Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
VISSEND NAAR JASMINE

De stille jonge vrouw in bed nummer zes heet Jasmine.  Zoals ik, maar namen zijn maar
vluchtige dingen, dobbers drijvend op de oppervlakte van het water, en wij delen diepere
connecties dan dat.  Waarom zij mij ook zo fascineert – en ik mijn vrije tijd spendeer met
naast haar te zitten.  Vandaag is het moeilijk.  De ziekenzaal is vol met patiënten en ik heb
het druk met het ledigen van de bedpannen, het invullen van formulieren, het veranderen van
de kleren.  Uiteindelijk heb ik pas in de late namiddag een paar ogenblikken vrij om koffie
te zetten, en mee te nemen naar de oranjekleurige plastieken stoel naast haar bed.  Ik ben
blij mijn voeten even te kunnen laten rusten en gelukkig weer in haar nabijheid te vertoeven.
“Hallo, Jasmine,” zeg ik, alsof ik mijzelf groette.
Zij antwoordt niet.  Jasmine antwoordt nooit.  Zij is te diep verzonken in zichzelf.
Zoals ik, is zij door de zee gehavend geweest.  Ook ik ben de dochter van een visser,
daarom gebruik ik mijn woorden als vishaken, werp ze in haar oren, en verbeeld mij hoe ze
zinken in het koude, donkere water.  Diep naar beneden waar zij ergens moet vertoeven.
“Ik heb niet veel tijd vandaag” zeg ik haar, terwijl ik haar haar streel.
Want van Jasmine is het altijd moeilijk af te blijven.  Zij is zo een teer ding, en een pracht
van een vrouw.  Daarom vinden de mensen ook van alles uit om bij haar voorbij te komen.  
Ik schaduw hen terwijl ze haar bekijken, haast opdrinken en bijna opeten.  Het zijn allemaal
stuk voor stuk barracuda’s.  Rolstoelbegeleiders gaan in een slakkengang voorbij haar bed.  
En overal ronddwalende bezoekers met gulzige ogen.  Dokters houden even halt, trekken
het dunne gordijn opzij en onderzoeken voortdurend opnieuw wie niet hoeft te worden
onderzocht.  Deze verrukkelijke schoonheid is wat Jasmine en ik niet delen. En ik ben daar
blij om.
“Jouw vader komt straks wellicht” zeg ik.” Hij zei vorige week dat hij zou komen.”
Jasmine zegt niets.  Haar linker oog bibbert een beetje, misschien.
Al twee maanden geleden is het dat dit ongeval gebeurde op haar vaders vissersboot:  zij
viel overboord, zonk en raakte verward in de netten.  Het duurde even voor iemand dat in
de gaten had, daarna was er paniek.  Haar vader trok haar terug aan boord en voer naar
huis.  Toen hij eindelijk thuis kwam droeg hij naar de oever wat hij dacht dat het lichaam
van zijn dochter was.
“Jasmine” fluister ik.  Ik wil dat ze hapt in onze verleidelijke naam.  Ik wil dat ze hem
doorslikt.  Gelukkig was er een dokter in het dorp die morgen, een jonge man die op
bezoek was bij familie.  Hij was het die deze verdronken vrouw bracht op de oever, en mij
het gebeurde vertelde.  Zij opende nog eenmaal haar ogen, zei hij, keek op naar haar vader
en sprak een enkel woord en zonk daarna weer opnieuw in de coma.

2

Barracuda.  Dat was precies wat Jasmine zei.
Als haar vader op bezoek komt, raakt hij haar haar aan, kust haar op de wang, en gaat
zitten in de oranje plastieken stoel langs haar bed en houdt haar handen vast.  Zoals mijn
eigen vader, heeft hij van die grote, bruine, verweerde handen van een visser.  Ook hij ruikt
naar de zee en beweert van zichzelf een goed en eenvoudig man te zijn.
Jasmine.  Wij hebben zoveel gemeen, we zijn bijna één.
Ik herinner mij die vroege ochtenden, toen mijn vader mij wekte en half in slaap uit het bed
naar de boot droeg.  Zijn stem hard in mijn oor, zijn handen ruw op mijn huid.  Ik wou nooit
meegaan, maar ik was maar een kind.  Hij deed wat hij wilde.
Ik herinner mij het zoute water, de hete zon, mijn moeder kleiner wordend op de oever.  Ik
herinner mij het schudden van de boot, het krijsen van de meeuwen.
“Jasmine, jij hebt een leven in jou.  Kan je het niet horen roepen op jou?”

Niets.  
De deur van de ziekenzaal zwaait luid open, en ik zie Jasmine’s vader naar ons toekomen
met bloemen in zijn hand. Hij lacht naar mij.  Zelfs in haar dood had mijn eigen kind de lach
van mijn vader, en met Jasmine zal dat niet anders zijn.  Ik voel het.
Hij komt naar haar bed en streelt haar haar.

Iets roert er diep in mijn binnenste.  Ik bekijk Jasmine’s oogleden wachtend op haar beet.

(FISHING TO JASMINE)


(geplaatst op 18-08-2004)

terug naar boven
JOHN RAVENSCROFT
keuze en vertaling: Henri Thijs