogel mij doodde
in plaats van hem.  Noch weet ik dat als wij beiden dood zouden zijn, hij niet verder zou
gaan met mij op het hoofd te slaan met zijn paraplu.  In elk geval deze redenering houdt
geen steek; ik moet toegeven dat ik het nooit zou aandurven hem of mijzelf te doden.  
Anderzijds ben ik onlangs tot het besef gekomen dat ik niet meer zou kunnen leven zonder
die slagen. En meer en meer overvalt mij nu  een angstig voorgevoel.  Een nieuwe
bekommernis vreet aan mijn ziel: de vrees komende van de gedachte dat deze man op het
moment dat ik hem het meest nodig heb misschien zal vertrekken en ik niet langer deze
parapluslagen zal voelen die mij helpen zo zachtjes in slaap te vallen.



(geplaatst op 01-09-2004)

terug naar boven
FERNANDO SORRENTINO
keuze en vertaling naar het Engels van Clark M. Zlotchew: Henri Thijs