Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag
worden gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en
Het Prieeltje Online zijn trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel.
013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de
standaardschermresolutie van 800 x 600.  
VERLIEFDEN

Hoe mooi mijn bloed eruit ziet!  Het druppelt langs mijn arm en op het tapijt, en kleurt
alles karmozijnrood.
Ik sta te staren naar mijn bloedende pols en laat mijn gedachten de vrije loop.  De
wonde doet geen pijn meer.  Ze is als verdoofd.  Mijn hoofd draait rond als een tol, en
ik voel dat mijn leven wegstroomt…
Ja, ik heb net mijn pols opengesneden met een scherp mes, en mijn bloed stroomt uit
de wonde.  Weldra zal ik bevrijd zijn van al mijn zorgen en vredevol inslapen in de
eeuwigheid…  Natuurlijk deed ik het opzettelijk.  Het voelt alsof mijn ziel wordt
gezuiverd terwijl mijn lichaam zich ledigt van het bloed. Wat zal hij doen als hij mij zal
vinden levenloos liggend in een plas bloed?  Zal hij mij in zijn armen nemen en bittere
tranen wenen?  Of zal hij zijn ontrouw betreuren?  Ja, ja, hij zal er spijt van hebben.  
Ik ben er zeker van.  Alleen door mijn dood zal hij zich pas goed zijn ontrouw
realiseren en willen terugkeren naar mij.  Tot de dag van zijn dood zal hij zich té
schuldig voelen om nog een ander lief te hebben.  Ofschoon deze liefde alleen uit
schuld zal hebben bestaan, is zij beter dan helemaal geen liefde.  Hij zal helemaal van
mij zijn en van niemand anders meer.
Ik lachte fijntjes.  Mijn tijd zit er bijna op.  Ik voel mij duizelig en zwak.  Het tapijt
waarop ik lig is doordrenkt van het bloed.  Het is warm en vochtig.  Straks zal hij
thuiskomen en mij hier dood zien liggen.  Hij zal niet meer in staat zijn om mij nog te
vragen te scheiden om met zijn knappe secretaresse te huwen. Hij zal zich té schuldig
voelen en té verdrietig om nog te denken aan een andere vrouw.
Ik herinner mij nog goed onze eerste ontmoeting.  Ik was een dienster in een klein
café kortbij zijn universiteit.  Hij kwam op een keer koffie drinken.  Het was wat mij
betrof liefde op het eerste gezicht.  Hij was ook zo knap!  Ik staarde naar hem als was
ik betoverd.  Toen hij opstond om weg te gaan, zonk mijn hart in mijn schoenen omdat
ik bang was hem nooit meer terug te zien. Maar ik had geluk.  Hij had zijn notitieboekje
achtergelaten op de tafel waarin zijn naam stond en zijn adres.  Ik ging het hem ’s
anderendaags terugbrengen.  
Hij was overgelukkig zijn boekje terug te hebben en nodigde mij als dank uit voor een
diner.  Hij nam mij mee naar een duur restaurant dat hij zich nauwelijks kon
permitteren en bestelde voor mij het duurste menu.  Bij het flakkerend kaarslicht
praatten wij uren aan een stuk waardoor ik nog meer verliefd was op hem.
Later kwam hij vaker naar het café en nam mij mee naar de cinema of het theater.  Ik
vernam van hem dat hij een beursstudent was aan de universiteit en ’s nachts moest
werken om aan de kost te komen. Hij kon zich nauwelijks een cinemabezoek
permitteren.  Ik begon hem financieel te helpen.  Aanvankelijk weigerde hij dat te
aanvaarden maar stemde uiteindelijk toch toe omdat hij besefte dat hij het alleen
onmogelijk kon rooien.  Ik zocht dan maar naar een extra job om wat bij te verdienen
en sloofde mij af van ’s ochtends tot ’s avonds.  Maar dat deerde mij niet echt omdat ik
het allemaal deed voor hem.  Hij beloofde me met mij te trouwen zodra hij zijn diploma
van advocaat behaald had.  Toch wist ik dat hij niet van mij hield.  Hij wou met mij
trouwen omdat hij dacht dat hij mij dat schuldig was.  Maar ik dacht dat hij mettertijd
wel naar mij toe zou groeien en voelde mij diep gelukkig.  
Alles ging goed gedurende enkele jaren.  Maar dan kwam zij in zijn leven.  Zijn mooie
secretaresse bedoel ik.  In het begin hield hij zijn relatie geheim.  En gaf mij altijd van
die domme excuses voor zijn te laat komen.  En dan een maand geleden vroeg hij mij
plotseling om te scheiden.  Hij vertelde mij dat hij voor het eerst in zijn leven verliefd
was geworden.  Ik weigerde die scheiding, maar sindsdien dring hij elke dag daarop
aan.  Daarom maak ik een einde aan mijn leven om hem zich schuldig en ellendig te
laten voelen en hem eeuwig van mij te laten houden.  Als hij mij hier zo stijf en koud
zal zien liggen, zal hij zeker gaan beseffen wat een vreselijk verdriet hij mij heeft
aangedaan en het zijn hele leven betreuren.  Zijn geweten zal hem beletten van nog
ooit iemand lief te hebben.  Zo zal hij altijd van mij zijn.
Ik voel mij slaperig worden.  Ik voel alsof ik word leeggezogen uit mijn lichaam.  Mijn
tijd is gekomen…
De voordeur wordt opengesmeten met een smak.  Een knappe jonge man komt
binnen.  Een mooie jonge vrouw met lange goudblonde haren en schitterende blauwe
ogen volgt hem.
“Jane! Jane! Waar ben je?  Ik moet met je spreken.” Maar er komt geen antwoord.  De
jonge kerel loopt rond het huis.  De jonge vrouw volgt hem op een afstand.  
“Jane, waar ben je?”
De man opent de deur van de living, deinst even terug van het afgrijselijk gezicht –
een dode vrouw liggend in een grote plas bloed.
“Jane”
De jonge man rent naar de dode vrouw.  Hij neemt de zelfmoordbrief die doordrenkt is
van bloed en leest.  De man staat verdwaasd. even stil. Hij kan het niet geloven.  De
jonge dame staat bibberend bij de deur.
Terug bij zijn zinnen, rent hij naar de jonge blondine en omhelst haar.  Lachend zegt
hij: “Ik moet niet meer scheiden.  We zijn eindelijk vrij.”



(geplaatst op 01-09-2004)

terug naar boven
ITO MARI
keuze en vertaling: Henri Thijs