Copyright © 2002/ 2006: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag
worden gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het
Prieeltje Online zijn trademarks van  Het Prieeltje, Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site
kan best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
TWEE VERHALEN

BUSHALTE

Om een duistere reden reed de bus steeds voorbij de bushalte
van het caravankamp.  Hij snorde voorbij terwijl de kinderen aan
het achterraam zwaaiden naar mij.  Mijn moeder belde de
stationschef en vroeg wat er aan de hand was.
“De chauffeur zegt dat niemand daar stond,” zei de stationschef,
“en dat de meeste kinderen van het caravankamp toch niets doen
dan spijbelen.”
“Mijn zoon is braaf,” zei mijn moeder, “en punctueel.”
“Misschien dat de chauffeur hem niet heeft opgemerkt,” zei de
stationschef.” Ik zal hem daarop wijzen.”
De volgende paar dagen stopte de bus.  Op een keer zei een van
de jongens tegen mij,” de buschauffeur zegt dat jongens zoals jij
een slechte geur verspreiden.”
Het was waar.  Ik stonk uit de bek. Ik nam dagen aan een stuk
geen douche. Toen ik mijzelf eens rook sprak ik mijn moeder
hierover aan.  “Het is al moeilijk genoeg om je wakker te krijgen,
laat staan je nog te wassen”.  Lange tijd vond ik het normaal om
niet meer dan een keer per week te douchen.
Een week later stond ik weer aan de bushalte.  De bus reed mij
weer voorbij.   Gillend rende ik achter hem aan.
Maar ik had geen geluk.  Hij liet mij achter heel alleen.
Later op de dag belde mijn moeder opnieuw naar de
stationschef.  Hij beweerde dat de buschauffeur niemand had
opgemerkt.
“Misschien is het goed dat hij zichzelf wat meer zichtbaar maakt”,
stelde hij voor.
Daarop verliet mijn moeder het huis zeggend dat ze het probleem
zou oplossen.  Een uur later kwam ze terug met een enorme
Amerikaanse vlag.  Zij stal hem uit een naburige garage in de
rijke buurt.
“Nu ga je deze vlag meenemen naar de bushalte”, zei ze,” als je
de bus ziet aankomen zwaai je ermee. Zo heeft hij zeker geen
excuus van je niet op te merken.”
“Maar wat moet ik ermee als ik op de bus zit?” zei ik ”Hij is
zwaar”.
“Geef hem een zitplaats voor hem alleen.” zei ze, “Het is de
Amerikaanse vlag.  Hij verdient een eigen eerbare plaats.”
“De andere kinderen gaan met me spotten,” zei ik.
“Neen, dat zullen ze niet”, zei ze.
De volgende dag zwaaide ik met de vlag toen de bus in zicht
kwam.  De chauffeur stopte.  Ik stapte op de bus.  En niemand
spotte met me.
Ik ging zitten en legde de vlag op een lege zitplaats tegenover
mij. En het leek dat ik in de ademhaling van een groep kinderen
het Zweren van de trouw aan de Vlag kon horen.

* * *

ONAANRAAKBAAR

Op een dag hing mijn vader een poster op de deur van de
koelkast.  Er stond op te lezen: FAMILIEREÜNIE om 19 h. PLAN
DUS NIETS ANDERS.”
Welke andere plannen zouden wij dan wel maken?  Wij hadden
nooit geld om iets te doen en mijn moeder en ik brachten de
nachten door met te bidden voor de thuiskomst van mijn vader.
Om 19h kwamen wij allen samen in de keuken en gingen rond de
tafel zitten met mijn vader aan het hoofd.  Hij had een kleine
voorzittershamer in zijn handen die hij gekocht had voor deze
speciale gelegenheid.  Wij  hadden nooit eerder een
familievergadering.  De hamer gaf hem bepaalde gezagsallures
die werden geaccentueerd telkens hij ermee op tafel klopte.
“Op het programma van vandaag,” zei hij, en pauzeerde dan even
,” Familienacht.”
Mijn moeder en ik keken naar elkaar.  Wij hadden geen idee waar
hij het over had..
“Familienacht”, herhaalde hij.  “Wij moeten meer tijd samen
doorbrengen als een familie.”
“Met andere woorden,” zei mijn moeder, “jij bent van plan van
iets echt dramatisch uit te voeren en jij verlangt daarbij dat wij je
nauwlettend in het oog houden.”
Mijn vader wierp een vuile blik naar haar. “ Dat is één manier om
de zaak te bekijken.  Maar ik dacht eerder aan het samen
doorbrengen van waardevolle tijd.  En iets te doen dat ons kan
helpen.  Ons allemaal.  Zoals de groep van de Anonieme
Overeters gaan vervoegen.”
“Zeg jij nu dat ik te vet ben?” vroeg mijn moeder.
Ik durfde die vraag niet eens te stellen.
Drie weken voor deze vergadering, gingen mijn vader en ik naar
Sears om een nieuwe jeans voor mij te kopen nu ik opklom naar
de achtste klas. Toen hij ondervond dat ik te dik was en de broek
geenszins paste, zei hij “Als jij nog dikker wordt, kunnen we beter
gaan shoppen in een tentenwinkel.”
Mijn vader wilde dus dat we allen zouden gaan naar de Anonieme
Overeters.  Want volgens hem waren we allen veel te dik.
“Als je zo bezorgd bent over mijn gewicht,” zei mijn moeder, “
begin dan een affaire met een slanke vrouw.  Maar ik ga in geen
geval”.  En daarna verliet zij de kamer.
Mijn vader keek naar mij en zei,” Om acht uur is er een
vergadering.  Zin om te gaan?”.  Tijdens de autorit daar naartoe,
vertelde mijn vader mij dat hij toen hij nog een teenager was vijf
voet lang was en honderd negentig pond woog en geen spieren
had.  Zijn ouders stuurden hem naar een kamp voor
gewichtsverlies in de zomer.  Vanaf het eerste moment van zijn
aanwezigheid daar, broedde hij al op een ontsnapping.  Tijdens
de nacht kon hij ontkomen.  Hij rende door het nabijgelegen bos,
zocht zijn weg naar de autostrade en sloop op een bus om zo
terug thuis te geraken.  Ik kon mij al voorstellen hoe hij zichzelf
door de landstreek voortsleepte met een lege maag, dorstig en
uitgeput.
“Waarom waart je daar niet gebleven? vroeg ik hem.  “Jij verloor
wellicht evenveel gewicht met zo weg te rennen dan met de
trainingsoefeningen in het kamp
Hij gromde.
De vergadering ging door in een achterkamer van de kerk.  Van
zodra mijn vader en ik de kamer betraden riep iedereen: “Dag,
Lew!”  Er waren zo een dozijn te dikke vrouwen aanwezig.  Zij
waren niet om aan te zien en hadden zoveel vet aan hun lichaam
dat zij bijna twee zitplaatsen nodig hadden om plaats te nemen.  
Iedereen was gekleed in het zwart en droegen lange broeken die
meer dan tweemaal te groot waren.  Alsof zij zichzelf wouden
wijsmaken dat ze gewicht verloren hadden.  Niemand was
geschminkt, alhoewel dat er niets toe deed.  Het babyvet op hun
gezichten verborg de rimpels.
Op de tafel waren er rijstcakes en een waterkoeler.  Een van de
vrouwen kwam naar mijn vader en mij gewandeld.  Zij droeg een
blouse zo gespannen dat haar borsten bijna uitpuilden.  Ik was
onder de indruk dat ze zo maar met haar tieten showde. ”Lew, wij
zijn zo blij dat je de stap gezet hebt,”zei ze.”Jij deed emotioneel
zo goed je best de laatste tijd.”
Was het hier dat mijn vader zijn nachten doorbracht als hij niet
thuis was?  Zou hij werkelijk mijn moeder niet bedriegen?
En zou mijn moeder daar wel om geven als het was met vrouwen
zo dik als deze?
“Mijn naam is Ellen”, zei ze en schudde mij de hand.”Is dit jouw
zoon?”
Mijn vader knikte.
“Houd hem maar beter weg van de vrouwtjes, Lew, hij is een
verleider.”
Ellen maande iedereen aan een stoel te namen en een cirkel te
vormen.  De vergadering ging beginnen.  Een vrouw klopte mij op
de schouder en vroeg of ik geen stoel voor haar zou willen halen.
“Ik ben te dik en te zwak,” lachte zij.
Ellen hoorde de vrouw en kwam op ons toegelopen.  Ik nam een
stoel en Ellen gebood mij hem weer terug te zetten.
“Vroeg jij hem wat ik dacht” zei ze tegen de vrouw.
De vrouw keek naar de grond en knikte van ja.
“Je weet dat zelfvernedering hier niet toegelaten is,” zei Ellen. “
Dat is een besmettelijk iets.  Dat zich verspreidt.”
“Sorry” zei de vrouw.
Ellen gebood de vrouw de stoel naar de cirkel te brengen.  Zij was
sterk genoeg om het zelf te doen en het was haar
verantwoordelijkheid om bij te dragen tot de positieve energie
van de ruimte.
Ik ging naast mijn vader zitten en zag hoe de vrouw de stoel voor
haar uit schoof .  Elke twee seconden pauzeerde ze, slaakte een
diepe zucht en ging dan verder.  Terwijl ik haar gadesloeg, ervoer
ik dat ikzelf begon te luisteren naar mijn eigen hartenklop,
denkend dat ik mijn eigen aderen voelde spannen.
“Laat ons beginnen” zei Ellen, en keek dan naar de vrouw aan
mijn rechterkant.  De vrouw introduceerde zich als Wilma, en
bekende dan aan iedereen dat zij nog steeds het gebeurde van
vorige week niet te boven was gekomen.
Iedereen wendde het hoofd naar haar, alsof zijzelf er ook nog niet
over heen waren.
“Ik heb dat gemist,” zei mijn vader.  “Wat in hemelsnaam is er
gebeurd?”
Wilma begon, “ Verleden week bracht Felicia een cake mee.  Een
cake met yoghurt en een laag vetgehalte”.
“Ik ben Felicia” zei Felicia. “Ik hou van iedereen hier en wou dat
tonen.  Ik had een normale cake gemaakt voor mijn zoon en dacht
ik ga er ook eentje bakken voor de vriendinnen maar dan wel met
magere ingrediënten.”
Ellen zei, “ Het was lekker.  Ik kon niet geloven dat het ging om
een light cake.”
“Niemand van ons kon dat geloven” zei Wilma,” Wij allen
verslonden het ding”
“Tijdens de pauze belde mijn zoon mij op om te zeggen dat ik de
verkeerde cake had meegenomen.  Zij hadden de light versie en
wij speelden de ongezonde exemplaren binnen,” zei Felicia.
“Toen Felicia de vergissing bekend maakte aan de groep, begon ik
te kokhalzen.  Ik had geen tijd om naar de badkamer te gaan,”
zei Wilma”  Ik kon mijzelf niet onder controle houden.”
“En heb je overgegeven?” zei ik.  Ik kon niet geloven dat ik deze
woorden zo maar had uitgesproken zonder nadenken.  
“Verwijt haar dat niet,” zei Ellen.
“Ik wou alleen maar zeker zijn dat ik haar goed verstaan had”, zei
ik.
“Maar waarom gaf je over? moest mijn vader weten.”Doen een
paar extra calorieën er nog toe als je al zo dik bent zoals wij
allen zijn?
“Wij?” zei Wilma, “Wij? Vergelijk mij niet met jou.  Ik beschouw
mijzelf niet als te dik.” Wilma woog minstens 250 pond.
“Maar we zijn toch allen hier voor een reden”, zei mijn vader.
“Natuurlijk””, zei Wilma, “ maar mijn reden is niet
noodzakelijkerwijze dezelfde als de jouwe.”
“Wij maken deel uit van een groep Anonieme Overeters geheten,
niet?” zei ik.
“Wat geeft jou het recht om tussen te komen?” zei Ellen. “Dit is
jouw eerste vergadering. De meeste nieuwkomers weten dat zij
moeten zwijgen en luisteren.”
“Maar zij gaf over,” zei ik.”Welke les kan daaruit getrokken
worden?”
Wilma liet haar hoofd hangen en begon te huilen.
“Hoe durf je!” schreeuwde een andere vrouw.” Hoe durf je hier te
komen en spotten met ons.”
“Maar ik ben ook zwaarlijvig,” zei ik.
“Dat kan nu juist het probleem zijn,” zei Ellen.”Wij zien onszelf
niet als te dik en onaantrekkelijk.  Wij eten te veel.  Dat is een
groot verschil.”
“Maar vinden andere mensen je dik en onaantrekkelijk?” vroeg
mijn vader.
“Je hebt mij ontgoocheld, Lew,” zei Ellen,”Verleden keer kwam je
van zover om ons te vertellen dat je schaamte over te veel eten
voortkwam uit jouw gevoel dat je je zoon de toelating gaf om
zich vol te vreten.”
“Ik wil enkel niet dat andere mensen hem zien als vet en
onaantrekkelijk,” zei mijn vader.
“Maar doet er dat toe wat anderen mensen denken?” zei Felicia.
“Ja”, zei mijn vader. “ Absoluut ja.”
“Wel, ik geef niet om wat andere mensen denken,” zei Felicia
“Dat is zonder meer duidelijk,” zei mijn vader.
Wilma zei, “ Ik heb je gezien in de Sizzler.  Ik zou mij maar niet
vijandig opstellen. Jij hebt deze groep nodig.”
“Jij moet mij niet vertellen wat ik nodig heb.  Jij bent degene die
alles vol kotste,” zei mijn vader. ”Jij hebt een leukotomie nodig.”
Daarop zei Ellen tegen mijn vader, “En jij hebt een zielenknijper
nodig.  Ga a.u.b. weg.  Maak u beleefd uit de voeten.”
Mijn vader greep mijn hand; en we haastten ons naar de deur.  Ik
kon niet geloven dat hij mijn hand vasthield.  Ik had hem nog
nooit eerder mijn moeders hand zien vastnemen.  Ik was bijna
twaalf jaar oud.  Het voelde raar aan.  Ik vroeg mij af of het
vasthouden van mijn hand hem weerhield van weg te rennen uit
het vetkamp.
Eens in de auto zei mijn vader, “ Ik heb honger.”
“Ik ook,” zei ik.
“Wil je naar McDonald’s ?
“Kunnen wij het ons permitteren?”
“Ik zal het geld gebruiken dat ik wou betalen voor het
lidmaatschap.”
Wij reden naar de drive-in en kochten niet alleen voor ons maar
ook voor mijn moeder en broeder de nodige rantsoenen.  Toen wij
thuis aankwamen, stonden zij te wachten aan de deur. Zij konden
het eten ruiken vanop de weg.
”Waarom heb je al dat geld hieraan uitgegeven?” vroeg mijn
moeder, “Ik heb al middag gekookt.”
“Dan zullen we twee maaltijden nuttigen,” zei hij.” En gaan we
eten als koningen!”
“Als koningen?” herhaalde mijn moeder.  Die uitspraak amuseerde
haar blijkbaar.
“Wij gaan eten als koningen!” riep ik uit.
“Wij gaan eten als koningen!” lachte ook zij, en begon de tafel te
dekken.
Ik keek naar mijn moeder, kort en gedrongen, en haar
afgeschoten haar dat zijn natuurlijke kleur was verloren.  Ik dacht
aan haar weekend outfit dat ik nooit zag veranderen welk seizoen
het ook was, wie er op bezoek kwam of waar we ook naar toe
gingen: een sweater en een groene trainingsbroek.   Ik dacht aan
de keren dat ik met haar mee uitging, ineenkrimpend als mensen
naar ons keken, wetende dat ze op ons zouden neerkijken, en
dankbaar als zij dat effectief deden.
Ik keek naar haar nu.
Ik keek naar mijn familie.
Zo vet en ouderwets, waren we onaanraakbaar.

(geplaatst op 22-05-2006)

Voor nog meer verhalen van deze auteur op deze site,
klik hier!

terug naar boven
STEVE FELLNER
keuze en vertaling Henri Thijs