EEN LEVENSSTIJL

In mijn jeugd, alvorens ik een landbouwer en veeboer werd, was ik
bankbediende.  Ziehier hoe dit allemaal in zijn werk ging:
Ik was vierentwintig jaar oud in die tijd en had geen naaste familie.  Ik woonde in
ditzelfde kleine flatje in de Santa Fe Laan, tussen Canning en Araoz.
Nu is het algemeen geweten dat zelfs in zo’n klein plaatsje accidenten  kunnen
gebeuren.  In mijn geval was het een klein ongelukje;  toen ik probeerde de deur
te openen om naar mijn werk te gaan, brak de sleutel af in het slot.  Na
tevergeefs met schroevendraaiers en tangen te hebben geprobeerd het ding te
deblokkeren, besloot ik een sleutelmaker te bellen.  Ondertussen informeerde ik
de bank dat ik wat later zou arriveren.
Gelukkig kwam de slotenmaker vlug ter plaatse.  Van deze man kan ik mij ik nog
alleen herinneren dat hij, alhoewel hij er jong uitzag, volledig wit haar had.  Door
het sleutelgat zei ik hem: “mijn sleutel brak af in het slot”.
Met een zeker gebaar van nonchalantie vroeg hij:” Aan de binnenkant?  In dat
geval wordt het een moeilijke klus.  Dat zal mij minstens drie uren werk kosten en
ik zal je moeten vragen mij om en bij… te betalen”
Hij noemde een verschrikkelijk hoog bedrag.
“Ik heb die som nu niet in huis”, antwoordde ik. “ Maar zodra ik buiten kan zal ik
naar de bank gaan en je betalen.”
Hij bekeek mij met verwijtende blik alsof ik hem iets immoreels had
voorgeschoteld.  
“Het spijt mij, mijnheeer” zei hij op een hoogst beleefde toon.” Maar ik ben niet
alleen een statutair lid van de Argentijnse Sleutelmakersvereniging, maar ook een
van de belangrijkste medewerkers van het Magna Carta van onze organisatie.  
Niets werd daarbij aan het toeval overgelaten.  Als U dat schitterende document
zou kunnen lezen, zou U vernemen in het hoofdstuk gewijd aan de “Basisregels”
dat een goede sleutelmaker het verbod krijgt opgelegd de betaling te ontvangen
na voltooiing van het werk”.  Ik lachte wat ongelovig: “ U bent aan het grappen,
waarschijnlijk.”
“ Mijn beste mijnheer, het onderwerp van de Magna Carta van de Argentijnse
Sleutelmakersvereniging is geen lachwekkende materie.  Het schrijven van dat
Magna Carta, waarin geen enkel detail over het hoofd is gezien en waarvan de
verschillende hoofdstukken worden beheerst door onderliggende morele principes,
kostte ons jaren van ernstige studie.  Natuurlijk kan niet iedereen dat begrijpen,
aangezien wij vaak een symbolische of esoterische taal gebruiken.  Maar
desalniettemin geloof ik wel dat U clausule nr. 7 van onze introductie goed kunt
verstaan die luidt: “Goud zal deuren openen, en de deuren zullen er wel bij varen.”

2

Ik nam mij voor zulke ridicule onnozelheden niet te aanvaarden.” A.u.b.” zei ik
hem” Wees redelijk.  Open de deur voor mij en ik zal U onmiddellijk betalen”.
“Het spijt mij, mijnheer.  Er bestaat een ethiek in elk beroep en in het geval van
de sleutelmakers is die strikt en onbuigzaam.
En daarop ging hij weg.
Ik stond daar enkele minuten verbijsterd als aan de grond genageld.  Dan belde ik
de bank opnieuw om hen te informeren dat ik waarschijnlijk niet zou kunnen
komen werken die dag.  Later dacht ik weer terug aan de witharige sleutelmaker
en zei tot mijzelf:” Die man is gek. Ik ga een andere sleutelmaker bellen en nu
zal ik er mij wel voor hoeden te zeggen dat ik geen geld in huis heb totdat hij de
deur heeft geopend.”  Ik zocht er eentje op in de telefoongids en belde hem.
“Welk adres?” vroeg mij een voorzichtige vrouwenstem.
“3653 Santa Fe, Appartement 10-A”
Zij aarzelde een ogenblik, liet mij het adres nog eens herhalen en zei dan:”
Onmogelijk mijnheer.  De Magna Carta van de Argentijnse
Sleutelmakersvereniging verbiedt ons nog werk uit te voeren op dat adres.”
Ik ontstak in vuur en vlam:” Luister nu eens hier! En doe niet zo …”
Zij haakte in zonder mij nog laten uit te spreken.
Dus nam ik terug de telefoongids en deed wel meer dan twintig telefoonoproepen
naar andere sleutelmakers.  Nauwelijks hoorden ze het adres of ze weigerden
categoriek het werk te komen uitvoeren.
“O.K., fijn” zei ik tegen mijzelf.” Ik zal elders wel een oplossing vinden.”
Ik belde de portier van het gebouw en legde hem het probleem uit.
“Er zijn twee zaken” antwoordde hij.” In de eerste plaats ken ik niets van sloten,
en, tweedens, zelfs als ik er iets van zou kennen, zou ik het toch niet doen, daar
mijn taak erin bestaat het gebouw te kuisen en erop te letten dat gevaarlijke
vogels niet uit hun kooien kunnen.  En tenslotte ben jij ook nooit erg gul geweest
met fooien en zo.”
Nu werd ik echt nerveus en deed een paar nutteloze, onlogische handelingen: ik
dronk een kop koffie, rookte een sigaret, ging zitten, stond weer op, zette enkele
stappen in de kamer, waste mijn handen, en dronk een glas water.
Dan kwam plots Monica DiChiave in mijn herinnering; ik draaide haar nummer,
wachtte en hoorde haar stem: “Monica” zei ik, nonchalantie en beminnelijkheid
veinzend.  “ Hoe gaat het met jou?  Hoe stel je het, meisje?”
Haar antwoord ontstemde mij totaal:” Zo, eindelijk bel je mij nog eens?  En
zeggen dat jij zo van mij hield.  Ik heb geen haar of pluim van jou niet meer
gezien in meer dan twee weken.”

3

Discussiëren met vrouwen is nooit mijn sterkste kant geweest, vooral niet in de
toestand van psychologische inferioriteit waarin ik mij nu bevond.  Ik probeerde
haar vlug uit te leggen wat ik aan de hand had.  Ik weet niet of zij mij nu
begrepen had of eenvoudigweg weigerde mij te aanhoren. Maar het laatste wat ze
zei was. “ Ik ben niemands speelgoed.”  Ik moest nu een tweede reeks nutteloze
en onlogische daden stellen.
Zo belde ik weer terug naar de bank in de hoop dat een collega kon komen om de
deur voor mij te openen.  Maar weer pech.  Ik kwam in contact met Enzo Paredes,
een stomme lolbroek die ik verafschuwde: ”Zo je kunt je huis niet uit?”  riep hij
gemelijk uit.” Jij geraakt nooit uitgeput in het vinden van excuses om niet te
hoeven werken!”.
Ik begon te voelen dat moorddadige neigingen in mij begonnen op te komen.  Ik
haakte in, belde opnieuw en vroeg naar Michelangelo Laporta, die een beetje
verstandiger was.  Gelukkig scheen hij meer geïnteresseerd in het vinden van een
oplossing voor mijn probleem: ”Zeg eens, was het de sleutel of het slot dat
begaf?”  “De sleutel.” “ En die is achtergebleven in het slot?” “ De helft ervan is
blijven zitten” antwoordde ik, al een beetje opgelucht door zijn vragen, “en de
andere helft is buiten blijven zitten.” “ Heb je niet geprobeerd het stuk eruit te
krijgen met een schroevendraaier?” “Ja, natuurlijk heb ik dat gedaan, maar het
lukte niet.” “O, dan zal je een sleutelmaker moeten bellen. ”Dat heb ik al
gedaan”, antwoordde ik, de woede onderdrukkend die mij bijna verstikte, “maar ze
eisen een vooruitbetaling”  “Zo, betaal hem dan en klaar is kees.”
“Maar je snapt het niet, ik heb geen geld.”
Dan klonk hij verveeld:” Man, jij zit dubbel en dik in de puree.!”
Ik vond niet onmiddellijk een vlug antwoord.  Ik had hem kunnen om geld vragen,
maar zijn opmerking maakte mij zo van streek dat ik aan niets anders kon
denken. En zo kwam er een einde aan de dag.


De volgende dag stond ik vroeg op en deed nog meer telefoons.  Maar – wat al
meer gebeurt – mijn telefoon deed het ineens niet meer.  Weer een nieuw
onoplosbaar probleem: want hoe kon ik de hersteldienst bereiken zonder een
telefoon om op te bellen?
Ik ging buiten op het terras staan en begon te roepen naar mensen die voorbij
wandelden op de Santa Felaan.  Maar het straatlawaai was oorverdovend: hoe kon
men in godsnaam iemand horen roepen vanop de tiende verdieping?  Soms keek
een toevallige voorbijganger wel eens omhoog om dan weer zijn weg te vervolgen.

4
.
Ik schoof dan vijf bladen papier en vier karbons in mijn schrijfmachine en stelde
de volgende boodschap op: “ Mevrouw of Mijnheer: mijn sleutel brak af in het
slot.  Ik zit hier al twee dagen opgesloten.  Doe a.u.b. iets om mij te bevrijden.  
3653 Santa Fe, appartement 10-A”
Ik gooide de vijf bladen over het balkon op straat.  Maar vanuit zulk een hoogte
zijn de mogelijkheden van een verticale dropping zeker minimaal.  Meegesleurd
door een stevige bries, fladderenden zij een tijdje rond in de lucht.  Drie ervan
vielen op straat en werden onmiddellijk overreden en bevuild door een reeks auto’
s.  Een ander landde op de luifel van een winkel.  Maar het vijfde kwam terecht op
de stoep.  Onmiddellijk pikte een kleine mijnheer het op en las het.  Hij keek dan
omhoog met de hand voor ogen tegen de zon.  Ik toonde hem mijn vriendelijkst
gezicht.  Maar het heertje scheurde het papier in stukken en met een woedend
gebaar dropte hij het in de vuilnisemmer.  
Kortom, weken aan een stuk deed ik allerlei verwoede pogingen om mij uit mijn
benarde situatie te bevrijden.  Ik gooide honderden boodschappen naar beneden;
ofwel werden ze eenvoudigweg niet gelezen of ze werden niet au sérieux
genomen.
Op een dag zag ik dat een omslag werd geschoven onder mijn deur; de
telefoonmaatschappij deelde mij mee dat zij de telefoondiensten opzegden
wegens wanbetaling.  Daarna volgden de gas-, de elektriciteits- en de
watermaatschappij.
In het begin gebruikte ik mijn voorraad op een irrationele manier, maar ik kwam
bijtijds tot het besef dat ik het anders moest gaan doen.  Zo plaatste ik kommen
op het terras om het regenwater op te vangen.  Ik trok de bloemen uit de potten
en plantte er tomaten, linzen en andere groenten in, die ik met de grootste zorg
omring.  Maar ik heb ook dierlijke proteïnen nodig, zo leerde ik insecten te
kweken, spinnen en knaagdieren en maakte mij de techniek meester van hun
voortplanting; soms vang ik ook bij toeval een mus of een duif.
Op zonnige dagen lukt het mij een vuur te maken met een vergrootglas en
papier.  Als brandstof gebruik ik boeken die ik verbrand, meubelstukken,
vloerplanken en ondervind aldus dat er veel dingen zijn in een huis die een mens
niet nodig heeft.  Zo leef ik tamelijk comfortabel al mis ik ook wel bepaalde
zaken.  Zo weet ik bij voorbeeld niet wat er elders in wereld gebeurt; ik lees geen
kranten en kan de televisie noch de radio aanzetten.  

5

Vanop mijn terras observeer ik de buitenwereld en zie soms wel veranderingen.  
Op een bepaald moment reden er geen trams meer.  Ik weet zelfs al niet meer
hoe lang dat geleden is.  Ik heb elke notie van tijd verloren, maar de spiegel,
mijn kale knikker, mijn lange witte baard en de pijn in mijn heupen vertellen mij
dat ik zeer oud moet zijn.
Als ontspanning laat ik mijn gedachten ronddwalen.  Ik heb geen angst en geen
ambities meer.
In een woord, ik ben nog tamelijk gelukkig.



(geplaatst op 02-09-2004)

terug naar boven
FERNANDO SORRENTINO
keuze en vertaling: Henri Thijs
Copyright © 2002/ 2008 't Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs.  Niets uit deze uitgave mag worden gekopieerd zonder
uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn trademarks van  Het Prieeltje,
Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de
schermresolutie van 1024 x 768