Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
AANHEF

Stel je schrijft een tekst neer, een eenvoudig verhaaltje over een droom, een
plotse, toevallige bevlieging, een platonische indruk opgedaan tijdens een
korte vakantie.  En je vindt het niet eens opportuun daar je naam onder te
schrijven omdat jezelf van oordeel bent dat het predicaat poëzie er niet op
van toepassing is.  Een gelegenheidstekst dus, als illustratie bij een plaatje of
op een prentkaartje dat je hier en elders zo eens rondstuurt om je vrienden en
kennissen mee te plezieren.  En dan gebeurt het.  Je boodschap, mede
dankzij zijn eenvoud en de impact van zijn inhoud, wordt gedragen door de
wind en verspreid over heel de wereld.  Krijgt een bijzondere weerklank die
miljoenen lezers aanspreekt.  Neemt bijbelse en profetische proporties aan
die ontelbare lieden troost en verkwikking brengt.  Wordt gedrukt en
herdrukt op miljoenen exemplaren en spreekt een belangrijk deel van de
wereldbevolking aan.  Vooral omdat het als maker en auteur het mysterieuze
ANONIEM draagt. Dan heb je ineens te maken met een bestseller van een
gedicht dat de wereldpers haalt en wereldberoemd de geesten wijd en zijd tot
tranen toe beroert.  Zulk een literair fenomeen spreekt natuurlijk ook de
eerzucht van de speurders naar roem en naam aan en creëert a.h.w. vanzelf
een schare van auteurspretendenten die allen zonder uitzondering een
identieke arrogantie tentoonspreiden en de eigendom en vooral het
auteursrecht claimen van "hun" tekst.  Dat aantal groeit exponentieel met de
tijd en het impact dat het gedicht krijgt nationaal en internationaal, zodat men
zich als eerzaam literair vorser die met dit fenomeen geconfronteerd wordt,
terecht de complexe vraag kan stellen: wie schreef nu werkelijk dit gedicht ?
Dit is in een notedop wat het ondertussen wereldberoemd geworden gedicht
"VOETAFDRUKKEN IN HET ZAND" is overkomen.

Kenneth Ka-Hong Lui, een baccalaureaatstudent van de Sir Winston
Churchill Secondary School in Vancouver Canada, boog zich over deze
vraag in een scriptie: "Footprints in the Sand, An inquiry into Authorship and
the Poem's impact and Reception worldwide" dat voor kort op het net te
vinden was op het adres: http://www.geocities.com/pubish101/ maar nu met
de golven van een onbekende wind weer is weggespoeld van die site.

HET GEDICHT "VOETAFDRUKKEN IN HET ZAND"

Laten we het eerst over het PRODUCT zelf hebben met name het gedicht
zoals dat hoort bij de "goede" appreciatie van elke poëzie.  Nadien zullen we
het onopgelost probleem van de MAKER ervan aansnijden.  Eerst het
GEDICHT vertaald uit 't Engels door Henri Thijs:


VOETAFDRUKKEN

Op een nacht had iemand een droom.  Hij droomde
dat hij wandelde op het strand in gezelschap van de Heer.
In de lucht flitsten scènes van zijn leven voorbij.  Van
elke scène zag hij telkens twee paar voetafdrukken in het zand:
een van hem en een van de Heer.

Wanneer de laatste scène van zijn leven voorbij geflitst
was, keek hij terug naar de voetstappen in het zand en
stelde met ontsteltenis vast dat vele malen op zijn levens-
pad slechts één paar voetafdrukken te zien was.
Tevens realiseerde hij zich dat dit telkens gebeurde
tijdens de droevigste en moeilijkste perioden
van zijn leven.
Dat stoorde hem grondig en hij besloot de
Heer hierover te ondervragen.

"Heer,U zei me toen ik besloten had
U te volgen altijd bij mij te blijven op
al mijn wegen.  Maar ik heb gemerkt
dat gedurende mijn moeilijkste levens-
dagen er maar een stel voetafdrukken te
zien is.  Ik begrijp niet waarom U
mij precies in tijden van hoogste nood
alleen gelaten hebt.

De Heer antwoordde: " Mijn zoon,
mijn edel kind, ik hou van je
en zou je nooit verlaten. Tijdens
jouw dagen van beproeving en
lijden, zag je maar een paar
voetafdrukken omdat ik het
was die je dan gedragen heeft."

(ONBEKEND AUTEUR)

De reden waarom dit gedicht zo een reusachtige weerklank heeft gevonden
wereldwijd is niet ver te zoeken.  Alles draait om die centrale vraag gesteld
aan de eeuwige voorzienigheid door een menselijk schepsel in uiterste
verdrukking : "waarom hebt U mij in tijden van hoogste nood alleen gelaten? "
 En het welhaast verpletterend antwoord : "omdat ik je dan hebt gedragen".  
Dit laatste zinnetje is zo verrassend, zo vol humane ernst en diepmenselijk
onderbouwd dat het reeds vele mensen waar ook ter wereld diep en
rechtstreeks heeft aangesproken: zieken, thermale patienten, soldaten op het
krijgsveld, verlatenen,  hopelozen, enz.  Je hoeft bovendien helemaal niet
religieus ingesteld te zijn om door deze parabelachtige boodschap geroerd te
worden.  De oorzaak van de vervoering zit hem in het verrassend element van
de boodschap zo eenvoudig van woorden aan de oppervlakte en zo diep
gefundeerd van menselijke gevoelens van hoop en vrede in de kern.  Zo
komen we dan ook tot een opmerkelijke vaststelling die meer dan eens aan
de orde komt in deze periodiek : poëzie hoeft niet per sé suggestief, indirect
en wetenschappelijk-literair betweterig, m.a.w. introvert en hermetisch, te zijn
om " goede tot uitstekende kwaliteit" te produceren op voorwaarde dat een
kristalheldere, zinvolle en ontroerende boodschap  klaterend van eenvoud
fundamenteel aanwezig is.  Want dat is nu precies de kern van de poëzie.  
Vele zgn. gerenommeerde dichters en auteurs van vandaag die de literaire en
syntaxische moeilijkdoenerij hoog in het vaandel voeren, zullen bovenstaande
tekst toch maar "niets" vinden en beschouwen als een publicitaire flaptekst
dienstig voor multi-culturele doeleinden allerhande, maar absoluut niet
behorend tot het vakgebied van wat zij (ten onrechte) als poëzie bejegenen.  
De respons internationaal en wereldwijd op deze uiterst simpele tekst geeft
hun echter ongelijk.  Miljoenen lezers wereldwijd werden (en worden)
ontroerd door deze eenvoudige woorden die a.h.w. een massahysterie van
emoties en mijmeringen hebben ontketend.  Als de boodschap maar de juiste
snaar beroert is de constructie van het instrument dat de muziek voortbrengt
van veel minder belang.  Een klare, heldere boodschap die het hart van de
lezers treft zonder omwegen heeft geen kleurrijke en opvallende verpakking
nodig.  Dat de dichters en velen van de instituten die hen herbergen maar eens
hun oren te luisteren leggen bij deze wijze bedenkingen.  Miljoenen subsidies
van de overheid worden vaak door hen geclaimd om de producten die de
weg naar het publiek verloren hebben - net omwille van hun complexe
constructies en angstvallig verhulde boodschap -overeind te houden ter ere
van hun in eigenwaan opgebouwd statuut van artiest.
Dit subliem gedicht, want zo hoort deze tekst te heten, bewijst hoe de
woorden, zonder franjes en ongekunsteld uitgesproken, een heldere
boodschap kunnen verkondigen die zonder problemen de massa van het
publiek bereikt.  Waarom kan dat niet met onze poëtische productie hier te
lande bijvoorbeeld ?  Het antwoord is zonneklaar : omdat niemand nog in
staat is (inclusief de makers zelf ) de poëtische gedrochten van vandaag te
ontcijferen, laat staan gewoon te lezen.
Daaruit kan men boudweg concluderen dat literaire producten i.c. de poëzie
die het publiek niet meer bereiken er ook niet hoeven te zijn, tenzij om de
maker zelf het genoegen te verschaffen zijn onverklaarbare teksten maar zelf
te reciteren en te lezen en aldus zijn artistieke zelfgenoegzaamheid te
bevredigen.  
Tweede conclusie nu naar de overheid toe (tip voor de toekomstige minister
van cultuur) : waarom het publiek laten meefinancieren wat het blijkbaar zelf
niet wil ? Schaf alle subsidies aan de literatuur gewoon af zodat de "echte
dichters en auteurs" in dit land eindelijk eens kunnen opstaan om de massa te
ontroeren.  Als hen dat niet lukt, dan is dat brute pech voor hen, en dubbel
voordelig voor de overheidsbegroting die niet hoeft te worden belast met de
financiering van onleesbare producten waar überhaupt toch geen behoefte
aan is.
Ten slotte: waartoe dient al dat gehakketak over literatuur en zijn subsidiëring
, over de moeilijkheidsgraad van de huidige poëzie, over de
onverkoopbaarheid van gedichten ?
Laat ons een te raden gaan bij de oude Cheyenne-indianen waar de orale
literatuur schering en inslag was en die poëzie en taal zeer raak typeerden als
volgt : " Woorden zijn voetafdrukken van de ziel".
Meer moet daar niet worden aan toegevoegd.  Als woorden niet zijn wat de
oude Indiaanse wijsheid verkondigde, horen zij simpelweg niet thuis in de
poëzie en zullen ze ook uiteraard door niemand worden begrepen.  Amen.


* * *


Terug naar het uitgangspunt van dit artikel.  Nu we het product hebben
gehad, laat ons nu eens buigen over de MAKER (-S).  Het spreekt vanzelf
dat een gedicht dat zo'n gigantische verspreidingsradius kent als
"voetafdrukken", na op miljoenen exemplaren te zijn verspreid en gelezen, de
naijverige geesten wakker schudt en auteurspretendenten in grote getallen ten
tonele voert.  Een gedicht dat jaren het onderschrift "Anoniem" droeg en net
daardoor van mysterieuze oorsprong leek, wat zijn grote verspreiding nog in
de hand heeft gewerkt, doet bij vele auteurs de klank van de kassa rinkelen.  
Roem en faam waar wellicht reeds jaren tevergeefs naar werd gestreefd
komen nu binnen handbereik.
Hoe nu omgaan met die schare van gegadigden die ieder voor zich de nodige
argumentatie verzamelen om te bewijzen dat zij de enige ware auteur zijn van
dit populair meesterstukje ?  Hoe bepalen wie het gedicht in werkelijkheid
schreef ?
De genoemde Kenneth Ka-Hong Lui heeft zich met deze kwestie grondig
ingelaten.  Hij kwam in de reeds vermelde scriptie tot de bevinding dat er
oorspronkelijk niet minder dan 4 auteurs waren die het auteursrecht van
"voetafdrukken" voor zich opeisten.
Juridisch en gedegen taalkundig onderzoek lieten algauw toe twee van de vier
pretendenten genadeloos te diskwalificeren.  Blijven er nog twee zeer ernstige
kandidaten over waarbij men zich vertwijfeld volgende (onoplosbare) vragen
kan stellen :

* primo: hoe kwam Mary Stevenson, als kleine puber, bibberend in de kou,
ertoe deze wijze woorden, ogenschijnlijk zonder enige aanleiding of
aanwijsbare aansporing, neer te pennen ?

* secundo: hoe kwam een rijpe vrouw, Margaret Fishback Powers op een
keerpunt van haar leven ertoe, dit gedicht te schrijven dat miljoenen mensen
inspireerde ?  
Daarmee zijn de twee kamphanen die verbeten vechten om de exclusieve
eigendom van het gedicht meteen vernoemd.

HET VERHAAL VAN MARY STEVENSON

- Het gedicht geclaimd door Stevenson gaat als volgt :

VOETAFDRUKKEN IN HET ZAND

Op een nacht droomde ik dat ik wandelde
langs het strand met de Heer.  Vele taferelen
van mijn leven flitsten voorbij in de lucht.
Van elke tafereel zag ik voetafdrukken in het
zand.  Soms zag ik twee paar voetafdrukken.
Dan weer een paar.  Dat stoorde mij vooral
omdat ik merkte dat tijdens de moeilijke
perioden van mijn leven, wanneer ik leed
van angst, pijn en vertwijfeling, er slechts
een paar voetafdrukken te zien was.
Zo vroeg ik aan de Heer: "U beloofde
mij, Heer, toen ik U volgde, altijd mijn
gezel te zijn.  Maar ik merkte dat tijdens
de meest beproefde perioden van mijn
leven er maar een stel voetafdrukken te
zien was in het zand.  Waarom waart U
niet met mij toen ik U het meest nodig had?"
De Heer antwoordde: " De keren dat je
maar een paar voetafdrukken hebt gezien
zijn deze dat ik je hebt gedragen".

- en het verhaal kent volgende inhoud:

Veertien jaar oud was zij toen ze dit schreef.  Geboren in armoe, verloor ze
haar moeder toen ze amper 6 was en haar broer op tienjarige leeftijd.  
Overgeleverd aan de grillen van een uiterst strenge vader, die haar op
kerstnacht van 1936 uit het huis sloot en alleen liet in de koude en de sneeuw,
kribbelde ze naar eigen zeggen met een stompje potlood op een vodje papier
bovenstaande tekst neer, geïnspireerd door een kat die haar sporen achterliet
in de sneeuw.  Op 16 liep zij zwanger van huis weg in de armen van een
ongemeen ruwe echtgenoot die haar en haar later geboren kind sloeg en
uithongerde en die zij terstond verliet.  Niet wetende waarheen bezweek zij
haast in de sneeuw met haar huilende baby, om te ontwaken in de armen van
Ruby Mills, een Cheyenne-vrouw die haar had gered door haar "
voetafdrukken te volgen in de sneeuw". Gedurende een heel jaar werd zij
door de Indiaanse verzorgd.  In de latere jaren van haar leven, wordt zij
gescheiden van haar zoon, overleeft polio en treedt op als danseres in "The
Philadelphia Troc Burlesque House".  Later gaat ze werken als
hulpverspleegster en het is dan dat ze haar toekomstige nieuwe echtgenoot
Basis Langare ontmoet.  In het midden van de jaren 60, toen de Amerikanen
de oorlog begonnen in Vietnam, besloot ze te helpen bij het bakken van
koekjes voor de soldaten aan het front.  Het was een arbeidsintensief project
waarbij de koekjes met de hand werden ingepakt.  Mary moffelde vaak
tussen de koekjes ook gedichtjes van haar hand waaronder het gedicht
"Voetafdrukken".

In 1968 tijdens een Vietnamparade ter ere van haar gehouden kwam een
invalide soldaat op haar toe en zei:

" Je zult mij wel niet herkennen.  Ik was
een van de soldaten die Uw koekjes
ontving.  Ik vond Uw gedicht in de
doos en had het altijd bij mij tijdens de
gevechten.  Ik was bang toen ik gewond
geraakte en vroeg mij af of ik wel zou
overleven.  En ik las dit gedicht keer op
keer.  Opnieuw en opnieuw.  En bij het
lezen, besefte ik ineens dat terwijl
ik het gedicht droeg, God mij heeft
gedragen".

HET VERHAAL VAN MARGARET FISHBACK POWERS

- het gedicht versie Powers:

Op een nacht had ik een droom.
Ik wandelde op het strand met de Heer.
In de donkere lucht flitsten scènes van
mijn leven voorbij.

Van elke scène zag ik
twee paar voetafdrukken in
het zand: een van mij en
een van de Heer.

Als de laatste scène van mijn leven
voorbij flitste, keek ik terug nar
de voetafdrukken in het zand.
Er was maar een paar
voetafdrukken te zien.
Ik stelde vast dat
dit gebeurde tijdens de laagste
en moeilijkste periodes van mijn leven.

Dat irriteerde mij voortdurend
en ik vroeg de Heer om uitleg
over mijn dilemma.

"Heer, je zei me eens toen ik
besloten had je te volgen, dat
je zou gaan en spreken met
mij op al mijn wegen.
Maar ik ondervind dat in
de meest problematische perioden
van mijn leven, er maar een
stel voetsporen in het zand
te zien is.
Ik begrijp niet waarom
je mij in mijn hoogste nood
alleen liet".
Hij fluisterde: "Mijn dierbaar kind,
ik hou van je en zal je nooit verlaten,
en zeker niet tijdens je grootste
beproevingen.
Dat je maar een stel voetafdrukken
zag was omdat ik je dan hebt
gedragen".

- het verhaal versie Powers.

Bij het vallen van de eerste herfstbladeren wandelden een vrouw en haar
verloofde op het strand en dit op de vooravond van een onverwacht
huwelijksaanzoek.  In het licht van de ondergaande zon strompelde het
verliefde paar blootvoets  door het zand.  En naarmate ze verder gingen lieten
twee paar voetafdrukken hun sporen na in het mulle zand.  Zowel
stroomopwaarts als -afwaarts bleven de sporen hen volgen, behalve voor het
paar dichtbij de branding dat regelmatig werd uitgewist door de uitdeinende
golven.  Het koppel keek achterom en zag tot hun verbazing een onregelmatig
pad van sporen dat nu eens twee paar afdrukken vertoonde en dan weer een
paar.  Verrast door dit fenomeen vroeg de vrouw zich bezorgd af of ook hun
eigen dromen en verlangens niet eens zullen worden weggespoeld zoals de
voetafdrukken in het zand.  Terwijl zij de voetafdrukken bestudeerde en naar
de golven keek die ze regelmatig uitwisten, vroeg zij zich af hoe zij beiden het
zouden volhouden als storende wateren zoals deze golven in hun leven
zouden binnenstormen.  Die avond in 1964, schreef de dichter die zij was
haar ervaringen neer.  In het holst van de nacht completeerde Margaret het
gedicht "Ik had een droom" dat zijn weg vond naar de harten van ontelbare
gelovigen.


BIJ WIJZE VAN CONCLUSIE

De kwestie van het auteurschap van het gedicht is met deze twee
vergelijkende verhalen natuurlijk verre van opgelost en zal misschien wel nooit
opgelost worden.  Vanuit het standpunt van de kunst en de poëzie in het
algemeen is dat ook van secundair belang.  Feit is dat het gedicht zijn weg
gevonden heeft naar het publiek en door ziijn ontegensprekelijke briljante
kwaliteitskenmerken en kristalheldere boodschap de mensen heeft ontroerd,
bewogen, getroost, en hoopvol gestemd, als was het door God zelf
geschreven.  Het product heeft dus zijn doel bereikt, de maker is hierbij van
geen belang.  Net zoals andere bewonderenswaardige verwezenlijkingen van
de mens, zoals de eerste landing op de maan en de verkenning van de ruimte
bvb., is de prestatie zelf van primair belang voor de mensheid, niet de
uitvoerders (de astronauten) ervan.  


terug naar boven
Het Mysterie van de
“VOETAFDRUKKEN IN HET
ZAND”
door Henri Thijs